Tags: , , ,

Onderwijskwaliteit verder onder druk

Samenvatting van het jaarlijks rapport ‘De Staat van het onderwijs’, door onderwijsinspectie. De trend zet door, leesvaardigheid nu onder het EU-gemiddelde.

» Rapport
» Arbeidsmarkt, Gelijke Kansen, Maatschappij, Technologie

»

Onderwijskwaliteit verder onder druk

Kerntaken voor onderwijskwaliteit

Het onderwijs heeft verschillende kerntaken. Tezamen dienen zij de onderwijskwaliteit te waarborgen. Er zijn verschillende indelingen van deze kerntaken van het onderwijs in gebruik. In de Staat van het Onderwijs geeft de Inspectie van het Onderwijs jaarlijks een beeld van de stand van zaken rond de volgende vier kerntaken.

  • Allocatie: het opleiden van studenten voor een goede positie op de arbeidsmarkt;
  • Socialisatie: het bevorderen van sociale en maatschappelijke ontwikkeling;
  • Selectie en gelijke kansen: het selecteren en plaatsen van leerlingen en studenten in een passende onderwijsomgeving, met certificering en diplomering in een passende schoolsoort of passend opleidingsniveau;
  • Kwalificatie: het bijbrengen van kennis en vaardigheden

Allocatie – aansluiting op de arbeidsmarkt 

  • Van de jongeren die voor het eerst gediplomeerd het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hoger beroepsonderwijs (hbo) of wetenschappelijk onderwijs (wo) verlaten, heeft 85 procent een jaar na afloop van het laatste studiejaar werk, in loondienst of als zelfstandige.
  • Ongeveer twee derde van de gediplomeerden zou dezelfde opleiding opnieuw kiezen.
  • Het aandeel vsv’ers stijgt sinds 2 jaar, zowel in het mbo als in het voortgezet onderwijs. In schooljaar 2017/2018 verliet 5,1 procent van de studenten het mbo voortijdig
  • Het stijgende onderwijsniveau van studenten met een 2e generatie niet-westerse migratieachtergrond is niet terug te zien op de arbeidsmarkt. Deze studenten hebben een jaar na het verlaten van het onderwijs vaker geen werk dan andere onderwijsverlaters, met name in het mbo. Ook na 5 jaar is dit nog het geval.
  • Een jaar na uitstroom uit het onderwijs hebben mannen vaker werk en een hoger uurloon dan vrouwen met dezelfde opleiding. Zo ligt de baankans voor mannen met een mbo 1- of 2-diploma 12,5 procent hoger dan voor vrouwen. Hun uurloon ligt 4 procent hoger.

Socialisatie & kwalieit van onderwijs

  • Over de opbrengsten van het onderwijs wat betreft sociale en maatschappelijke competenties is weinig bekend. Op stelselniveau is het inzicht in de uitkomsten hooguit fragmentarisch en op schoolniveau is meestal ook weinig of geen zicht op de sociale uitkomsten.
  • De inspectie wijst er al geruime tijd op dat de ‘burgerschapsopdracht’ meer aandacht van scholen vraagt en wijst op het belang van de formulering van duidelijke verwachtingen
  • Op veel scholen sprake van leerlingen die te maken hebben met (aanhoudend) pesten en gevoelens van onveiligheid. In het basisonderwijs gaat het om 1 op de 10 leerlingen en in het voortgezet onderwijs om 5 procent van de leerlingen die zegt te worden gepest.

