Tags: , , , , , ,

Vlaams rapport: langs 10 speerpunten terug naar de kerntaak

Leerkrachten moeten ruimte hebben voor hun kerntaak (lesgeven): kennisverwerving en cultuuroverdracht zijn als springplank naar diepere inzichten en complexere vaardigheden. Vlaamse commissie Beter Onderwijs komt met 58 adviezen vervat in 10 speerpunten.

» Blogs, Downloads
» Arbeidsmarkt, Didactiek, Gelijke Kansen, Maatschappij, Onderwijsontwikkeling, Professionalisering

»

Vlaams rapport: langs 10 speerpunten terug naar de kerntaak

Naar de kern: de leerlingen en hun leer-kracht

“De toestand is ernstig, maar niet hopeloos”. Tot deze bevinding kwam de commissie Beter Onderwijs.

Tussen augustus 2020 en september 2021 legden 15 academici en praktijkmensen niet alleen de pijnpunten van het Vlaamse onderwijs bloot. Ze zochten vooral naar haalbare oplossingen, zonder zondebokken aan te wijzen. ‘Wat heeft effect om het leerrendement op de klasvloer, op school en in het onderwijs te vergroten?’ was de kernvraag. De commissie stelt tevreden vast dat haar aanbevelingen voor een groot deel gelijk lopen met de recent verschenen Nederlandse effectiviteitsstudie ‘Onderzoek naar hefbomen voor kwaliteitsverbetering in het onderwijs’ (Scheerens, 2021).

58 adviezen, 10 speerpunten over 4 aandachtsgebieden

Het rapport met zijn 58 aanbevelingen is een pleidooi om naar de kern van het onderwijs te gaan, nl. de leerlingen en hun (aangeboren) kracht om te leren dankzij gemotiveerde en degelijk opgeleide leerkrachten die door heel wat actoren ondersteund worden in hun onderwijskundige taak. Om een duidelijk overzicht te geven van het werk dat te wachten staat, worden de aanbevelingen hieronder samengevat in 10 speerpunten over de vier foci heen. De commissie Beter Onderwijs kwam tot de volgende vier strategische focusgebieden die moeten dienen als degelijke basis om op verder te bouwen.

4 strategische focusgebieden

Wil je de kwaliteit van het onderwijs mogelijk maken:

  • Focus 1: zet dan in op de juiste leermogelijkheden van kinderen en jongeren. Heb aandacht voor het installeren van voldoende basiskennis. Gebruik hiervoor de juiste instructiemethoden.
  • Focus 2: schenk aandacht aan de bijzondere leef- en leeromstandigheden van ALLE leerlingen, ook van kleuters, kinderen met een andere etnisch-culturele achtergrond, kinderen in het bijzonder onderwijs en kinderen in een kwetsbare opvoedingssituatie.
  • Focus 3: erken de specifieke deskundigheid van de leerkracht en omkader hem/haar met de allergrootste zorg. Sterke leerkrachten maken het verschil. Zij kunnen leerlingen cognitief en emotioneel helpen groeien en zorgen voor een stijging van het onderwijsniveau – niet alleen op de klasvloer, maar ook in de internationale vergelijkende studies.
  • Focus 4: geef voorrang aan een solide opleiding en voortdurende professionalisering van de leerkracht.

Om de aanbevelingen om te zetten, zullen de diverse actoren uit de loopgraven moeten durven komen, zoals de inleiding al suggereerde. Het beleid, de onderwijsverstrekkers, ouders, sociale partners, inspectie, lerarenopleidingen en de leerkrachten moeten de handen in elkaar slaan. Onderwijs is altijd het werk van vele mensen en geen enkele maatregel of advies kan of zal de kwaliteit op zichzelf remediëren. Het moet ook een volgehouden inspanning zijn en vele adviezen zullen pas op termijn renderen.

1. Herwaardeer de leraar

Gemotiveerde, degelijk opgeleide leerkrachten hebben een sleutelrol. Zonder goede leraars, geen goed onderwijs. Zij zijn dé sleutel naar meer onderwijskwaliteit. Leraar willen worden, dient gepromoot als een sterk maatschappelijk engagement. Zonder goed opgeleide leerkrachten redt onze kennismaatschappij het niet. Sterke basiskennis en voldoende achtergrondkennis zijn voor een aspirant-leraar een must. Iedere leerling heeft immers recht op onderlegde leerkrachten. Sterke lerarenopleidingen zijn daarom een conditio sine qua non en geven door wat echt werkt op de klasvloer. Ervaren leerkrachten voor de klas staan mee in voor de opleiding van toekomstige collega’s via de werking van een breed opgezette ‘oefenschool’.

