Hoe staat het Nederlandse onderwijs ervoor? De nieuwste editie van De Staat van het Onderwijs onthult urgente knelpunten én veelbelovende bewegingen.
Staat van het Onderwijs 2025: hoe gaat het écht met ons onderwijs?
De publicatie van De Staat van het Onderwijs 2025 zet het Nederlandse onderwijs opnieuw onder de loep. Jaarlijks brengt de Inspectie van het Onderwijs in kaart wat goed gaat en waar de pijnpunten zitten. Dit rapport is geen momentopname, maar een spiegel die ons laat zien hoe scholen, leerlingen, leraren en beleidsmakers functioneren in een snel veranderende samenleving. In deze editie springt een aantal thema’s eruit: basisvaardigheden blijven onder de maat, mentale gezondheid van leerlingen staat onder druk, en de personeelstekorten blijven het onderwijs parten spelen. Toch is er ook ruimte voor optimisme, onder meer door vernieuwende inspectiemethodes en de financiële weerbaarheid van veel instellingen.
Wat kunnen we leren van deze jaarlijkse graadmeter? En hoe gebruiken we deze inzichten om het onderwijs daadwerkelijk te verbeteren?
Basisvaardigheden blijven een zorgenkind
De inspectie luidt de noodklok: leerlingen beheersen de basisvaardigheden nog steeds onvoldoende. Taal en rekenen – de fundamenten van verdere schoolloopbanen – blijken voor veel leerlingen een struikelblok. In zowel het primair als voortgezet onderwijs haalt een significant aantal leerlingen het minimale fundamentele niveau niet.
Dat is alarmerend, want deze basis is nodig om leerlingen zelfredzaam en veerkrachtig te maken in een complexe maatschappij. De coronacrisis heeft hier een versterkend effect gehad, maar ook structurele problemen spelen een rol. Denk aan versnipperde lesmethodes, wisselende kwaliteitszorg per school en onvoldoende tijd voor maatwerk in de klas.
De inspectie wijst op het belang van heldere lesdoelen, effectieve instructie en het gebruik van goede data om het leerproces te volgen. Toch ontbreekt het op veel scholen aan tijd, expertise of capaciteit om dit goed te doen.
Psychische druk bij leerlingen neemt toe
Een ander opvallend punt in het rapport is de mentale gezondheid van leerlingen. Steeds meer jongeren kampen met stress, somberheid en prestatiedruk. Vooral in het voortgezet onderwijs en mbo is deze trend zichtbaar. Hoewel mbo-studenten zich over het algemeen veilig voelen op school, meldt een groeiend deel psychische klachten die hun welzijn en leerprestaties beïnvloeden.
Wat opvalt is dat deze klachten niet beperkt blijven tot leerlingen met een diagnose of specifieke zorgvraag. Ook ogenschijnlijk ‘gewone’ leerlingen ervaren hoge druk door schoolprestaties, sociale media en maatschappelijke verwachtingen.
Scholen hebben hierin een belangrijke signalerende rol, maar missen vaak de kennis of middelen om passende begeleiding te bieden. Er is dringend behoefte aan meer samenwerking met de jeugdzorg, duidelijke richtlijnen en extra ondersteuning voor mentoren en zorgcoördinatoren.
Personeelstekorten drukken op kwaliteit
Het rapport bevestigt wat al langer bekend is: het tekort aan leraren en schoolleiders is nog steeds nijpend. Vooral in het primair onderwijs en het speciaal onderwijs leidt dit tot uitval van lessen, grotere klassen en het wegvallen van individuele begeleiding. Maar ook in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs zijn de gevolgen voelbaar.
De situatie heeft niet alleen invloed op de werkdruk van zittende leraren, maar ook op de kwaliteit van het onderwijs. Leerlingen krijgen vaker te maken met invalkrachten of lesuitval, en leraren hebben minder tijd voor lesvoorbereiding, differentiatie en oudercontact.
De inspectie pleit voor langetermijnoplossingen zoals aantrekkelijker arbeidsvoorwaarden, meer zij-instroom en professionele ontwikkeltrajecten. Maar ook schoolbesturen kunnen actiever sturen op behoud van personeel door goed werkgeverschap en een gezonde werkcultuur.
