Leerlingenaantallen en diploma’s dalen licht in het voortgezet onderwijs. Dit artikel laat zien hoe scholen daar goed op kunnen inspelen.
Minder leerlingen en diploma’s: wat betekent dat voor jouw school?
Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs daalt licht, en ook het aantal diploma’s blijft achter. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het CBS in de Jeugdmonitor 2025. Wat zit er achter die dalende aantallen? En wat kun je er als schoolleider, docent of beleidsmedewerker mee in de praktijk? In dit artikel duiken we in de cijfers en vertalen die naar de dagelijkse schoolrealiteit.
Leerlingenaantallen nemen af
Volgens het CBS zaten er in 2020 nog 934.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs. In 2024 zijn dat er 930.000. Het gaat dus om een lichte daling. Toch is het goed om hierbij stil te staan. Want zelfs kleine schommelingen kunnen gevolgen hebben voor de organisatie van scholen.
De afname komt vooral door demografische veranderingen. Er worden al jaren minder kinderen geboren. Daardoor stromen er ook minder leerlingen door naar het voortgezet onderwijs. In sommige regio’s daalt het aantal jongeren nog harder, zoals in krimpgebieden. Tegelijkertijd zien andere regio’s juist een groei, bijvoorbeeld door arbeidsmigratie of woningbouw.
Wat betekent dit voor scholen?
Een dalend aantal leerlingen heeft invloed op allerlei praktische zaken. Denk aan:
- het aantal klassen dat je kunt vormen;
- de inzet van leraren;
- de bekostiging vanuit het Rijk.
Als er minder leerlingen zijn, komt er minder geld binnen. Scholen moeten dan soms keuzes maken: kan die extra klas nog doorgaan? Kunnen we alle vakken nog even breed aanbieden? Dat vraagt om slim plannen én samenwerken binnen een schoolbestuur of met andere scholen in de regio.
Diploma’s: ook daar zien we een daling
Niet alleen het aantal leerlingen neemt af, ook het aantal behaalde diploma’s is lager dan een paar jaar geleden. In 2020 haalden 178.000 leerlingen een diploma in het voortgezet onderwijs. In 2022 was dat 156.000. In 2023 zagen we een kleine stijging naar 164.000, maar dat is nog steeds lager dan vóór corona.
Die daling roept vragen op. Zijn er meer leerlingen die vertraging oplopen? Blijven er meer leerlingen zitten? Of stoppen ze eerder met school? Er is geen simpele verklaring, maar het is duidelijk dat niet alle jongeren hun schoolloopbaan afronden zoals bedoeld.
Wat speelt er bij leerlingen?
Veel scholen zien dat de gevolgen van de coronaperiode nog steeds voelbaar zijn. Leerlingen hebben leerachterstanden, maar ook sociale achterstanden. Er is meer stress, meer onzekerheid, en soms minder motivatie.
Daarnaast spelen ook andere factoren mee:
- prestatiedruk;
- thuisproblemen;
- mentale gezondheid;
- twijfels over het vervolgonderwijs.
Als school kun je niet alle oorzaken wegnemen, maar je kunt wel helpen signaleren en begeleiden. Een goede mentor, een stevig zorgteam en duidelijke begeleiding maken hierin het verschil.
Regionale verschillen zijn groot
De landelijke cijfers geven een algemeen beeld, maar de situatie verschilt sterk per regio. In stedelijke gebieden met veel nieuwbouw groeit het aantal leerlingen soms juist. In andere delen van het land, vooral in krimpregio’s, daalt het aantal al jaren.
Deze verschillen vragen om maatwerk. Wat werkt in een grote stad, werkt niet per se op een kleine plattelandsschool. Het is belangrijk dat scholen lokaal samenwerken met gemeenten, jeugdzorg en andere partners. Zo kun je beter inspelen op de specifieke behoeften van jouw leerlingen.
Wat kun je doen als school?
De cijfers zijn duidelijk. Maar wat betekent dat nu echt voor de praktijk? Hier zijn vijf dingen die je als school kunt doen:
1. Volg de cijfers – ook lokaal
Kijk niet alleen naar de landelijke trends, maar ook naar je eigen school en regio. Hoeveel leerlingen verwacht je volgend jaar? Hoeveel diploma’s zijn er behaald? Dit helpt om beter te plannen.
2. Versterk de begeleiding
Zorg dat leerlingen goed begeleid worden, vooral op sleutelmomenten: in de brugklas, bij het profielkeuzeproces en in examenklassen. Vroegtijdige signalering van problemen helpt om uitval te voorkomen.
3. Investeer in motivatie en perspectief
Leerlingen presteren beter als ze weten waarvoor ze het doen. Loopbaanoriëntatie (LOB) en praktijkgericht onderwijs kunnen helpen om de motivatie te versterken.
4. Werk samen met je omgeving
Ga in gesprek met mbo-instellingen, gemeenten en andere scholen. Deel kennis, stem plannen af en zorg samen voor een soepele overstap voor leerlingen.
5. Durf keuzes te maken
Soms vraagt de situatie om andere keuzes. Bijvoorbeeld door klassen anders in te delen, vakken anders aan te bieden of docenten flexibeler in te zetten. Kijk wat past bij jouw school en team.
Positief blijven denken
Hoewel de cijfers op het eerste gezicht wat zorgelijk lijken, bieden ze ook kansen. Minder leerlingen betekent soms ook meer ruimte per leerling. Meer aandacht, kleinere klassen en beter contact. Als we die ruimte goed benutten, kan dat de kwaliteit van het onderwijs juist versterken.
Het vraagt om alertheid, samenwerking en creativiteit. Maar veel scholen laten zien dat dit lukt, juist in tijden van verandering.
Meer lezen over onderwijsdeelname en diploma’s
Wil je verder lezen over dit onderwerp? Bekijk dan de bronnen hieronder voor verdieping:
- CBS Jeugdmonitor 2025 – Onderwijs
- Monitor leerlingenaantallen – OCW in Cijfers
- Voortgezet onderwijs – DUO
Ook Interessante Artikelen
HRM-software: Universiteit Twente faseert 20 applicaties uit dankzij AFAS
Duurzaamheid in het onderwijs: drie toonaangevende initiatieven
Bekijk nog meer
Bezoeker!
Vacatures
Kalender
Downloads
Artikelen
Blijf op de hoogte
WORD LID
Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.
PUBLICEER
Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.