Tijdens hun loopbaan worden de leerkrachten door alle actoren bijgestaan zodat ze hun taak in de klas optimaal kunnen vervullen. Ze moeten de kans krijgen om zich duurzaam, continu en procesmatig te professionaliseren en op die manier reliëf te brengen in hun (te) vlakke loopbaan.

Om het (toekomstige) lerarentekort op te vangen, moeten meer deuren geopend worden om degelijke (instromende) leraren voor de klas te krijgen en ook te houden. Vaak zijn gepensioneerde leerkrachten nog bereid om deeltijds in te springen of een brugfunctie in het onderwijs op te nemen, bijvoorbeeld via extra assistentie aan kinderen en ouders met een Sociaal Economische Status(SES)- of Etnisch Culturele Minderheid (ECM)-achtergrond. Er moet onderzocht worden hoe dit op een financieel gunstige manier kan.

Voorts moeten zoveel als mogelijk leidinggevenden betrokken bij het onderwijs zoals directies, begeleiders, inspectieleden, lerarenopleiders … voldoende contact houden met het lesgebeuren en deeltijds ingeschakeld worden als lesgevers. Zo geven ze het signaal dat er niets belangrijker is dan effectief voor de klas staan.

2. Implementeer de wetenschap van het leren en onderwijzen via een Kenniscentrum Onderwijs.

De jongste 20 jaar is er dankzij de evolutie van de neurowetenschappen een onderbouwd inzicht ontstaan in hoe de mens leert en informatie omzet in kennis, inzicht en vaardigheden. Deze nieuwe wetenschappelijke inzichten raken onvoldoende geïmplementeerd in de klaspraktijk. Maar ook reeds lang bekende basisinzichten over hoe leren werkt, werden al te vaak vervangen door leerexperimenten zonder empirische onderbouwing. Te dikwijls moeten deze solide wetenschappelijke inzichten van wat werkt het nog afleggen tegen marktgestuurde of modieuze adviezen die vaak niet werken en/of elkaar tegenspreken, wat voor frustratie zorgt zowel bij leerlingen als leerkrachten.

De oprichting van een Kenniscentrum moet hierin verandering brengen. Dit centrum moet het vlaggenschip worden van het Vlaamse onderwijs om ‘de kennis van het leren’ naar de werkvloer te brengen. Hier zullen de verschillende experten elkaar ontmoeten, zowel diegenen met een academische als met een praktische achtergrond en uit alle onderwijsvormen en onderwijsniveaus.

Het Kenniscentrum vertaalt de wetenschap van het leren naar de werkvloer. Het brengt advies uit over leermethoden, bijvoorbeeld hoe efficiënte feedback werkt en over de kwaliteit van didactisch materiaal. Het is – bovenal – ‘hype- en marktongevoelig’. Dit centrum, dat ook bij- en nascholing (professionalisering) zal verzorgen, is financieel afhankelijk van de overheid, maar strikt onafhankelijk in zijn werking (cf. de onderwijsinspectie). De wetenschap van het leren hangt immers niet af van een politiek standpunt noch van een ideologische visie, of van één of ander marktprincipe. Het opent wel valabele (genuanceerde) perspectieven, op basis waarvan daarna een pedagogische keuze gemaakt kan worden.

3. Kennisverwerving is ‘op de schouders van reuzen gaan staan’

School is geen opvangplaats om kinderen van de straat te houden, geen sorteermachine voor een hoger of zogezegd lager diploma, geen lapmiddel voor wat thuis of in de samenleving minder goed loopt. School is wel de plaats bij uitstek waar kinderen basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen) aangeboden krijgen en waar ze ondergedompeld kunnen worden in het rijke culturele en wetenschappelijke verleden van de mensheid.

Kennisverwerving moet (weer) een ereplaats krijgen in de klas, dus ook in de lerarenopleiding. Leerkrachten moeten aangemoedigd worden om hier op een boeiende en didactisch verantwoorde manier op in te zetten. Kennisverwerving is een opstapje om de wereld beter te begrijpen. Dankzij de inzichten uit het verleden realiseren leerlingen zich dat ze ‘op de schouders van reuzen staan’ (Kirschner, 2018). Dankzij dit perspectief kunnen ze verder kijken en de wereld van morgen mee vorm geven (Arendt, 1961). De vernieuwde aandacht voor (basis)kennisverwerving komt vooral de minder cognitief sterke en SES-kinderen ten goede.

