Hoe voorkom je dat tijd door je handen glipt? Tips voor onderwijsprofessionals en leidinggevenden.
Leven van vakantie naar vakantie, nooit genoeg tijd om lessen voor te bereiden, de hele dag door druk met brandjes blussen, dag thuiswerken in de hoop na afloop verlost te zijn van de giga mailachterstand of stapel papierwerk, wekelijkse telefoontjes van je directeur met wéér een spoedklusje of een hijgende raad van toezicht in je nek: welke positie je dan ook hebt binnen een onderwijsorganisatie, geleefd worden door de waan van de dag ligt altijd op de loer.
‘Modern times’
Niet alleen het onderwijs kampt hiermee: het lijkt iets te zijn van moderne tijden. In Geef je organisatie toekomst (2012) schreven Dirk Anton van Mulligen en ik erover: hoe de komst van internet veel heeft veranderd. Uit een onderzoek van 2020 blijkt hoe dat werknemers ervaren dat de werkdruk sterk is toegenomen – o.a. als het gevolg van de digitale revolutie.

Toch is het onderwijs unieker in haar soort. Zeker voor onderwijsgevend personeel is er nauwelijks (of misschien zelfs geen) om af te wijken van het rooster. De (ervaren) werkdruk neemt toe wanneer er weinig regelmogelijkheden zijn. Ook al weet je het onderscheid tussen urgente en belangrijke zaken: het eerste wint het bijna altijd van het laatste.
De hectiek, drukte, geleefd worden: het draagt niet per se bij tot onderwijskwaliteit. Karlijn de Jong, onderzoeker, zegt in Tjipcast (aangehaald in een eerder artikel) treffend over nadenktijd ‘dat doe je niet om drie uur wanneer je uitgeblust bent na een dag kinderen’. In haar onderzoeksproject werden de deelnemers vrij geroosterd van lessen. Om tijd te hebben om na te denken en een visie te vormen op omgaan met lerarentekort. Ik weet nog dat mijn baas in mijn eerste baan – ik was organisatie adviseur – zei: “Als wij komen, is er tijd in de agenda ingeruimd om stil te staan, en dat is misschien wel de grootste waarde.”

Voor leraren geen vanzelfsprekendheid terwijl leraren en onderwijsteams gebaat zijn met tijd voor het ontwerpen van goed onderwijs of voorbereiden van aansprekende lessen.
Multiplier effect
Leidinggevenden kunnen het verschil zijn tussen rust bewaren en terugbrengen of juist er een schepje er bovenop doen. Dat begint met de eigen werkdruk de baas te zijn. Makkelijker gezegd dan gedaan, want zeker onderwijs- en schoolleiders worden weer beïnvloed door hun directeur. En de directeur weer door zijn of haar bestuurder. Zo kan de waan van de dag vanuit twee kanten komen: van bovenaf (een dagje thuiswerken door de baas, betekent een volle mailbox voor jou) of van buitenaf (wéér een nieuwe zorgleerling erbij). Een derde ‘bron’ zit van binnen. Menig onderwijsprofessional legt de lat hoog voor zichzelf: goed is niet goed genoeg. Empathisch vermogen als leraar is belangrijk, maar dat heeft ook een keerzijde. Empathisch zijn gaat vaak hand in hand met (hoog)sensitief zijn: meer prikkels komen binnen en meer tijd is er nodig voor de verwerking daarvan. Combineer deze drie bronnen en hoge werkdruk kan ertoe leiden dat je allemaal harder gaat werken – maar dat betekent niet per se effectiever.
