Er is in het primair onderwijs momenteel veel te doen om allerhande curriculumontwikkelingen. Deze ontwikkelingen komen echter niet altijd goed van de grond, leiden niet altijd tot de gewenste resultaten en ze worden zeker niet altijd even goed geborgd. Erik Meester tracht een overzicht te geven van wat een schoolleider zou moeten weten en biedt handvatten voor de uitvoering in deze beknopte samenvatting van zijn boek ‘Wetenswaardig’.

Leerplan, leergang of onderwijsgang

Curriculum is van origine een Latijns woord dat ‘race’ of ‘racebaan’ betekende, in moderne zin kan het curriculum dus worden gezien als traject (met de nodige hindernissen) dat leerlingen doorlopen met een zekere start- en eindstreep. De term curriculum werd – zover bekend – voor het eerst in de onderwijscontext gebruikt in de zestiende eeuw, maar werd pas meer algemeen gangbaar in de negentiende eeuw. Het curriculum wordt door de Nederlandse Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) ook wel het ‘leerplan’ genoemd. Anderen spreken van het curriculum als ‘leergang’ of ‘onderwijsgang’; de metaforische reis die een leerling gedurende de schooltijd aflegt.

Erik Meester is docent Pedagogische Wetenschappen van Primair Onderwijs aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Dit artikel verscheen eerder integraal in BSM 4/22; BSM is een vakblad voor Basisschoolmanagement. 

Er zijn ontzettend veel curriculum- of leerplanmodellen en curriculumdefinities in omloop, maar ze bevatten meestal drie basiselementen. Het curriculum beschrijft doorgaans:

  1. wat de leerlingen dienen te leren (de beoogde onderwijsdoelen) en langs welke weg de doelen kunnen worden bereikt (de leerlijn);
  2. hoe de leerlingen worden gestimuleerd en ondersteund in het behalen van die doelen (de onderwijsleeromgeving);
  3. en de manier waarop in kaart gebracht wordt of die doelen ook daadwerkelijk behaald worden (onderwijsevaluatie).

De voormalig directeur van SLO, emeritus-hoogleraar Jan van den Akker, definieert curriculumontwikkeling als ‘een doorgaans lang en cyclisch proces met veel belanghebbenden en participanten. Hierin worden motieven en behoeften ten aanzien van curriculumveranderingen geformuleerd, ideeën gespecificeerd in programma’s en materialen, en inspanningen geleverd om de geplande verandering in de praktijk te brengen’.

In het kort: curriculumontwikkeling omvat de formulering van een doordachte en onderbouwde curriculumtheorie, een goed uitgelijnd curriculumontwerp en een strategische curriculumimplementatie. In wat volgt worden deze drie aspecten van curriculumontwikkeling beknopt uiteengezet.

Theorie

Je kunt er gerust vanuit gaan dat elke schoolleider of leraar ‘het best mogelijke onderwijs voor alle leerlingen’ wil realiseren. Over wat ‘het beste’ is, zijn de meningen echter nogal eens verdeeld. Dat is logisch omdat dit sterk afhangt van je opvatting over waar onderwijs eigenlijk voor is. Het formuleren van een curriculumtheorie begint dus allereerst bij een zekere zingeving, bij het beantwoorden van de hamvraag: wat is nu precies het doel van het primair onderwijs? Maar ook het expliciteren van opvattingen over zaken als:

  • Kennis: welke kennis is het meeste waard?
  • Jeugd: wat is de essentie van de kinderjaren?
  • Leren: hoe leren leerlingen het best?
  • Lesgeven: wat is de rol van leraren?
  • Evaluatie: hoe dienen leerlingen te worden getoetst?

Waarom zou je je als schoolteam aan dit soort fundamentele discussies wagen?

