Tags: , ,

6 maatregelen om motivatie tot (taal)leren te bevorderen

Uitgebreid onderzoek toont aan dat taalleraren bijzonder veel maatregelen kunnen nemen om de motivatie van leerlingen te verhogen. Hieronder geeft Kris van den Branden er 6, bij wijze van voorbeeld. Na introductie van de drie factoren die de sleutel zijn. Succes ervaren, waarde vinden en autonomie.

Welke factoren bepalen de leermotivatie?

De motivatie van Nederlandse leerlingen blijkt relatief laag in vergelijking met leerlingen uit andere landen. Er is sprake van zogenaamde ‘moetivatie’ en minder van autonome motivatie, terwijl dat laatste zorgt voor diepgaander leren, meer inzet en welbevinden, en betere leeruitkomsten op de lange termijn. Welke factoren bepalen de motivatie van leerlingen en cursisten om taaltaken uit te voeren? Kris van den Branden voerde een kritische review studie van de theoretische modellen rond taalleermotivatie (en leermotivatie in het algemeen) en van het empirisch onderzoek dat hen ondersteunt. Heel wat modellen passeerden de revue (van zelfdeterminatietheorie tot Dörnyei’s L2 Self Motivation Model); het visueel model hieronder vat zijn synthese samen; Kris van den Branden is onder meer hoogleraar taalkunde en lerarenopleider aan de KU Leuven.

De kans dat leerlingen gemotiveerd zijn om een taaltaak aan te vatten, mentale energie investeren in het verwerken van de taal in de taak, en de taaltaak tot een goed einde te brengen, stijgt als je een drietal factoren mee neemt in je les.

Succes, waarde en autonomie

De kans dat leerlingen gemotiveerd zijn om een taaltaak aan te vatten, mentale energie investeren in het verwerken van de taal in de taak, en de taaltaak tot een goed einde te brengen, stijgt als:

  1. leerlingen verwachten/geloven dat ze een redelijke kans op succes hebben. Dat hoeft niet te betekenen dat ze de taak helemaal zelfstandig moeten kunnen uitvoeren: ook als leerlingen geloven dat ze de taak met ondersteuning (van hulpmiddelen, andere leerlingen, de leerkracht) succesvol kunnen uitvoeren, zijn ze gemotiveerder;
  2. leerlingen waarde vinden in het uitvoeren of leren uitvoeren van de taak. Daarbij kan het gaan om:
    • intrinsieke waarde (ik vind de activiteit an sich boeiend, plezierig, uitdagend),
    • sociale waarde (de taak (of het uitvoeren ervan) geeft me de kans om sociale banden te smeden of te verbeteren),
    • functionele waarde (ik vind het nuttig om de taak te leren uitvoeren, want dat kan me nog nut of voordeel opleveren),
    • of om de voldoening die gehaald wordt uit het volbrengen van de taak of het overwinnen van de uitdaging.
    • De tegenhanger van waarde is kost: als de kost (bv. de moeite of de financiële kost) groter is dan de positieve waarde, dreigt de motivatie van de lerende te dalen.
  3. leerlingen autonomie ervaren of kunnen opbouwen bij het uitvoeren van de taaltaak. Daarbij gaat het om de mate waarin de leerling enige mate van controle kan uitvoeren, eigen keuzes kan maken, of een groter gevoel van autonomie kan vergaren.

Versterkende werking

De drie factoren kunnen elkaar versterken: taaltaken die tegelijkertijd waardevol zijn, autonomie verlenen en haalbaar worden geacht door de leerling, zijn vaak supermotiverend (dat is overigens een kenmerk van veel taken in games die leerlingen in hun vrije tijd spelen). De drie factoren kunnen ook compenserend werken: zo kunnen taken bijvoorbeeld toch motiverend zijn zelfs als het autonomie-gehalte laag is, maar de verwachting van succes en de inschatting van waarde hoog zijn.

Hoe sterker de lading op deze drie factoren, hoe groter de kans dat de leerling niet zomaar gedrag zal vertonen bij het uitvoeren van de taak (ik doe mee), maar geëngageerd de taak zal uitvoeren. Engagement is de intensievere vorm van gedrag, die zich Wolters & Taylor (2012) manifesteert in de bereidheid van studenten “to actively participate in classroom interaction, perform tasks to criterion, persist in the light of difficulties, and learn from it.”

Dynamisch gegeven

Motivatie is een uitermate dynamisch gegeven. Een taalleerder kan net voor de aanvang van een taaltaak veel motivatie ervaren (bv. door een samenspel van waarde, autonomie en kans op succes), maar als tijdens de uitvoering van de taaltaak blijkt dat de taak toch veel minder haalbaar is, minder waardevol is of er minder autonomie wordt gegund, dan kan dat ogenblikkelijk tot een daling van het motivatieniveau leiden.

Invloed van de leraar

De leraar (als belangrijke factor) in de omgeving kan een positieve (en negatieve) invloed op die dynamische motivatie van lerende en hun gemotiveerd gedrag uitoefenen. Uitgebreid onderzoek van Dörnyei en collega’s toont aan dat taalleraren bijzonder veel maatregelen kunnen nemen om de motivatie van leerlingen te verhogen. Hieronder geef ik er 6, bij wijze van voorbeeld. Hierbij gaat het om maatregelen die duidelijk in verband te brengen zijn met de factoren in het model, en waarvan sommige ondertussen goed empirisch worden ondersteund:

  1. Stem de lesinhouden af op de noden en interesses van leerlingen, of laat leerlingen (gedeeltelijk) mee de inhoud van de lessen bepalen (cf. waarde en autonomie);
  2. Maak lesdoelen expliciet (waarde) en tracht te werken met uitdagende, doch haalbare doelen (waarde/succes);
  3. Maak gebruik van coöperatief en samenwerkend leren, en stimuleer dat leerlingen in interactie treden met andere taalleerders en taalgebruikers van de doeltaal buiten de school (sociale waarde);
  4. Geef formatieve, constructieve feedback tijdens de uitvoering van de taaltaak (succes);
  5. Help leerlingen om meer zelfregulerend vermogen op te bouwen bij de uitvoering van taken (bv. door hen van succescriteria voor de uitvoering van een taaltaak te voorzien en hen aan te sporen hun eigen werk, of dat van medeleerlingen, te monitoren) (autonomie);
  6. Werk met moderne technologie (intrinsieke waarde), maar wel op een manier die consistent is met onderzoeksgebaseerde principes van (tweede/vreemde) taalverwerving (intrinsieke waarde).