Automatische piloot
Nu hebben werkdruk en waan van de dag veel met elkaar gemeen, maar waan de dag kun je ook ervaren zonder dat je een hoge werkdruk ervaart. Je laten leiden door de waan van de dag heeft namelijk ook iets ‘verslavends’. Je hoeft zelf niet na te denken. In De Onderwijstrilogie heb ik een hoofdstuk gewijd aan ‘De leraar op de automatische piloot’, waarin de macht van de methodemakers ter sprake komt. Henk ter Haar zegt daarover in het gesprek dat ik met hem had (Castenmiller, 2025, deel 1, p. 107):
In de ban van methodes, op mijn lerarenopleiding begon dat al. Dan kreeg je de opdracht om drie methodes met elkaar te vergelijken en de beste te kiezen. Je leert het daar, om zo te denken. Na de lerarenopleiding moest ik dat methodedenken vervolgens weer afleren.
Hierin schuilt het gevaar dat je zelf niet meer nadenkt, en slechts een radertje wordt in een groter geheel. Onderstaand filmpje Broken Escalator haal ik aan in het eerste deel van de trilogie.
Een prachtig voorbeeld van wat in de psychologie wordt geduid als aangeleerde hulpeloosheid. Wanneer mensen gewend raken aan anderen die voor hen denken, ligt passiviteit ligt op de loer, evenals verminderd vertrouwen in zélf het verschil te kunnen maken.
In veel arbeidsorganisaties, zo ook in het onderwijs, bestaat er in meer of mindere mate een splitsing tussen daar waar beleid wordt gemaakt en daar waar de uitvoering plaatsvindt. Deze splitsing kent haar oorsprong in de tijd van de komst van de fabrieken. In deel één van De Onderwijstrilogie schrijf ik over Frederick Winslow Taylor: “die zich vooral bezighield met het optimaliseren van productieprocessen in fabrieken: zo efficiënt mogelijk door het rationaliseren en tot in detail voor te schrijven hoe medewerkers hun werk moeten uitvoeren” (p. 142 en 143).
Het ontwikkelen van beleid wordt niet zelden gebezigd door mensen die ver van de dagelijkse praktijk afstaan – daar waar het contact is met klanten, of in geval van onderwijs: met kinderen, met ouders, met collega’s aan de zijlijn die iets van je willen. Papier is geduldig, maar de praktijk is dat allerminst.
Wake-up call
Bijna twintig jaar heb ik een kleine coachpraktijk naast de opdrachten die ik doe in en voor organisaties. Omdat werkstress één van mijn specialismen is, waar ik onder meer op afgestudeerd ben, had ik in mijn praktijk veelal mensen die kampten met burn-out. Wanneer iemand te lang signalen mist of negeert dat het niet goed gaat, kan er een stevige rekening volgen waarbij de trein in één keer stil komt te staan (en dan hoop je nog zónder treinwrak). Dikwijls noemen mensen hun burn-out een ‘wake-up call’ die ervoor zorgt dat ze na herstel anders gaan leven. Van overleven naar leven.

Tegenwoordig komen coachklanten eerder met een hulpvraag, en die gaat over bijsturen. De trein rijdt nog, maar de vraag gaat over zaken als hoe hard, waarheen en zelfs: wil ik nog wel op deze trein zitten? Een burn-out hoeft niet nodig te zijn wanneer signalen eerder worden opgepakt. Een liefdevolle partner of goede vriend of vriendin die je een spiegel voorhoudt, net iets te vaak ziek zijn, sneller geïrriteerd raken of dingen vergeten, etc. Signalen komen in verschillende maten en vormen. De kunst is ze op te pikken en ze handzaam te maken door andere keuzes te gaan maken. Nog voordat het water aan de lippen staat.
Grip krijgen
Loskomen van de waan van de dag en (meer) grip krijgen op werkdruk begint met het besef dat je geleefd wordt – en dat je daar verandering in wilt. De waan van de dag kent ook vele gedaanten: op bestuurdersniveau is het misschien wel minder de dagelijkse hectiek (hoe ‘hoger’ je in de organisatie komt, des te planbaarder het werk doorgaans wordt), maar speelt eerder in de ban komen van tunnelvisie, groupthink, navelstaren, niet (genoeg) tijd nemen voor nadenken over de toekomst of niet meer de lange lijnen zien.
