Tags: ,

Leraren geen voorstander van grote stelselwijzigingen in bevoegdheden

Stelsel van bevoegdheden voldoet, maar knelt wel op een paar punten. Met name voor het jonge kind, kwetsbare leerlingen en studenten en het beroepsgerichte onderwijs.

» Nieuws

»

Leraren geen voorstander van grote stelselwijzigingen in bevoegdheden

De onderwijsorganisaties AOb, CNV Onderwijs, FvOv, SPV, Lerarencollectief en BVMBO deden onderzoek. Een van de conclusies: docenten moeten beter voorbereid worden op de groepen aan wie ze les gaan geven. Daarom moet er meer aandacht komen in de lerarenopleiding voor het lesgeven aan de kleutergroepen en aan specifieke groepen twaalf-plussers (speciaal onderwijs, praktijkonderwijs, vmbo basis/kader en mbo 1 en 2).

Dit zou, onder een aantal voorwaarden, kunnen leiden tot de introductie van een tweetal nieuwe bevoegdheden. Het huidige stelsel van bevoegdheden kent, in hoofdlijnen, slechts drie bevoegdheden: een bevoegdheid voor lesgeven in het basisonderwijs, één voor lesgeven in het vmbo, onderbouw havo-vwo en het mbo en één voor lesgeven in de hoogste klassen van havo en vwo. In het mbo zou bovendien niet langer het bestuur eenzijdig moeten bepalen welke docent welk vak geeft, maar zouden lerarenopleiding en docententeam dat gezamenlijk met het bestuur moeten vaststellen.

Van knelpunten tot oplossingsrichtingen

In februari 2020 is de Commissie Onderwijsbevoegdheden geïnstalleerd om het Onderwijsraadadvies ‘Ruim baan voor leraren’ uit 2018 uit te werken in concretere voorstellen.

Het advies van de Onderwijsraad leidde tot veel zorgen onder leraren. Om leraren een duidelijke stem te geven in de discussie rondom bevoegdheden en het opleiden van leraren hebben verschillende onderwijsorganisaties gezamenlijk een groot onderzoek onder leraren in het po, so, vo en mbo uitgevoerd in de zomer van 2020.

Belangrijke conclusie uit dit onderzoek is dat leraren geen voorstander zijn van grote stelselwijzigingen: het huidige stelsel werkt goed voor een groot deel van het onderwijs en leraren hechten grote waarde aan de huidige bevoegdheden waarmee ze in principe breed inzetbaar zijn in het onderwijs. Het stelsel knelt echter wel op een paar punten, met name voor het jonge kind, kwetsbare leerlingen en studenten en het beroepsgerichte onderwijs.

Om van het beschrijven van knelpunten tot belangrijke uitgangspunten en mogelijke oplossingsrichtingen te komen, is in april 2021 opnieuw een enquête opgesteld, ditmaal voor al het onderwijspersoneel en lerarenopleiders in het po, so, vo en mbo. Hierin zijn de uitkomsten uit de zomerenquête 2020 onder leraren en de aanbevelingen van de voorzitter van de Commissie Onderwijsbevoegdheden als uitgangspunt genomen om te onderzoeken voor welke oplossingsrichtingen wel en voor welke geen draagvlak is.

De enquête is ingevuld door 10.672 respondenten uit po, so, vo en mbo.

Drie opleidingsroutes

Het huidige stelsel van bevoegdheden en het opleiden van leraren voor het po, so, vo en mbo is gebaseerd op drie opleidingsroutes:

  1. de opleidingen tot groepsleerkracht
  2. tot tweedegraads docent en
  3. tot eerstegraads docent.

Daarnaast kent het mbo een specifiek (pdg-)traject om vanuit de beroepspraktijk opgeleid te worden tot mbodocent. Dit stelsel brengt met zich mee dat lerarenopleidingen leraren in principe voor een brede doelgroep en in het vo en mbo in een specifiek vak moeten opleiden. Voordelen hiervan zijn dat leraren in principe breed inzetbaar zijn wat betreft doelgroepen en wat vakinhoudelijk voldoende diepgang meekrijgen om goed les te kunnen geven in de bovenbouw van het vmbo, havo en vwo en het mbo.

Keerzijde van de brede inzetbaarheid is echter dat leraren niet voor álle doelgroepen binnen het onderwijs voldoende diepgaand worden opgeleid. Dit knelt vooral voor het jonge basisschoolkind, leerlingen in het sbo, vso, so, praktijkonderwijs en vmbo basis en kader en studenten in de entreeopleidingen van het mbo. Voor deze jonge dan wel kwetsbare leerlingen en studenten is vooral behoefte aan een breed opgeleide leerkracht, die sterk pedagogisch onderlegd is en een vertrouwensband kan opbouwen met de leerlingen en studenten.