Selectie en gelijke kansen

  • Jaarlijks verlaten 200.000 studenten voor de eerste keer het onderwijs. De meesten van hen hebben een diploma. Steeds vaker is dat een mbo 4-diploma of een hbo-diploma en steeds minder vaak een mbo 1- of 2-diploma. De gemiddelde diplomahoogte stijgt. In internationaal perspectief zijn onze jongeren hoog opgeleid; het aandeel hoogopgeleiden is hoger dan het Europees gemiddelde. Dit zegt niet per se iets over de kwaliteit van onderwijs. 
  • 22 Procent van de leerlingen en studenten die het onderwijs na 2016/2017 verlieten deden dat zonder diploma of met alleen een voortgezet onderwijs-diploma. Dat zijn bijna 45.000 jongeren. 
  • Het opleidingsniveau van ouders is een belangrijke voorspeller voor het zittenblijven of versnellen in het basisonderwijs. Het aandeel leerlingen dat vertraging oploopt in het basisonderwijs (12,8 procent) daalt, terwijl het aandeel leerlingen dat versnelt (12,1 procent) stijgt. Leerlingen van ouders met maximaal een mbo 2-diploma lopen vaker vertraging op in de schoolloopbaan dan leerlingen van anders opgeleide ouders. Dit geldt vooral voor leerlingen die geen migratieachtergrond hebben.
  • Jongens lopen op de basisschool eerder dan meisjes vertraging op en worden ook sneller verwezen naar speciaal (basis) onderwijs. Aan het eind van het basisonderwijs halen meisjes hogere toetsscores.
  • In het voortgezet onderwijs stromen jongens vaker af dan meisjes, blijven ze vaker zitten en halen ze minder vaak een havo- of vwo-diploma. Deze verschillen worden de laatste jaren groter. 
  • Jongens verlaten vaker dan meisjes het onderwijs zonder startkwalificatie. Inmiddels is twee op de drie voortijdig schoolverlaters mannelijk. De onderwijskwaliteit voor deze groep jongens is dus zorgwekkend te noemen.

Kennis en vaardigheden

  • In 2018 spraken we over dalende trends in leerlingprestaties over de lange termijn. Deze trend zet door. De onderwijskwaliteit lijkt in het buitenland dus wel verbeterd. Nederlandse 15-jarige leerlingen deden het in internationaal opzicht jarenlang goed bij wiskunde en natuurwetenschappen. In 2015 daalden hun prestaties echter, zowel ten opzichte van andere landen als ten opzichte van Nederland in voorgaande jaren. Voor 2018 zijn de resultaten voor deze vakken gelijk aan de resultaten in 2015, maar lager dan in het verleden. 2018 laat een daling in leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen zien ten opzichte van 2015. Nederlandse leerlingen presteren op leesvaardigheid voor het eerst onder het EU gemiddelde.
  • De cijfers die leerlingen gemiddeld halen voor het centraal examen in het voortgezet onderwijs zijn grotendeels stabiel over een langere periode. Dit geldt voor alle schoolsoorten en voor verschillende vakken. 
  • Lessen zijn gericht op de onderdelen van het centraal examen, waardoor de aandacht voor essentiële lees- en denkvaardigheden zoals evalueren en reflecteren beperkt is.
  • De motivatie van Nederlandse leerlingen is laag, tot het moment dat zij een toets maken met gevolgen voor hun vervolgonderwijs of arbeidsmarktkansen. 
  • De groep leerlingen die moeite heeft met lezen groeit. De OESO beschouwt 24 procent van de Nederlandse 15-jarigen als dermate laaggeletterd dat zij niet voldoende kunnen meekomen in de maatschappij. Ook de groep excellente lezers wordt kleiner.
  • Leesplezier is belangrijk voor de ontwikkeling van de leesvaardigheid; Het plezier waarmee 15-jarige leerlingen lezen is het laagst van alle landen. Dit is nu nog verder gedaald.
  • Expliciete aandacht in het curriculum voor leesonderwijs en een doorgaande lijn tussen de onderwijssectoren zijn nodig om de leerlingen voldoende te kwalificeren voor deelname op de arbeidsmarkt en in de maatschappij.

Verder Lezen?

Klik hier voor deel II van de samenvatting van de Staat van het Onderwijs


Download

klik hier voor het hele rapport ‘De staat van het onderwijs 2020’

Tags: , , ,
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook interessant

Word lid

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.
Registreer je hier

De inhoud van deze pagina is uitsluitend voor leden die zijn ingelogd. Je kunt hier inloggen om de inhoud van deze pagina te bekijken.

Publiceer

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.

Artikel indienen

In de spotlight

Menu