De school is voor hen de enige plaats waar ze de basisvaardigheden van lezen, schrijven, rekenen op een gestructureerde manier aangeleerd krijgen.

4. Overtuig ouders van de waarde van de school

Ouders zijn de belangrijkste schakel tussen leerling en school. Het leervermogen van het kind hangt dan ook sterk samen met de steun van de ouders. Ouders moeten de kans krijgen om een school voor hun kind te kiezen. Daarom is het belangrijk dat scholen mogen verschillen door een eigen aanpak, maar dat ze allemaal voldoende doordrongen zijn van ‘de wetenschap van het leren’.

Scholen moeten ervan overtuigd worden om het specifieke van hun pedagogisch project in de verf te zetten. Na hun keuze moeten ouders met voldoende toewijding de ‘taal van de school’ leren spreken. Dit houdt in dat ze de schoolwerking mee ondersteunen en verdedigen tegenover hun kind. Te dikwijls voelen leerkrachten zich door sommige ouders in de steek gelaten. De school en de ouders moeten aan één zeel trekken (één lijn red.) als het over onderwijs gaat. Dit betekent ook dat ouders in hun opvoeding naast het belang van fysieke en mentale gezondheid en van familie en vrienden, ook het belang van de schoolloopbaan van hun kind actief ondersteunen.

5. De kleuterschool opent perspectieven

Een vroege en regelmatige deelname aan het kleuteronderwijs zorgt voor heel wat bijkomende ontwikkelingskansen op cognitief, sociaal en emotioneel vlak. Daarom moet de leerplichtleeftijd geleidelijk aan verlaagd worden. Het kleuteronderwijs is een volwaardige onderwijsvorm en geen handige opvang. Kleuteronderwijzers moeten degelijk opgeleid worden om zowel ontwikkelingsgerichte, talige als cognitieve impulsen aan kleuters te kunnen aanbieden. Ze dienen ook gevormd om leer- of emotionele problemen in een vroeg stadium te detecteren en eventueel te remediëren. Kleinere klasgroepen in de kleuterschool zijn dan ook aan te bevelen.

6. Voldoende aandacht voor taalonderwijs

De kennis van de instructietaal is de toegangsdeur tot schoolsucces. Hierop moet al van in de kleuterklas sterk ingezet worden. Taalachterstand dient zo snel mogelijk gedetecteerd en via extra tijd en gerichte oefening geremedieerd. Kinderen in een niet-Nederlandstalige thuisomgeving moeten op school ook buiten de schooltijd voldoende taalimpulsen Nederlands krijgen. Dankzij taal gaat een nieuwe wereld open.

Kinderen behoren niet alleen aangezet te worden tot het louter technisch kennen van de instructietaal. Ze moeten ook ingewijd worden in de wondere wereld van het geschreven – en gelezen – woord.

7. De verschillende vertrekposities van ECM- en SES kinderen verkleinen

Leerlingen met een ECM-achtergrond (en hun ouders) moeten nog meer dan andere kinderen en jongeren uitgenodigd worden om te participeren aan het schoolse leven, vooral wanneer deze deelname niet vanzelfsprekend is. Ook hier zijn hoge, maar realistische verwachtingen, voldoende tijd, geduld en extra kansen bijzonder belangrijk. Veel in het rapport voorgestelde adviezen willen bovendien structureel ruimte creëren om de leerachterstand van kwetsbare leerlingen te verkleinen: de invoering van centrale toetsen, de keuze voor directe instructie, de verlaging van de leerplichtleeftijd, overzichtelijke klasgroepen in de kleuterklas, het inrichten van zomerscholen, de kortere zomervakantie, extra kansen tot gratis inhaallessen buiten de schooltijd (maar wel op school), extra specialisatie en bijscholing voor leerkrachten van SES- en ECM-kinderen, extra omkadering voor leerlingen in de B-stroom.