Drie typen groepsleerkracht

In het huidige systeem leidt de pabo op tot groepsleerkracht. Deze brede opleiding bereidt vooral goed voor op het lesgeven aan leerlingen in de bovenbouw van het reguliere basisonderwijs. De pabo bereidt minder goed voor op het lesgeven aan het jonge kind en aan leerlingen die ouder zijn dan 12 jaar: de leerlingen in het vso en pro. Leerkrachten die lesgeven in het vso en pro zouden binnen de context van het vo moeten worden opgeleid.

Daarnaast geven respondenten aan dat een leraar die is opgeleid om les te geven in ‘een palet aan vakken’ van grote meerwaarde zou zijn in de onderbouw van het vmbo basis en kader, in de uitstroomprofielen dagbesteding en arbeidsmarkt van het vso, in het praktijkonderwijs en in mbo 1 en 2. Voor aanpassingen in het huidige stelsel kan daarom gedacht worden aan drie typen groepsleerkracht:

  • de groepsleerkracht voor het jonge kind
  • de groepsleerkracht voor het oudere basisschoolkind
  • de groepsleerkracht 12+ voor de leerlingen in het praktijkonderwijs, vso dagbesteding en arbeidsmarkt, vmbo basis en kader 5 en mbo 1 en 2.

Vraag is dan of deze 3 typen een specialisatie binnen de initiële opleiding zouden moeten zijn, of dat het om aparte opleidingen en bevoegdheden zou moeten gaan. Een sterke specialisatie in de opleiding heeft grote risico’s voor de kwaliteit van onderwijs wat betreft de inzetbaarheid van leraren voor de doelgroepen waar ze zich niét in hebben gespecialiseerd. Vanuit de kwaliteit van onderwijs, zouden aparte bevoegdheden daarom meerwaarde hebben. Dit kan echter alleen op draagvlak vanuit het onderwijsveld rekenen als aan de volgende essentiële voorwaarden wordt voldaan:

  • De drie typen groepsleerkracht zijn gelijkwaardige functies met een sterke gemeenschappelijke basis. Het behalen van een extra bevoegdheid als groepsleerkracht kost maximaal een jaar. Hiervoor is het noodzakelijk dat de ingangseisen en het eindniveau gelijk zijn, en daarmee ook het salaris.
  • De drempels om de bevoegdheid uit te breiden met een extra bevoegdheid dienen te worden weggenomen. Voor leraren zijn de eigen investeringen wat betreft geld en tijd de grootste drempel, voor schoolleiders de vervangingsproblematiek.
  • Naast een initiële opleiding tot deze drie typen groepsleerkracht is het van belang om een goed zijinstroomtraject en voldoende maatwerk in de opleiding te realiseren om een extra bevoegdheid als groepsleerkracht te behalen.

Aandacht voor het sbo, so, vso en pro

Met bovenstaande oplossing wordt (deels) tegemoetgekomen aan de behoefte van leraren om beter voorbereid te worden op het lesgeven aan leerlingen in het vso en pro. Mocht er een aparte opleiding komen voor groepsleerkracht 12+ dan is het de vraag of een verdere specialisatie daarbinnen voor vso en pro dan nog nodig is.

Dan blijft de aandacht voor vso en pro binnen de vakgerichte eerste en tweedegraads opleidingen nog wel een punt van aandacht. Daarnaast moet bekeken worden in hoeverre het so en sbo voldoende aan bod komen indien er aparte opleidingen komen voor het jonge en het oudere basisschoolkind. Afhankelijk van de uitwerkingen daarvan zou een eenjarige post-hbo opleiding nog een nuttige aanvulling kunnen zijn om leraren goed voor te bereiden op het lesgeven in het sbo en so, en mogelijk voor vakdocenten die onderwijs geven in het vso en pro.

Flexibilisering van het stelsel via opleiden op maat en het weghalen van drempels

Verschillende adviezen en rapporten over het stelsel van bevoegdheden en het opleiden
van leraren pleiten voor meer flexibilisering in het stelsel: het stelsel zou te weinig meebewegen met onderwijsinnovatie zoals nieuwe vakken of het clusteren van vakken; lerarenopleidingen zijn verplicht om leraren voor het hele bekwaamheidsgebied op te leiden; en overstappen naar een andere sector of een ander vakgebied betekent vaak een
langdurig, intensief en duur traject voor het behalen van een extra bevoegdheid.

De Onderwijsraad en Regioplan hebben daarom smallere bevoegdheden voorgesteld die op allerlei verschillende manieren kunnen variëren. Uit de zomer enquête 2020 onder leraren 9 bleek echter dat leraren geen voorstander zijn van kleinere en veel meer soorten bevoegdheden. De voorzitter van de commissie onderwijsbevoegdheden 10 adviseerde, ter flexibilisering van het stelsel, geen kleinere bevoegdheden, maar een eenmalige bevoegdheid als toegang tot het beroep.

Leraren, lerarenopleiders, schoolleiders en ondersteuners in het onderwijs zien echter grote risico’s voor de kwaliteit van onderwijs zien bij een eenmalige bevoegdheid. Een oplossingen waar wél draagvlak voor is onder alle spelers in het veld is het opleiden op maat. Hierbij wordt de kwaliteit van onderwijs geborgd door het onafhankelijke oordeel van de lerarenopleidingen.

