Welke werkvormen werken niet?
Philip Brinckman: “We willen geen ‘schuldigen’ aanwijzen of polarisatie aanwakkeren, maar hebben bijvoorbeeld bedenkingen bij zelfontdekkend leren. Hoe minder een kind over een thema weet, hoe meer de leraar moet sturen. Als je kansarme kinderen enkel gaat ‘coachen’ in hun leerproces brengt dat te weinig op voor hen. Ze hebben immers te weinig kapstokken om de nieuwe kennis aan op te hangen. Laat hen dus niet zelf info over Egypte opzoeken, maar vertel er boeiend over en bepaal de volgende stap. Directe instructie mag dan soms kampen met een oubollig imago door de verwarring met frontaal lesgeven, het blijft de beste methode om basiskennis en -vaardigheden over te brengen.”
“Nog een voorbeeld: groepswerk. Dat is een olympische discipline die een grote verantwoordelijkheid legt bij het zelfsturend vermogen van de leerlingen. Zelfs met de beste afspraken blijft de taakverdeling vaak ongelijk. En je kan onmogelijk op je eentje alle groepjes goed begeleiden. Om basiskennis te verwerven, is groepswerk dus niet de beste optie. Wanneer je leerlingen gevorderd zijn, kan het natuurlijk wel en is het zelfs aangewezen.”
Is er in onderwijs dan nog plaats voor innovatie? Flexibele leerwegen of co-teaching, bijvoorbeeld?
Philip Brinckman: “Hoe organiseer je die flexibele leerwegen voor 20 leerlingen? Daar lopen leraren tegenaan. En leren leerlingen echt beter als ze met 2 klassen in een grote aula les krijgen van co-teachers? Co-teachen is overigens helemaal niet innovatief, sommige scholen doen dat al 30 jaar.”
“De cognitieve wetenschap stelt dat veel nieuwigheden pas werken onder bepaalde omstandigheden, als je een bijzonder sterke leraar bent. En als je intrinsiek sterk gemotiveerde leerlingen hebt. Hannah Arendt zegt: ‘Onderwijs is per definitie conservatief’. Ik begrijp dat als: bewaar het goede uit het verleden en geef het door zodat jongeren er later het hunne mee kunnen doen. We weten niet welke vaardigheden jongeren over 10 jaar nodig hebben op hun werk. Maar met een goede basiskennis en -vaardigheden kunnen ze zich aanpassen aan nieuwe contexten.”
Als je kansarme kinderen op school niet genoeg basiskennis en -vaardigheden bijbrengt, laat je hen pas echt in de steek
Wat moeten scholen die werken met zelfsturend leren met dit rapport doen?
Philip Brinckman: “Scholen zijn vrij in hun didactische aanpak, maar tijdens zelfsturend leren verliezen leraren te vaak de regie. Ze denken dan dat leerlingen moeten rondlopen of in groep met elkaar overleggen, maar je moet het als leraar vooral voordoen en leerlingen laten meedenken. Met een onderwijsleergesprek activeer je leerlingen ook. De cognitieve psychologie ontdekte dat je leert op het moment dat je iets ophaalt. Als leraar hou je de blikken van je leerlingen in de gaten, zie je wie het begrijpt en wie niet.”
“Zodra leerlingen een bepaald niveau hebben, kunnen ze zelf iets opzoeken. Maar mede onder invloed van de markt willen sommige scholen onderzoeksdenkertjes maken van kinderen uit het eerste leerjaar. Dat heeft geen zin. Om zelfsturend te leren moet je eerst een goede basis technisch en begrijpend lezen hebben. Dat kost veel tijd en energie.”
Tijd die nu ook naar andere leerinhouden gaat? Het aantal uren leesonderwijs daalt.
Philip Brinckman: “Het curriculum wordt te zwaar door vele maatschappelijke topics, van verkeerseducatie tot gezonde voeding. Zeker in het lager onderwijs. Een fietsproject op school oogt mooi voor de buitenwereld, maar lokale overheden, de jeugdbeweging of de politie kunnen ook workshops rond verkeer opzetten in de wijk.”