Inzicht in welke dynamiek er speelt, is onontbeerlijk om weer grip te krijgen. Tijdens mijn research voor De Onderwijstrilogie stuitte ik op twee plaatjes die in één oogopslag duidelijk maakte hoe complex het werkveld van het onderwijs is.
De eerste (een set van twee afbeeldingen) is afkomstig van Edith Hooge. Op de website Met ons onderwijs de toekomst in (welke beschikbaar is voor lezers van De Onderwijstrilogie), schrijf ik over het werk van Hooge:[i]
In het rapport van de eerste deelstudie maakt Hooge visueel hoe de sturingsnetwerken er binnen het vo en mbo uit zien op een drietal thema’s: kwaliteitsbeleid (m.b.t. minimumeisen taal en rekenen), de lerende organisatie en burgerschapsvorming. Hieronder een tweetal afbeeldingen en de bijbehorende legenda uit het rapport. Deze plaatjes kom je na 2017 in meerdere publicaties tegen, zoals bijvoorbeeld op pagina 60 in De sluipende crisis (Kneyber & Zevenbergen, 2018). Dat de sturing binnen het onderwijsveld complex is én dat het onderwijsveld overvol zit met verschillende actoren, wordt hiermee heel zichtbaar.


Het tweede plaatje is de uitkomst van een schoolproject dat plaatsvond onder leiding van o.a. Marije van den Berg: geldstromen door de school.

Nu is complexiteit niet meer weg te denken in de tijd waarin we leven (zie ook dit artikel over wat het onderwijs ‘moet’ met losgeslagen AI-agents). De uitdaging is dus niet zozeer om te proberen de complexiteit terug te dringen (om die reden geloof ik ook niet zo in verbod op sociale media of verbieden van smartphones op scholen, maar daarover meer in een volgend artikel ?). De uitdaging is jezelf staande houden gegeven de complexiteit. Dat betekent ook daarbinnen je eigen weg kiezen. Als je werkzaam bent binnen het onderwijsveld, wordt er nu eenmaal veel aan je getrokken.
Wat voorgaande plaatjes extra duidelijk maken: bestuurders, leiders en beleidsmakers (waaronder zeker ook politici) en diens plannen, beleidsvoornemens en handelingen spelen een belangrijke rol in het opstuwen dan wel laten afnemen van de waan van de dag van anderen. Het goede voorbeeld geven door de rust te bewaren, door focus te kiezen én te houden met steeds de blik op de lange termijn, door consistent te zijn (vooral over een langere tijdspanne), etc. zijn allemaal ingrediënten voor het niet opstuwen van de waan van de dag. Ontlast jouw mailtje als directeur je mensen of komt er nog een extra schep werk bij en een plicht bovenop? De lege inbox van de één, betekent altijd een vollere mailbox van de ander. Dit is zeker geen oproep om niet meer te mailen, maar wel om stil te staan bij het gebruik ervan.
Spiekbriefje
Jaren terug had ik een briefje op mijn werkplek hangen. Daarop stond ‘Moet ik dit nu doen?’ Ieder woord was onderstreept. Omdat, zo leerde ik weer van iemand anders, dat je de klemtoon in die vraag steeds op een andere plek kan leggen.
Moet: van wie moet ik? Van iemand anders, van mijzelf? Of wíl ik het? En waarom wil ik het? En waarom zou ik het moeten?
Ik: ben ik de aangewezen persoon, of iemand anders? Dikwijls heb ik medewerkers zaken zien proberen op te lossen die eigenlijk op het bordje van hun leidinggevenden thuishoorden.
Dit: is dit de beste handeling of actie? Of zijn er andere keuzes? Welke mogelijkheden zijn er eigenlijk en wat zou het meest effectief zijn?