  1. Ten eerste hebben verschillende onderzoekers reeds het belang van een gedeelde schoolbrede taal over curriculumontwikkeling, en de professionele leerprocessen die daarmee gepaard gaan, aangetoond (e.g. Marsh et al., 2013). Er wordt in het onderwijs heel veel jargon gebruikt – denk aan begrippen als ‘differentiatie’, ‘gespreid leiderschap’ of ‘coöperatief leren’ – dat op zeer uiteenlopende manieren kan worden geïnterpreteerd.  Zelfs over het doel van het onderwijs verschillen de meningen vaak sterker dan je wellicht zou denken. Als je hier dus nooit wat dieper op ingaat met elkaar loop je grote kans om geheel langs elkaar heen te praten, waardoor er bijvoorbeeld geen of weinig sprake kan zijn van ‘leren met en van elkaar’. Let op: in dit soort discussies kunnen zowel normatieve opvattingen (wat vinden wij) als inzichten uit onderwijswetenschappelijk onderzoek (dit is aangetoond) worden gebruikt. Raadpleeg dus ook altijd de literatuur om je horizon te verbreden en te voorkomen dat je enkel in elkaars ‘bubbel’ blijft hangen.
  2. Ten tweede geeft de uitkomst van dit soort discussies de nodige voeding aan de missie en visie van de school, eveneens een belangrijke factor voor schoolontwikkeling (Kurland et al., 2010). Als je het als team niet eens kan worden over wat nu echt belangrijk is in het onderwijs en hoe dat onderwijs het best kan worden vormgegeven, zul je hier in de praktijk continu tegenaan blijven lopen, met alle frustraties van dien. De curriculumtheorie functioneert namelijk als een soort gezamenlijk oriëntatiepunt waarop je als team alledaagse beslissingen, en dat zijn er nogal wat, kunt baseren. Essentieel, omdat literatuur over effectieve scholen duidelijk laat zien dat samenhang en afstemming tussen collega’s belangrijk zijn voor goed functioneren (Schenke et al., 2020). Als de curriculumtheorie grotendeels is uitgekristalliseerd dan kun je ook gerichter aan de slag met curriculumontwerp.

Ontwerp; welke principes zijn straks leidend?

Tot dusver is duidelijk geworden dat een weloverwogen curriculumtheorie functioneert als een onmisbaar fundament of centraal oriëntatiepunt voor curriculumontwerp. Zonder dat fundament zal een ontwerp bij voorbaat al de stevigheid ontberen om een stresstest te kunnen doorstaan, om maar eens de vergelijking te maken met de architectuur. Een curriculumtheorie kan in deze vergelijking dus worden gezien als het antwoord op de vragen: waarom willen we dit gebouw bouwen en waartoe moet het precies gaan dienen? In wat volgt ga ik in op de vraag: welke principes zijn straks leidend als de daadwerkelijke bouw gaat beginnen? Een architect kan bijvoorbeeld rekening houden met zaken als draagkracht, demonteerbaarheid (voor reparaties en hergebruik) en duurzaamheid. Ook de curriculumontwikkelaar kan zich beroepen op een aantal algemene evidence-informed principes die richting en houvast kunnen geven bij het daadwerkelijk ontwerpen van een curriculum.

Succesvolle curricula

De cultuurpedagoog E.D. Hirsch Jr. (2016) was nieuwsgierig naar hoe de curricula van de meest succesvolle 3 onderwijslanden ter wereld waren vormgegeven. Op basis van zijn analyse kwam hij tot de conclusie dat de curricula van deze landen (zoals Japan) zes principes met elkaar deelden: ze waren alle (1) algemeen vormend, (2) coherent, (3) cumulatief, (4) specifiek, (5) selectief en (6) praktisch uitvoerbaar.

Wat wordt er met die principes precies bedoeld?

