Tags: , , , ,

Onderwijs post-COVID, Blended Learning en de campus van morgen

» Artikelen
» Didactiek, Leeromgeving

»

Onderwijs post-COVID, Blended Learning en de campus van morgen

De veranderingen in het onderwijs zijn door COVID wel versneld. De campus van de toekomst zal meer een plek voor ontmoeting en co-creatie dan van kennisoverdracht zijn. Een sticky campus, vol met technologie, voor co-creatie waar studenten graag komen en verbinding ervaren. Wat zijn de nieuwe eisen aan deze nieuwe ruimte?

Toekomstbestendig onderwijs en de functie van de campus

Wat gaat het onderwijs post-COVID19 nu precies vragen van de inrichting en gebruik van de campus?

Het is een beetje koffiedik kijken, maar toch proberen Rob in ’t Zand van nul25 en ik in dit artikel een antwoord te geven op deze vraag. We nemen de volgende uitgangspunten:

  1. Ruimte speelt een belangrijke rol in het ecosysteem ten aanzien van alle functies van onderwijs (kwalificeren, socialiseren en subjectiveren)
  2. De waarde van de campus als ruimte is door covid veranderd.
  3. Dit heeft te maken met functies van onderwijs; de rol van de fysieke ruimte (de campus) in ons onderwijs(ontwerp) is veranderd.

Wat zijn nu precies de lessen die we kunnen trekken uit de coronacrisis voor de grotere onderwijsinstellingen in het het mbo, hbo en wo en hoe vertaalt zich dat naar de benodigde ruimte? Wat betekenen ze voor de manier waarop we de campus gebruiken? En wellicht nog concreter: leidt die nieuwe situatie dan tot meer of minder vierkante meters campus?

Er zijn natuurlijk ontelbaar veel lessen geleerd, en voor elke docent of instelling is het weer anders dan de volgende. Toch zijn er in grote lijnen enkele generieke conclusies te trekken die van invloed zijn op de manier waarop we de campus zinvol inzetten in het onderwijs. Veel van deze conclusies zijn gestoeld op recent gepubliceerde rapporten, zoals het Horizon Report (EDUCAUSE, 2021) en het rapport van Turner (2021) over de geleerde lessen van coronaonderwijs, aangevuld met eigen ervaringen. Hieronder worden de lessen besproken, met daarbij direct de vertaling naar wat dit betekent voor onderwijs en de rol van de campus.

In de corona periode heeft het welzijn van hbo studenten de volle aandacht gekregen. Dat is voor veel instellingen nieuw (Turner, p25).

1. Aandacht voor studenten welzijn

Aandacht voor studenten welzijn en socialisering in onderwijsontwerp is essentieel. Enerzijds gaat dat om de sociale interactie, anderzijds om de individuele begeleiding. Dit geldt zowel voor online als fysiek leren. De rol van de campus is dan om ruimte te bieden aan ontmoetingen en interacties die bijdragen aan sociale en academische integratie. (binding ervaren met elkaar, met het vak en met de instelling (zie ook community of inquiry)). Opvallend hierbij is overigens dat zowel docenten als studenten aangeven dat één-op-één begeleiding online vrij goed werkt. Studenten voelen zich vaak veiliger in hun eigen omgeving en het scheelt (reis)tijd.

2. Hybride onderwijs biedt flexibiliteit

Hybride onderwijs biedt flexibiliteit, maar is ook uitdagend en vereist een goede inrichting en training. Multi-locatieleren is is een onderwijssetting waar instellingen serieus rekening mee moeten houden post-COVID-19.  Voorwaarde is echter wel dat de ruimtes goed worden voorzien van de benodigde AV/IT en docenten over de nodige didactische vaardigheden beschikken om op twee modaliteiten tegelijkertijd les te geven (zie ook simultaan onderwijs). Het is dan wel zaak te onderzoeken wanneer de hybrid-virtual classroom echt iets toe voegt (bijv. qua flexibiliteit of passend bij de beoogde leeruitkomsten)

3. Kennisoverdracht meer online, de campus voor co-creatie.

Studenten geven aan dat ze instructie via kennisclips graag willen behouden. De traditionele, docentgerichte vorm van een hoorcollege behoort dan grotendeels tot het verleden. Op die manier verschuift het doel van deze formele onderwijsruimtes van relatief eenzijdige kennisoverdacht, naar meer interactieve co-creatie.