Nu: of misschien later? Een nachtje erover slapen is zo’n cliché maar kan zeer verhelderend werken. Zeker wanneer je veel stress hebt (gehad) en een hoog cortisolgehalte, is de neiging vaak direct te reageren of te handelen. Maar is dat niet altijd het beste. Iedere handeling of actie roept weer een reactie op en zo kun je bezig blijven.
Doen: is niks doen misschien ook een optie? De waarde (en kunst! Want makkelijk is het vaak allerminst) van niks doen wordt onderschat.
Het klinkt wellicht paradoxaal maar regelmatig is niks doen de allerbeste interventie. De storm in het glas water lost soms als vanzelf op. Mensen vinden hun eigen oplossingen. Die vaker meer gedragen worden dan opgelegde oplossingen.

Niks doen in de zin van ‘niet ingrijpen’ (ook al voel je dat appel), maar ook letterlijk niks doen, is broodnodig. Tijd om te lanterfanten, de dag te laten bezinken, rust te nemen. Als je bordje vol is, dan moet daar wat vanaf in plaats van wat bij. Als de emmer dreigt over te lopen, moet er wat uit in plaats van de laatste druppel erin. Het zijn clichés, maar o zo waar.
Door rust te nemen en de dag te laten bezinken, kan troebel water weer helder worden. Wat daarbij kan helpen, is schrijven. Bijvoorbeeld door een lijst maken van wat er op je bordje ligt, als startpunt om te bedenken wat er vanaf kan of onderscheid te maken tussen wat urgent en wat belangrijk is. Ook visueel maken van wie er wat van je wil, kan helpen in het creëren van overzicht. Overzicht is nodig om inzicht te krijgen, en dat is weer een voorwaarde om structureel andere keuzes te maken. Dat kunnen kleine keuzes zijn, zoals om 15 uur als de lessen klaar zijn, eerst een blokje om te gaan, of grotere keuzes: kiezen voor een andere baan (en daarmee baas).
Herstellen
Tijd nemen, rust nemen, je gedachten verzetten: het effect is steeds hetzelfde. Je geeft jezelf ruimte. Ruimte om weer te kunnen gaan nadenken. Maar er zijn meer redenen dan dat. Wanneer je tijd neemt om te lanterfanten, te rommelen, jezelf creatief uit te drukken of gewoon echt te niksen en ‘onnuttig’ je tijd te verdrijven, geef je jezelf ook de ruimte om te herstellen en de batterij weer op te laden.
En beter wacht je niet daarmee tot er weer vakantie aanbreekt, maar verweef je dat juist in je dag, in je week er tussendoor. De manier waarop is aan jou.
Zeven jaar geleden verlegde ik mijn focus definitief. Van bedrijfsleven en interim HR-werk naar het onderwijs. Ik startte met mijn research, wat zijn weerslag heeft gekregen in De Onderwijstrilogie. Ik heb vele leraren ontmoet en gesproken. Mijn waardering is er enorm door toegenomen.
Ook zij-instromers hebben meer dan eens gezegd: ‘Ik dacht dat ik wist wat werkdruk was, maar dit is echt anders.’ Dat wil niet zeggen dat er alleen werkdruk is binnen het onderwijs, zeer zeker niet. Op veel plekken heb ik hoge druk gezien. Maar ga er maar aan staan. Iedere dag de verantwoordelijkheid voor het welzijn van kinderen en ze iets bijbrengen. Te midden van een overvol en complex bestuurd en gefinancierd werkveld, waarin iedereen wel een mening heeft over onderwijs en verschillen van mening wat nu eigen goed onderwijs is. En waarbij er misschien wel niks complexer is dan de mens én het leren zelf.
Reden des te meer om als onderwijzer en onderwijsorganisatie goed voor jezelf te zorgen. En de waan niet meer de waan te laten zijn, dan jijzelf en de kinderen verdienen.
Credits beeld header: © Andrii Zorii | Dreamstime.com