“Door die randzaken blijft er minder tijd over om te leren lezen, rekenen en schrijven. Zeker op kansarme kinderen heeft dat een grote impact. Hun ouders kunnen misschien minder goed verkeersopvoeding bijbrengen, maar leren lezen en schrijven lukt nog veel minder. Als je dat op school niet grondig aanleert, laat je die kinderen pas echt in de steek.”
De expert-leraar, wat doet die precies? (Om leraren praktischer op te leiden, wil de commissie een nieuwe rol in het leven roepen)
Philip Brinckman: “Een kruisbestuiving creëren tussen klas en lerarenopleiding. Nu is de overstap vaak te groot. Starters schrikken als ze plots alleen voor de klas staan. Expert-leraren hebben veel ervaring met de dagelijkse klaspraktijk. Zij kunnen die binnenbrengen in de lerarenopleiding en wetenschappelijk onderzoek meenemen naar school.”
“Mooie bijvangst van de nieuwe rol: na een aantal jaar lesgeven hebben sommige leraren nood aan extra uitdaging. Ze willen hun vlakke loopbaan doorbreken. Door hen de status van expert-leraar toe te kennen, laat je deze waardevolle mensen carrière maken op hun school. Ze geven bijvoorbeeld halftijds les en daarnaast begeleiden ze startende leraren of geven ze gastlessen in de lerarenopleiding.”

Als toekomstige leraar moet je veel modellessen krijgen van expert-leraren die het je voordoen
Ook de ‘oefenschool’ moet de kloof tussen de lerarenopleiding en de klaspraktijk overbruggen. Hoe ziet die eruit?
Philip Brinckman: “Toekomstige leraren zijn te vaak onvoldoende voorbereid in didactiek en klasmanagement. We moeten ze meer oefenkansen bieden, zonder directe gevolgen voor hun resultaat. Daarvoor moeten scholen een partnerschap aangaan met de lerarenopleiding in de buurt. In zo’n oefenschool kan de student lessen bijwonen van een expert-leraar. Meer dan tijdens de 3 weken stage die lerarenopleidingen nu voorzien. Je moet als toekomstige leraar veel modellessen krijgen. Een bindende instaptoets voor leraren kan de instroom in de lerarenopleiding ook verbeteren. Het huidige lerarentekort mag ons daar niet van afhouden.”
De commissie verdedigt de autonomie en het vertrouwen in de leraar. Hoe groot is die autonomie als de oefenschool een bepaalde visie op didactiek promoot?
Philip Brinckman: “Autonomie betekent niet je goesting doen. Als autonome leraar ken je de meest efficiënte manier om kennis over te brengen op dat moment voor die groep. Je hoeft het invulboek niet slaafs te volgen. Je mag bijvoorbeeld de maaltafels inoefenen via bewegend leren, zolang het leren maar centraal staat.”
Huiswerk werkt wel, stelt het rapport. En ook zittenblijven afvoeren, is geen goed idee?
Philip Brinckman: “Dat huiswerk niet rendeert, is een moderne misvatting. De internationale onderwijsexpert John Hattie maakte een samenvatting van bijna 200 wetenschappelijke studies over huiswerk. Hij concludeerde dat het effect niet zeer groot is, maar toch betekenisvol en betrouwbaar. Huiswerk verdween op sommige basisscholen, terwijl het 1 van de vele schakeltjes kan zijn om de leerprestaties te remediëren. En het kost het onderwijs niks.”
“Zittenblijven kan een weloverwogen optie zijn. Met een C-attest geef je sommige leerlingen de kans om hun leerproces voort te zetten in dezelfde studierichting. Maar ook doorverwijzen naar buitengewoon onderwijs mag geen taboe zijn als het kind baat heeft bij een gespecialiseerde aanpak.”
Vandaag zijn leraren manusjes-van-alles. Door terug te keren naar de kern van de job, zal de maatschappelijke waardering toenemen.
De focus moet naar lesgeven. Hoe belangrijk is zorg nog op school?