  • Algemeen vormend – Zorg dat het curriculum bijdraagt aan de brede algemene ontwikkeling van leerlingen, dat wil in essentie zeggen kennis over de wereld. Deze kennis is namelijk niet alleen onmisbaar voor de ontwikkeling van complexe taalvaardigheden zoals begrijpend lezen, spreken en stellen, maar fungeert ook als mentaal klittenband voor nieuwe informatie. Met andere woorden: hoe meer je weet, hoe beter je kunt leren.
  • Coherent – Ongeacht welke kennis je leerlingen precies wilt meegeven, is het van belang om dat in een zekere samenhang te doen. Je kunt dus beter voorkomen dat bepaalde inhouden uitsluitend vraaggestuurd, fragmentarisch en/of losgekoppeld van enige context worden aangeboden. Dit hindert het leerproces en de (impliciete) ontwikkeling van de woordenschat. Als een leraar uit het niets ineens een onderwerp aansnijdt zonder dat het ‘kapstokje’ geactiveerd is waaraan de nieuwe informatie ophangen moet worden, dan ontstaat er al snel verwarring bij de leerlingen.
  • Cumulatief – Met een prachtige verzameling aan samenhangende onderwijsmodules ben je er echter nog niet: een stapel bakstenen maakt nog geen huis. Anders gezegd, het is belangrijk om na te denken over hoe de leerinhouden en de onderwijsmodules waarin die worden onderwezen stapsgewijs worden opgebouwd. Waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van dit principe is ‘het rekenmuurtje’, maar ook bij andere vakgebieden is er sprake van een zekere logische opbouw van leerstof die leidt tot de nodige inzichten en het hogere-orde denkwerk waar je uiteindelijk met je leerlingen op uit bent.
  • Specifiek – Je wilt de kennis en vaardigheden dus stapsgewijs opbouwen en het helpt als je deze dan ook specifiek kunt maken. Het lesdoel: ‘leerlingen leren verschillende spellingscategorieën kennen’ is bijvoorbeeld te vaag. De vraag is welke spellingscategorieën ze precies moeten leren kennen en (waarom) in welke volgorde. Een specifiek curriculum geeft leraren veel meer houvast in het ontwerpen en evalueren van hun onderwijs en kan daarmee dus indirect bijdragen aan de onderwijskwaliteit.
  • Selectief – Specificiteit maakt ook selectiviteit mogelijk. Selectiviteit is belangrijk, omdat overladenheid van het curriculum voor menigeen een bekend en terugkerend probleem is. Elke leraar wil haar of zijn leerlingen natuurlijk het liefst zoveel mogelijk leren, maar soms is minder meer (less is more). Met andere woorden, het is wellicht verstandiger om minder leerstof diepgaander te behandelen dan heel veel leerstof heel oppervlakkig.
  • Praktisch uitvoerbaar – Ten slotte kan een curriculumontwerp op papier helemaal kloppen, maar in de praktijk onuitvoerbaar zijn. Dit zit hem vaak in de fundamentele denkfout van curriculumontwikkelaars dat wat is aangeboden ook wordt aangeleerd. Het herhalen van leerstof bijvoorbeeld is zoals eerder beschreven erg belangrijk en daar moet ook voldoende ruimte voor zijn. Bovendien wil je ook wat ruimte in het curriculum bewaren voor zaken als de actualiteit, zoals bijvoorbeeld de Tweede Kamerverkiezingen, bepaalde vieringen, relevante leervragen die vanuit de leerlingen zelf komen of het bespreken van sociaal-emotionele kwesties die in een klas of school kunnen opspelen.

Zorg voor een logische opbouw van de leerstof

De bedoeling voor ogen

Als je deze – je mag als team natuurlijk ook andere of aanvullende hanteren – principes met elkaar hebt vastgesteld, kun je overgaan tot het ‘echte’ ontwerpproces. Daarbij is het belangrijk om te werken volgens de bekende leus van de leiderschapsgoeroe Stephen Covey: ‘begin met het einde voor ogen’. Dat ‘einde’ ofwel ‘de bedoeling’ heb je, als het goed is, bepaald in je curriculumtheorie. Op basis van die bedoeling dien je de onderwijsdoelen vast te stellen en op basis van die doelen bepaald je de inhouden. Laat ik het belangrijke verschil tussen deze drie elementen illustreren aan de hand van een eenvoudig concreet voorbeeld: het halen van het rijbewijs.

  • De bedoeling van een rijopleiding is dat mensen op een veilige en beleefde manier kunnen deelnemen aan het verkeer in verschillende omstandigheden.
  • Een onderwijsdoel van een rijopleiding zou kunnen zijn dat cursisten in staat zijn om hun rijgedrag op adequate wijze aan te passen aan signalen uit de omgeving, zoals verkeersborden, wegmarkeringen en bevelen van bevoegde personen.
  • De inhouden die de cursisten zich eigen zullen moeten maken voor het behalen van dit doel, zijn in ieder geval de betekenissen van verkeersborden, wegmarkeringen en bevelen van bevoegde personen.