8. Je op en voor de school sàmen mogen inzetten

Naar school gaan moet een avontuur zijn dat je samen met je vrienden beleeft. Het is een gemeenschappelijk project waar je met verschillende mensen met een waaier aan gewoonten, ideeën, meningen en gedachten in contact komt. Kinderen gaan naar school om dit ‘samen’ op het spoor te komen en zich gezamenlijk in te zetten om een bepaald gemeenschappelijk (eind)doel te halen. ’Je best doen op school’ moet geprezen worden zoals dat het geval is bij sporthelden die proberen een sportprestatie neer te zetten. De prestatiemotivatie van leerlingen moet omhoog. Hoge verwachtingen koesteren voor elke leerling, een vanzelfsprekende cultuur van fouten mogen maken en een degelijke feedback van de leerkracht ondersteunen dit streven. Iedereen is immers in staat om vorderingen te maken.

9. Aandacht voor diverse snelheden dankzij gerichte oefening

Op school word je uitgenodigd om deel te nemen aan een gemeenschappelijk cognitief curriculum via een gedeeld schoolproject. De grote (cognitieve) verschillen tussen leerlingen zorgen voor heel wat uitdagingen voor de leerkracht. Hierbij blijft de inclusiegedachte een na te streven ideaal. Kinderen met een leerprobleem en een eventuele leerstoornis kunnen zoveel als mogelijk in het reguliere onderwijs terecht. Maar we mogen daarbij niet in de val trappen leerlingen te snel van leerdoelen vrij te stellen door dispenserende maatregelen. Sommige leerlingen hebben gewoon meer oefening nodig. Een snelle oplossing is niet altijd zomaar voorhanden. Bepaalde problematieken vragen veel tijd en inzet (en niet alleen van de leerkracht).

Als het gemeenschappelijk cognitieve doel echter niet bereikt kan worden, moet een aangepaste weg naar het buitengewoon onderwijs worden aangeboden. Hierop mag geen taboe rusten. Het buitengewoon onderwijs biedt immers een veilig en gespecialiseerd kader waar kinderen en jongeren in groep gemeenschappelijke ontwikkelingsdoelen kunnen halen.

10. De vonk in de klas doen overslaan

Mocht er nog twijfel over bestaan: de professionele leraar heeft in kwaliteitsvol onderwijs het eerste en het laatste woord. De leerkracht zorgt er immers voor dat het fundament of datgene wat fundamenteel is voor kwaliteitsvol onderwijs en waarnaar de adviezen in het rapport verwijzen, betekenis krijgt of significant wordt. Hebben we immers niet allemaal de beste herinneringen aan die leerkrachten die aandacht voor ons hadden alsof ze alleen voor ons les gaven? Denken we niet dankbaar terug aan die geïnspireerde lerares die met een toegewijd hart voor de klas stond zodat je vergat dat je op school zat? Beter onderwijs moet zich immers richten op het ontwikkelen van ‘têtes bien faîtes’ en niet van ‘têtes bien pleines’, zoals de filosoof Montaigne zei. Hopelijk kunnen de aanbevelingen in het rapport een bescheiden bijdrage leveren om deze vonk in het onderwijs te doen overslaan in het belang van het geluk van alle leerlingen en van het welzijn van de wereld.

Conclusie & adviezen

De adviescommissie beseft dat de uitdagingen vandaag misschien groter zijn dan ooit, maar haar conclusie is helder: het Vlaamse onderwijs kan opnieuw aanknopen bij de internationale top als we samen naar de kern gaan.

  1. Leerkrachten moeten ruimte hebben voor hun kerntaak (lesgeven) en de kern van het onderwijs moet kennisverwerving en cultuuroverdracht zijn als springplank naar diepere inzichten en complexere vaardigheden.
  2. Onderwijsvernieuwingen zonder wetenschappelijke onderbouw moeten geweerd worden.
  3. De samenleving mag niet elke maatschappelijke taak doorschuiven naar het onderwijs.

Dat zijn enkele elementen in het Rapport van de Commissie Beter Onderwijs, een advies aan het brede onderwijsveld, het beleid, maar ook aan de leerlingen, hun ouders en de brede maatschappij. Het is nu aan al deze partners om deze aanbevelingen ter harte te nemen.

In totaal bevat het rapport 58 concrete adviezen en 10 speerpunten (zie boven) om de onderwijskwaliteit op te krikken.