Nieuwe inspectiemethodes: meer zicht op de praktijk
Een opvallende vernieuwing in het toezicht is de inzet van steekproefsgewijze kwaliteitsonderzoeken. Sinds september 2023 voert de inspectie deze uit in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Deze aanpak vervangt deels het reguliere toezicht en biedt een bredere blik op de onderwijskwaliteit in Nederland.
Door middel van thematische analyses en gesprekken op locatie ontstaat er een rijker beeld van de onderwijspraktijk. Wat zijn sterke punten van scholen? Waar lopen ze tegenaan? En hoe kunnen goede voorbeelden breder gedeeld worden?
De inspectie benadrukt dat dit toezicht niet bedoeld is om af te rekenen, maar om te stimuleren. Door lessen te trekken uit de praktijk en deze terug te koppelen naar het veld, ontstaat een dialoog die kan leiden tot echte verbetering.
Financiële gezondheid: solide, maar met kanttekeningen
De financiële situatie van onderwijsinstellingen is over het algemeen stabiel. De meeste scholen en besturen beschikken over voldoende buffers om tegenvallers op te vangen. Dit biedt ruimte om te investeren in kwaliteit, innovatie en ondersteuning van leerlingen.
Toch zijn er zorgen. Niet alle besturen zijn transparant over hun uitgaven of zetten middelen effectief in. Bovendien vormen teruglopende leerlingenaantallen in het hoger onderwijs en aangekondigde bezuinigingen een risico op langere termijn.
De inspectie roept op tot beter financieel beleid, waarin onderwijskwaliteit en transparantie voorop staan. Goed geldbeheer moet niet alleen voldoen aan de regels, maar vooral bijdragen aan beter onderwijs.
Inclusief onderwijs blijft lastig te realiseren
De ambitie om meer inclusief onderwijs te bieden blijkt moeilijk waar te maken. Veel scholen worstelen nog steeds met het bieden van een passende plek voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Het regulier onderwijs is daar vaak nog niet voldoende op ingericht.
Belemmerende factoren zijn onder andere een gebrek aan expertise, hoge werkdruk en een trage samenwerking met zorgpartners. Hierdoor vallen sommige leerlingen tussen wal en schip.
De inspectie adviseert om meer te investeren in de professionalisering van personeel, betere samenwerking tussen onderwijs en zorg en het versterken van de ondersteuningsteams binnen scholen.
Burgerschapsonderwijs verdient meer aandacht
Hoewel burgerschap sinds 2021 een wettelijke opdracht is voor scholen, blijkt in de praktijk dat veel scholen hier nog zoekende in zijn. De inspectie constateert dat de kennis van leerlingen over democratie, rechtsstaat en diversiteit vaak beperkt is.
Scholen geven aan behoefte te hebben aan concretere handvatten, lesmaterialen en voorbeelden van hoe je burgerschap integreert in het curriculum. Het risico is dat dit onderwijs vrijblijvend blijft, terwijl het juist nu – in tijden van polarisatie en maatschappelijke onrust – van groot belang is.
De oproep van de inspectie is duidelijk: maak burgerschap zichtbaar, bespreekbaar en betekenisvol in de dagelijkse onderwijspraktijk.
Veel uitdagingen dus, maar ook beweging
De Staat van het Onderwijs 2025 laat een onderwijslandschap zien met serieuze uitdagingen, maar ook met initiatieven die hoop geven. Of het nu gaat om basisvaardigheden, mentale gezondheid of inclusiviteit – het rapport toont waar het wringt én waar verbetering mogelijk is. Onderwijsprofessionals, bestuurders en beleidsmakers worden uitgedaagd om samen te werken aan toekomstbestendig onderwijs.
Er is werk aan de winkel, maar ook energie, kennis en betrokkenheid genoeg om deze opgave aan te gaan.
Meer lezen over de Staat van het Onderwijs
Ook Interessante Artikelen
Gelijke kansen: solidariteitsfonds in Utrecht verdeelt ouderbijdragen
Gedeeld leiderschap begint bij het weg te geven
Bekijk nog meer
Bezoeker!
Vacatures
Kalender
Downloads
Artikelen
Blijf op de hoogte
WORD LID
Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.
PUBLICEER
Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.