Wat is aangeboden is zeker niet altijd wat is aangeleerd.

Curriculumontwerp dat begint met het einde voor ogen, ook wel achterwaarts ontwerp (backwards design) genoemd, is een principe dat in veel verschillende onderwijskundige ontwerpmodellen verwerkt zit. Het houdt als het ware in dat je begint bij waar je wilt uitkomen (bedoeling, doelen) en dat je vanaf dat punt stapsgewijs achterwaarts ‘wegloopt’ naar waar het allemaal begint: de inhouden en onderwijsactiviteiten waaruit je curriculum is opgebouwd. Waarom achterwaarts? Omdat je daarmee continu zicht blijft houden op waar je moet uitkomen. Een vorm van toetsing zal moeten uitwijzen of die doelen ook daadwerkelijk bereikt zijn. Wat is aangeboden is immers – het kan niet genoeg worden benadrukt – zeker niet altijd wat is aangeleerd. Tot slot dienen de doelen, toetsen en onderwijsactiviteiten nauwkeurig op elkaar te worden afgestemd. Dit wordt ook wel constructive alignment genoemd. Alhoewel ik het onderwijsontwerpproces tot dusver heb beschreven als een vrij generieke aangelegenheid, is het alles behalve dat. Een curriculumontwikkelaar kan eerder genoemde principes en stappen enkel toepassen met diepe conceptuele kennis over het vak waarvoor een curriculum(onderdeel) wordt ontworpen.

Maar let op: zelfs met alle vakkennis in de wereld en het meest volmaakte curriculumontwerp ben je er nog niet. Curriculumontwikkeling is ook een sociaal-politiek gevoelige aangelegenheid, want zonder een slim implementatieplan ben je nergens.

Implementatie

Voor het implementatieproces van een curriculumontwikkeling bestaat geen gedetailleerd recept met vaststaande en duidelijk afgebakende taken, omdat zowel de schoolorganisatie, zijnde een sociaal systeem, als de context waarin dat systeem functioneert voortdurend aan veranderingen onderhevig zijn.

Zo is de organisatiecultuur en de wijk/doelgroep van de ene school de andere niet en zijn door omstandigheden soms wel en soms niet de juiste voorwaarden voor ontwikkeling aanwezig. Bovendien zijn ook de omvang en de inhoud van een curriculumontwikkeling van invloed. Hoe groter de stappen die door betrokkenen (over het algemeen vooral leraren) moeten worden gezet, hoe belangrijker een doordacht implementatieplan, en de nauwkeurige communicatie daarvan, zal zijn. Ten slotte zullen er ‘onderweg’ altijd nog een hoop hobbels genomen moeten worden die niet altijd te voorzien zijn. In bepaalde situaties zul je dus ook flexibel moeten zijn en beredeneerd durven afwijken van het plan of een pas op de plaats moeten maken of zelfs een stap terug moeten zetten; bij grote organisatieveranderingen zijn periodes van terugval niet ongewoon. In elk geval is de actieve betrokkenheid van de schoolleider in dezen van groot belang (Grissom et al., 2021); vertrouw niet op ‘olievlekwerking’, curriculumimplementatie is heel hard werken! Dat gezegd hebbende, bespreek ik hier de vijf stappen waaruit zo’n implementatieplan zou kunnen bestaan (ontleend aan DeMatthews, 2014):

  1. Breng je bestemming heel precies in kaart: wat is de huidige situatie (curriculumanalyse) en in welke situatie willen we idealiter uiteindelijk terechtkomen?
  2. Bepaal je implementatiestrategie: welke teamleden en randvoorwaarden kunnen een belangrijke (politieke of inhoudelijke) rol spelen in het bereiken van die situatie?
  3. Maak samen stapsgewijs een begin: hoe zorgen we er samen voor dat het hele team de beweging richting die situatie (op eigen tempo) succesvol kan maken?
  4. Monitor en begeleid het proces nauwgezet: hoe bewaren we het overzicht, blijven we duidelijke verwachtingen uitspreken en houden we koers?
  5. Maak het af en zorg voor borging: wat leggen we over onze curriculumontwikkelingen vast en hoe maken we deze toegankelijk voor nieuwe collega’s?

