Tags: , ,

Onbewuste vooroordelen en onderwijs

Waar stereotypering gaat over aannames, gaat bias over vooringenomenheid, oftewel een (onbewuste) voorkeur voor een bepaalde groep mensen. Wanneer we deze patronen willen doorbreken is het belangrijk dat (toekomstige) leerkrachten zich bewust worden van hun bias.

» Artikelen
» Gelijke Kansen, Maatschappij, Professionalisering

»

Onbewuste vooroordelen en onderwijs

Bias: vooringenomenheid, ingenomenheid voor of tegen iets of iemand

WOMEN Inc. zet zich al vijftien jaar in voor een samenleving met gelijke kansen voor iedereen, ongeacht gender en sekse. Ook op het thema  onderwijs. Er moet verandering plaatsvinden om ervoor te zorgen dat alle kinderen met een onbeperkt zelfbeeld van school kunnen. Dat is op dit moment nog niet zo. Zo denkt 73,7 procent van de Nederlandse meisjes dat het voor vrouwen lastiger is om een rol als leider te krijgen dan voor mannen. Om een doorbraak te creëren op het thema onderwijs spreken wij de overheid, onderwijsprofessionals en individuen aan en delen we informatie met hen.

Wat zijn de effecten van vooroordelen? 

We hebben ze allemaal. Bewuste en onbewuste vooroordelen over vrouwen en mannen. Of ze nou zwart of wit, jong of oud, homo- of heteroseksueel zijn. Deze vooroordelen leiden tot stereotypering en bias. Waar stereotypering gaat over aannames, gaat bias over vooringenomenheid, oftewel een (onbewuste) voorkeur voor een bepaalde groep mensen.

Bias is meestal impliciet maar wel zichtbaar en hoorbaar. We zien en horen het door markeren (het geven van labels) en weglaten (de norm ontbreekt). Dit gebeurt met name in taal. Een goed voorbeeld is dat je de term ‘vrouwelijk leiderschap’ vaak tegenkomt maar dat we nooit spreken van ‘mannelijk leiderschap’. De bias hierin bestaat uit de vooringenomenheid dat leiders met name mannen zijn. Taalgebruik en beelden kunnen dus onbewust verschil benadrukken, afstand creëren en zo ongelijkheidheid in stand houden.  

Bias bij leraren, tegen beter weten in

Zoals ieder mens hebben ook leraren onbewuste vooroordelen (bias) die kunnen leiden tot verschillen in kansen van leerlingen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat meisjes hogere cijfers halen voor talige vakken omdat docenten verwachten dat ze hier goed in zijn. Andersom verwachten docenten dat jongens beter zijn in vakken als wiskunde of rekenen. Onderzoek naar vraag- en instructiegedrag van leraren laat zien dat zij, vaak onbewust, jongens en meisjes op verschillende wijze bij hun lessen betrekken. Zo krijgen meisjes tijdens reken- en wiskundelessen minder vaak de beurt dan jongens. En krijgen jongens vaker denkvragen, terwijl meisjes meer kennis-/herhalingsvragen krijgen. Uit eerder onderzoek blijkt dat leerkrachten regelmatig uitspraken doen die als rolbevestigend kunnen worden beschouwd. Docenten geven daarmee bijvoorbeeld (onbewust) de boodschap mee dat mannen voornamelijk de kostwinners zijn binnen het gezin, terwijl vrouwen aangeduid worden als moeders en degene die het huishouden doen. Hoewel docenten vaak aangeven deze patronen te willen doorbreken, weten zij vaak niet hoe.

Gender en keuzes in het onderwijs

Bias kan van invloed zijn op de studiekeuze van meiden en jongens. Er bestaan in Nederland opvallende verschillen tussen jongens en meiden als het gaat om de keuzes die zij maken over hun profiel, sector- en/of studiekeuze. Zo signaleert De Onderwijsinspectie dat in het vmbo de technieksector bijna volledig bestaat uit jongens: het aandeel meiden dat voor deze sector kiest is slechts 10%. De sector zorg & welzijn bestaat tegelijkertijd bijna volledig uit meiden. Op de havo en het vwo kiezen vooral jongens voor het profiel Natuur & Techniek (havo 78%, vwo 64%), terwijl het profiel Cultuur & Maatschappij met name wordt gekozen door meiden (havo 79%, vwo 80%) .

Studiekeuze

Ook op studiekeuze heeft gender in Nederland nog steeds enorme invloed. Tien jaar geleden koos slechts 6% van de vrouwen op het HBO bijvoorbeeld een bètatechnische opleiding. Dat percentage is inmiddels verdubbeld, maar beslaat dus nog steeds maar 12%. Het percentage vrouwen dat kiest voor een bètatechnische MBO-opleiding op niveau 2 is slechts licht gestegen, van 4% naar 5%. Daar waar meisjes weinig voor bètatechnische studies of opleidingen kiezen, kiezen jongens weinig voor het onderwijs en de zorg. Op het VMBO kiest slechts 15% van de jongens voor de sector zorg en welzijn en in 2018 was ongeveer 1 op de 5 studenten in het MBO ‘zorg en welzijn’ een jongen. 

Wanneer we deze patronen willen doorbreken is het belangrijk dat (toekomstige) leerkrachten zich bewust worden van hun bias. De PABO-opleiding van de HvA wijdt bijvoorbeeld een heel blok aan diversiteit met de naam: ‘Diversiteit: contact en communicatie’. Hier zou een onderdeel bias & stereotypering moeten worden ingepast.


Lees meer over kansengelijkheid in het onderwijs op de website van WOMEN Inc.

Lees ook: Kansenongelijkheid in het onderwijs & de rol van verwachtingenJouw verwachtingen zijn hun kansen

 

Tags: , ,
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook interessant

Community leden

Leden onderwijscommunity

Onze social kanalen

LinkedIn

Word lid

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

Registreer je hier

Publiceer

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.

Artikel indienen

In de spotlight

Vacature

Boek

Opleiding

App