Daarnaast dienen de drempels te worden weggehaald om een extra bevoegdheid te halen: leraren moeten erop kunnen vertrouwen dat alle onderdelen die ze via de opleiding volgen van meerwaarde zijn voor het behalen van de extra bevoegdheid, bovenop alle werkervaring en kennis die ze al hebben;en er dient een voor alle partijen redelijke oplossing te komen voor het geld en de tijd.die het een leraar kost om een extra bevoegdheid te halen. Voor schoolleiders is het van belang dat de vervangingsproblematiek wordt opgelost indien een leraar onder werktijd opleidingsuren maakt.

Beroepsgericht onderwijs vmbo

De uitkomsten van deze enquête over het beroepsgerichte onderwijs moeten met de nodige voorzichtigheid gebruikt worden. Het aantal respondenten is te klein om duidelijke conclusies aan te verbinden. Het zou daarom goed zijn om onderstaande denkrichtingen verder te peilen onder leraren en lerarenopleiders.

De huidige tien brede beroepsgerichte profielen maken de drempel voor vakmensen uit de beroepspraktijk om docent te worden groot omdat ze zich moeten bekwamen en deze bekwaamheid daarna moeten onderhouden in de volle breedte van het profiel. Het is de vraag of deze eisen nodig en nuttig zijn voor vakmensen die in de praktijk vooral lesgeven in hun oorspronkelijke vakgebied en niet in de volle breedte van het profiel. Voor de kwaliteit van onderwijs is het vooral van belang dat docenten bekwaam zijn om de lessen te geven die ze daadwerkelijk geven. Om voldoende vakinhoudelijk gekwalificeerde mensen uit de beroepspraktijk te kunnen aantrekken en behouden, zouden de bevoegdheden daarom meer gekoppeld kunnen worden aan de verschillende vakgebieden uit de praktijk en de lessen die de docent daadwerkelijk geeft. Het is dan realistischer dat de docenten binnen dat vakgebied hun bekwaamheid goed kunnen onderhouden. Dit leidt tot meer gerichte bevoegdheden.

Bepalen bekwaamheid in het mbo

Niet alleen in het po en vo, maar ook in het mbo vindt de overgrote meerderheid van de respondenten dat een leraar na een lerarenopleiding alleen die vakken zou moeten onderwijzen waar de opleiding hem toe hij opgeleid heeft. Na het behalen van een bevoegdheid of getuigschrift zou het beoordelen van de bekwaamheid voor het lesgeven aan een ander vakgebied het beste kunnen gebeuren door het betrekken van zowel een lerarenopleiding, het onderwijsteam als de schoolleiding/-manager. In het mbo is er geen draagvlak voor de huidige situatie waarin het bevoegd gezag van de instelling dit eigenstandig kan bepalen.

Ook opleidingsmanagers in het mbo vinden de huidige situatie niet wenselijk. Dit pleit ervoor dat er ook voor het mbo onderzocht zou moeten worden of het systeem van bevoegdheden, zoals het werkt in het vo, ook voor het mbo kan worden toegepast. Alternatief zou zijn om de bevoegdheid voor het bepalen van de bekwaamheid van een docent neer te leggen bij het driehoeksoverleg tussen lerarenopleiding, docententeam en bevoegd gezag van de instelling, in het geval een docent les gaat geven in een ander vakgebied dan waar hij toe opgeleid is.

Daarnaast is het voor het mbo van belang dat er binnen de huidige tweedegraads opleidingen en de pdg-trajecten meer aandacht wordt besteed aan agogische vaardigheden en vaardigheden om studenten te begeleiden naar een vervolgopleiding en voor te bereiden op uitstroom naar de arbeidsmarkt.

Inzet van eerstegraads docenten in het vmbo basis/kader en mbo 1

Eerstegraads docenten voelen zich onvoldoende voorbereid op het lesgeven aan leerlingen in het vmbo basis en kader en studenten in de entreeopleidingen van het mbo. Om goed les te kunnen geven in vmbo basis en kader en de entreeopleidingen van het mbo zou een eerstegraads docent een stage tijdens de opleiding bij deze doelgroepen moeten kunnen lopen of na zijn opleiding bij- en nascholing moeten volgen.


DOWNLOAD


 

Aanmelden bijeenkomst leraren en lerarenopleiders over bevoegdheden

Woensdag 30 juni, 19:30-21:00
Meld je hier aan voor de online bijeenkomst voor leraren en lerarenopleiders over de ontwikkelingen in het bevoegdhedenstelsel: https://nl.surveymonkey.com/r/bevoegdh

Tags: ,
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook interessant

Word lid

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.
Registreer je hier

De inhoud van deze pagina is uitsluitend voor leden die zijn ingelogd. Je kunt hier inloggen om de inhoud van deze pagina te bekijken.

Publiceer

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.

Artikel indienen

In de spotlight

Menu