Tot slot

Curriculumontwikkeling is een complexe, veelzijdige, maar daarmee ook uitdagende aangelegenheid. Het vraagt aandacht op zowel inhoudelijk, technisch-professioneel als sociaalpolitiek vlak. Er zijn maar weinig mensen die op al deze vlakken excelleren. Zorg dus dat je er nooit alleen aan begint maar gebruik elkaars kwaliteiten, dat creëert ook alvast wat eerste draagvlak. En let op! De verbetering van de onderwijskwaliteit zal zich uiteindelijk moeten uitbetalen in betere leerresultaten, en daarmee meer levensperspectief, voor alle leerlingen. Dat is waar we het allemaal voor doen.

In deze Tjipcast komen een aantal gespreksonderwerpen voorbij:

  • De omschrijving en afbakening van het begrip curriculum in het (basis) onderwijs. Wat is het wel en wat is het ook niet?
  • Wat we bedoelen met curriculumontwikkeling en welke activiteiten centraal staan. We verkennen dit aan de hand van drie kapstokken:
  • Curriculumtheorie
  • Curriculumontwerp
  • Curriculumimplementatie
  • De rol van leiderschap en teamontwikkeling rondom de implementatie van een nieuw curriculum.
  • Het verschil tussen de papieren werkelijkheid en de praktijk van alledag.
  • Valkuilen en misvattingen rondom curriculumontwikkeling. Waar moet je vooraf rekening mee houden?
  • Hoe praktisch aan de slag te gaan: de stappen op een rij.

Dit boek is enerzijds bedoeld om een grote groep onderwijsprofessionals aan het denken te zetten over vragen als:
– Wat is eigenlijk het doel van ons onderwijs?
– Hoe krijgen we meer samenhang en lijn in alles wat er op onze school gebeurt?
– Wat is voor onze leerlingen nou écht wetenswaardig?

Anderzijds is het erop gericht om deze groep te helpen om een zinnig antwoord op dit soort complexe en essentiële vragen te formuleren. Wetenswaardig staat vol inzichten en werkwijzen die voor de curriculumontwikkelaar het weten waard zijn!

Tags: , , , ,
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook Interessante Artikelen

!

Community Leden

Alle Leden >>>

Whitepaper arbeidsmarkt

Whitepaper onderwijs arbeidsmarkt

Whitepaper digitale toepassing didactiek

didactiek download

Whitepaper Werkstress de baas

HR download onderwijs

Whitepaper Hybride leeromgeving

Leeromgeving download

Whitepaper maatschappij

Maatschappij onderwijs download

Whitepaper onderwijsontwikkeling

onderwijsontwikkeling download

Whitepaper effectief afstandsonderwijs

Onderwijs organiseren download

Whitepaper professionalisering

onderwijs professionalisering download

ICT-gebruik in het onderwijs

Onderwijs Technologie download

Registreer je als lid

Nog geen lid? Registreer geheel vrijblijvend.

Al een account? Log hier in.

Onderwijs Innovatie Festival 2023

Onderwijs Innovatie Festival 2023

Extra bevoegdheid behalen?

Bevoegdheid onderwijscommunity

Artikelen & Blogs

Apps & Tools

🙁

WORD LID

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

PUBLICEER

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.

ADVERTENTIE

In de spotlight

Vacature

Laterna Magica gebouw
Laterna-Magica-logo

Leraar basisonderwijs | IKC Laterna Magica Amsterdam

Boek

Burgerschap is zorgen voor jezelf, zorgen voor elkaar en voor de aarde waar we op wonen.

DOEboek Burgerschap: 100 acties om de wereld mooier te maken

Kalender

Onderwijs Innovatie Festival
EDEX

EDEX 2023

App

Picoo stimuleert actief samen spelen onder kinderen met de eerste interactieve spelcomputer voor buiten. Zonder scherm! Zo combineert Piccoo het avontuurlijke van buitenspelen met het interactieve van gamen. Eindeloos speelplezier dus! 
gamification onderwijs

Picoo – gameconsole voor buitenspelen