Philip Brinckman: “De commissie raadt aan om niet te snel compenserende maatregelen in te zetten en kinderen oefentijd te gunnen. Dat kan ook met bijlessen of zomerscholen. Geef kinderen het gevoel dat ze beter kunnen worden in iets, dan ontwikkelen ze veerkracht. Met basiskennis geef je ze écht een cadeau. Als zij ervaren dat ze iets bijleren en groeien, voelen ze zich gelukkiger. Ook dat is zorg.”
“Natuurlijk moeten kinderen met leerproblemen tot op bepaalde hoogte terecht kunnen bij een zorgleraar (intern begeleider red.). Maar we vragen ook een engagement van de ouders, van het CLB (Centrum voor Leerling Begeleiding red.), misschien van een kansarmenwerking. Daar moet de leraar vlot kunnen aankloppen, want hij kan onmogelijk zelf alle zorg opnemen.”
Zitten in het rapport ook insteken om het lerarentekort op te lossen?
Philip Brinckman: “Eerst en vooral wil het rapport leraren de waardering geven die ze verdienen. Nu overheerst in de samenleving het beeld dat leraren een saaie, repetitieve job hebben, en dat leerlingen lastig zijn. Terwijl het zo mooi is als de vonk overslaat in de klas.”
“Door terug te keren naar de kern van het leraar zijn, stijgt de waardering voor de job ook. Momenteel zijn leraren manusje-van-alles: kennis overbrengen, maatschappelijke problemen oplossen. Daardoor krijgen leraren een schimmige opdracht. Je krijgt het beeld van de leraar niet scherpgesteld. Door toe te spitsen op de basiskennis, culturele, wetenschappelijke en kunstzinnige vorming krijgt de job weer cachet.”
“Directeuren, mentoren, zorgleraren en inspecteurs nemen best een aantal lesuren op om te tonen dat voor de klas staan het allerbelangrijkste is. Ouders horen de school te steunen waarvoor ze gekozen hebben. En de media zetten leraren soms te veel neer als vakantiegangers. Lesgeven is intens, de meeste leraren zijn harde werkers. Dat mag meer belicht worden.”
Koken kost geld. Kunnen de adviezen zonder stevige geldinjectie in onderwijs?
Philip Brinckman: “Aandacht voor basiskennis, daar moet je niet veel geld voor uittrekken. Bijscholen of over het muurtje kijken om je aanpak bij te stellen, vraagt meer goodwill dan centen. Een nieuw kenniscentrum kost natuurlijk wel geld. En de expert-leraar zal je moeten honoreren voor zijn extra ervaring. De verlaging van de leerplichtleeftijd, vraagt een kleine investering in kleuterleraren. Slecht 3% van de kleuters onder de 5 jaar gaat niet naar school, maar dat zijn vaak de meest kwetsbare kinderen.”
Wat is de status van dit rapport? Wat verwacht je ervan? Is er een debat mogelijk?
Philip Brinckman: “Het debat voerden we in onze werkgroep. Ik hoop dat iedereen nu uit de loopgraven komt en dat de adviezen uit het rapport met open vizier bediscussieerd worden en daarna een echte kans krijgen, van de individuele leraar tot het beleidsniveau. En dat dit rapport bijdraagt aan de herwaardering van zowel het leren als de leraar.”
“Bij elk advies verduidelijken we wie ermee aan de slag kan: leraren, maar ook ouders, begeleidingsdiensten, de inspectie, en zelfs de media. Alleen samen komen we tot beter onderwijs. Ten slotte hoop ik dat de leraar die het vuur moet brandende houden, zich gehoord én gesteund voelt door dit rapport.”
Dit interview van Femke Van De Pontseele verscheen eerder op Klasse.be.
Klasse stelt: “Wij zijn een onafhankelijke redactie binnen de Vlaamse overheid. We kijken over structuren, strekkingen, netten, partijen, niveaus en onderwijsvormen heen. Dat biedt extra veel kansen om te ontdekken en te leren over onderwijs. En minstens even belangrijk: het biedt de garantie dat onze journalistiek onafhankelijk blijft. En dus geloofwaardig.”
(Onderwijs.vlaanderen.be is een officiële website van de Vlaamse overheid)
Download: Rapport van de Commissie Beter Onderwijs – Naar de kern: de leerlingen en hun leer-kracht