Nog een aantal adviezen uit het rapport:

  • Leerkrachten moeten de ruimte en de steun krijgen om kwaliteitsvol les te geven waarbij de maatschappelijke verwachting ten aanzien van het curriculum best bijgesteld wordt. De lestijd is niet toegenomen, maar de maatschappelijke topics die een leraar moet behandelen wel.
  • Ouders moeten de pedagogische werking van de school voluit ondersteunen: in plaats van ‘mijn kind, schoon kind’ is het in het belang van de kinderen om aan hetzelfde zeel te trekken met het schoolteam. Ouders moeten ook geen opvoedtaken (zoals zindelijkheidstraining) afschuiven op de scholen.
  • Meer aandacht voor de beheersing van de instructietaal. Het is tevens tijd om meer te investeren in taalvaardigheid en in technisch lezen: de basis voor later begrijpend en nog later gemotiveerd lezen. Er is nood aan meer instructietijd voor (begrijpend) lezen en aan vernieuwde aandacht voor literatuur.
  • Het technisch en het beroepsonderwijs verdienen meer maatschappelijke waardering, wat onder meer gestimuleerd kan worden door de lancering van prestigieuze wedstrijden die gedragen worden door gerenommeerde bedrijven –naar analogie met de olympiades in het algemeen secundair onderwijs. De hele samenleving heeft baat bij een positievere benadering van de arbeidsmarktgerichte onderwijsvormen: een Staten-Generaal met bv. ook sociale partners en captains of industry kan een totaalaanpak ondersteunen.
  • De leerplichtleeftijd zou geleidelijk verder verlaagd moeten worden van 5 naar 3 jaar. In het kleuteronderwijs kunnen jonge kinderen voorschoolse geletterdheid en gecijferdheid opdoen die later van goudwaarde is. Ook de juiste attitudes kan je al aanscherpen in de kleuterklas.
  • Leerkrachten moeten hoge verwachtingen stellen aan kansarme kinderen, om zo hun ambitie aan te wakkeren. Tegelijk verdienen kansarme leerlingen ook het voordeel van de twijfel: een klassenraad gelooft best in hun groeimogelijkheden.
  • Niemand heeft baat bij overdiagnostisering of de therapeutisering van elk leerprobleem. Externe diagnoses worden best vermeden. Als er een diagnose nodig is, dan vertrekt die beter bij de leerkracht en bij observatie in de klas, daarna door een expert. Scholen springen best spaarzaam om met allerlei dispenserende maatregelen.
  • Ervaren leerkrachten zouden de kans moeten krijgen om zich te professionaliseren tot ‘expertleerkracht’: iemand die expertise kan delen met andere scholen, startende leerkrachten kan begeleiden, leer- of zorgbegeleider kan zijn en de praktijk binnenbrengt in de lerarenopleiding. Dit is ook een middel om de relatief vlakke loopbaan van leerkrachten te doorbreken.
  • De lerarenopleiding krijgt best een instapproef met bindende gevolgen. De instapproef wordt zo een screening bij de ingang, maar ook een signaal: over de lerarenopleiding, over de hoge eisen die we als samenleving hanteren voor de leerkrachten van morgen.
  • Een onafhankelijk Kenniscentrum Onderwijs kan de brug zijn tussen wetenschappelijk onderzoek en de klasvloer. Het Kenniscentrum kan de sluiswachter zijn die onwetenschappelijke onderwijsvernieuwingen tegenhoudt en de verspreider van nuttige inzichten en goede praktijken.

Bron:

Rapport van de commissie Beter Onderwijs: Naar de kern: de leerlingen en hun leer-kracht

tevens voor de opsomming van de adviezen;

Onderwijs Vlaanderen – Commissie Beter Onderwijs stelt basiskennis centraal in 58 adviezen en 10 speerpunten

Tags: , , , , , ,
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook interessant

Community Leden

Alle Leden >>>

Whitepaper arbeidsmarkt

Whitepaper onderwijs arbeidsmarkt

Whitepaper didactiek

didactiek download

Whitepaper HR

HR download onderwijs

Whitepaper leeromgeving

Leeromgeving download

Whitepaper maatschappij

Maatschappij onderwijs download

Whitepaper onderwijsontwikkeling

onderwijsontwikkeling download

Whitepaper organiseren

Onderwijs organiseren download

Whitepaper professionalisering

onderwijs professionalisering download

Whitepaper technologie

Onderwijs Technologie download

Ledenonderzoek

Registreer je als lid

Word gratis lid

Word lid

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

Publiceer

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.

In de spotlight

Vacature

Boek

Opleiding

App

Menu