Ten slotte

Een combinatie van diverse maatregelen werkt wellicht het best; in hun meta-analyse spreken Lazowski & Hulleman (2015) van “supercharged interventions”. Ten slotte, er zijn geen mirakeloplossingen, noch wonderrecepten die voor iedereen altijd werken. De motivatie van een taalleerder verhogen blijft gesitueerd, gecontextualiseerd vijlwerk: het gaat erom dat een leraar individuele, of groepen van leerlingen, observeert terwijl ze taaltaken aanvatten en uitvoeren, en op basis van hun signalen maatregelen neemt, vervolgens observeert of die maatregelen effect hebben en zo nodig bijstuurt. Maar dat vijlwerk kan erg lonen: een lerende die geëngageerd een taaltaak uitvoert, zal immers meer intensieve cognitieve energie in het verwerken van de taak steken, waardoor de kans tot leren stijgt. De cognitieve en motivationele aspecten van taalleren zijn intens verstrengeld, zoveel is duidelijk.


Evenwicht tussen uitdaging en begrip

Volgens het doeltaal-voertaalprincipe in het vreemdetalenonderwijs is het effectief om de taal die geleerd wordt – de doeltaal – als voertaal in de les te gebruiken. Dat betekent dat je tijdens de les zoveel mogelijk Duits, Engels of Frans spreekt met de leerlingen. Hoe kun je het best beginnen met het doeltaal-voertaalprincipe in vreemdetalenonderwijs en wat levert een goed resultaat op? De redactie van leraar 24 zetten een aantal punten op een rijtje.

Bij het inzetten van de doeltaal als voertaal is het belangrijk om het evenwicht te bewaken tussen uitdaging en begrip. Dat betekent dat je leerlingen uitdaagt om actief te luisteren en met de taal bezig te zijn, zonder dat dit ten koste mag gaan van het begrijpen ervan. Het is belangrijk om goede omstandigheden te creëren voor leerlingen om een vreemde taal te leren. Met onderstaande tips ben je goed op weg:

  • Wees duidelijk tegenover de leerlingen. Vertel ze tijdens de eerste les in het Nederlands dat de voertaal voornamelijk de doeltaal is. Vertel ook waarom dit zo is en wat je van hen verwacht.
  • Maak posters met veelgebruikte klassentaal en hang deze in het lokaal op. Denk aan zinnen als ‘wat betekent dit woord?’, ‘ik begrijp het niet’, ‘kunt u mij helpen?’ en ‘mag ik naar de wc?’ Leerlingen raken zo sneller gewend om de doeltaal te spreken.
  • Laat leerlingen ook onderling de doeltaal gebruiken.
  • Corrigeer niet te veel op fouten van de leerlingen als zij de doeltaal spreken. Het gaat er vooral om dat ze hun boodschap kunnen en durven over te brengen. Herhaal liever nog een keer wat de leerling gezegd heeft, maar dan op de correcte manier.
  • Wees creatief in het uitleggen van de betekenis van woorden. Vertalen is niet altijd nodig. Gebruik bijvoorbeeld gebaren, tekeningen, of omschrijvingen.

In de praktijk is het niet altijd makkelijk om consequent het doeltaal-voertaalprincipe vol te houden. Lees hier een aantal uitdagingen en mogelijke oplossingen.


Meer lezen?

Tags: , ,
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook Interessante Artikelen

Bezoeker!

Community Leden

Alle Leden >>>

Whitepaper arbeidsmarkt

Whitepaper onderwijs arbeidsmarkt

Whitepaper digitale toepassing didactiek

didactiek download

Whitepaper Werkstress de baas

HR download onderwijs

Whitepaper Hybride leeromgeving

Leeromgeving download

Whitepaper maatschappij

Maatschappij onderwijs download

Whitepaper onderwijsontwikkeling

onderwijsontwikkeling download

Whitepaper effectief afstandsonderwijs

Onderwijs organiseren download

Whitepaper professionalisering

onderwijs professionalisering download

ICT-gebruik in het onderwijs

Onderwijs Technologie download

Registreer je als lid

Artikelen & Blogs

Apps & Tools

🙁

WORD LID

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

PUBLICEER

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.

ADVERTENTIE

In de spotlight

Vacature

Schooldirecteur | Margrietschool

Boek

Burgerschap is zorgen voor jezelf, zorgen voor elkaar en voor de aarde waar we op wonen.

DOEboek Burgerschap: 100 acties om de wereld mooier te maken

Kalender

Bouwen maar HJK banner Landelijk congres Jonge Kind-600x275a
landelijk congres bouwen maar banners-600x627a

Landelijk congres Jonge Kind 2024: Bouwen maar!

App

Picoo stimuleert actief samen spelen onder kinderen met de eerste interactieve spelcomputer voor buiten. Zonder scherm! Zo combineert Piccoo het avontuurlijke van buitenspelen met het interactieve van gamen. Eindeloos speelplezier dus! 
gamification onderwijs

Picoo – gameconsole voor buitenspelen