4. Van Kenniszenden naar ‘sticky campus’

De waarde van de campus verandert naar een plek waar studenten elkaar en docenten ontmoeten (sociale en academische integratie, denk aan de sticky campus). De sticky campus is een plek waar studenten tijd willen doorbrengen, zelfs als ze geen formeel onderwijs hebben. Informele (onderwijs)ruimtes waar studenten samen eten, studeren (studieplekken), samenwerken (bijv. reserveerbare groepsruimtes) en plezier maken. Denk ook aan AV/IT mogelijkheden die snel samenwerken mogelijk maken, zoals voldoende (mobiele) stroompunten, plug&play devices en een goede ICT infrastructuur. Het omvat alles wat tot de kern studentgericht is: studenten die letterlijk blijven plakken op de campus

5. Vaardighedenonderwijs effectiever inrichten

Een veelgehoorde klacht over online onderwijs is dat het lastig(er) is om bepaald soort vaardigheden te leren. Denk aan de snijzaal binnen geneeskunde of laboratoriumwerk binnen chemie. Hoewel ik denk dat er bepaalde vaardigheden zijn die echt niet online geleerd kunnen worden, denk ik wel dat we op een andere manier over ons vaardighedenonderwijs moeten nadenken. Kan het ook anders ingericht worden? Veel vaardigheden zijn op te delen in kleinere taken, die wellicht ten dele online geoefend kunnen worden. Het startpunt is en blijft daarbij de vraag: wat zijn je beoogde leeruitkomsten? Op basis daarvan kom je tot een weloverwogen keuze over hoe de studenten die doelen kunnen behalen.

Dit vraagt om:

  • Duidelijker inzicht in welk soort vaardigheden zich alleen lenen voor fysiek leren, en welke voor online (of beide). Daarbij ook meer inzicht in deelaspecten van een vaardigheid.
  • Op basis van die inventarisatie een weloverwogen keuze maken wat daarvan op de campus of elders moet plaatsvinden, en vervolgens de campus daarvoor inrichten.
  • Zoek daarbij naar context-flexibele inzetbaarheid, zodat een ruimte multifunctioneel inzetbaar is.
  • Meer onderzoek naar VR/AR-oplossingen, maak daar budget voor vrij.

Meer info hierover: zie Versnellingsplan: ‘Complexe vaardigheden oefenen met technologische toepassingen? Wat zijn hiervan de mogelijkheden en moeilijkheden?’

6. Grootschalig summatief beoordelen verschuift naar formatieve evaluatie.

We hebben collectief ervaren hoe belangrijk het is om het leerproces van studenten continue te monitoren en wanneer nodig adequaat bij te sturen. Dat heeft onder meer te maken met de letterlijke en psychologische afstand tussen de docent en de student. Online toetsen middels proctoring blijkt echter behoorlijk stressvol (Turner, 2021).

Dit onderschrijft de heersende tendens van een verschuiving van summatieve eindbeoordeling (meestal aan het eind van een cursusperiode) naar meer formatieve evaluatie (tussentijds (bij)sturen). Er zijn zelfs compleet nieuwe vormen van toetsen in opkomst, waardoor grootschalige op kennisgerichte eindtoetsen wellicht langzaam verleden tijd worden (zie bijv. programmatisch toetsen). De vraag is dan of daar op de campus (andere) formele toetsruimten voor nodig zijn.

Wat vragen de lessons learned van het ruimtegebruik op de campus?

Op basis van de hierboven beschreven lessons learned zijn een aantal generieke uitgangspunten te formuleren over ruimtegebruik op de campus van de toekomst. Let wel: deze zijn bedoeld voor het scenario waarin het onderwijs wordt herontworpen volgens de hiervoor beschreven lessons learned en het principe van blended learning.

De campus van de toekomst heeft…

  • meer formele onderwijsruimtes gericht op actief leren, samenwerken en interactie.
  • meer informele (onderwijs)ruimtes gericht op socialisering en verbinding.
  • meer voorzieningen voor het maken van kennisclips (zoals do-it-yourself studio’s).
  • meer ruimtes ingericht voor hybride leren, d.w.z. dat mensen vanaf afstand kunnen participeren.
  • meer ruimtes ingericht voor blended learning, d.w.z. gericht op interactie en goedwerkende AV/IT-technologie voor het snel samenwerken.
  • meer plekken voor pre-boarding en onboarding activiteiten van nieuwe studenten.
  • meer ruimte voor het doen van experimenten rondom nieuwe technologische ontwikkelingen.
  • minder traditionele ingerichte (hoor) collegezalen.
  • minder formele klaslokalen, met vaste inrichting, gericht op kennisoverdracht.
  • minder (grote) toetsruimtes voor het afnemen van grootschalige kennistoetsen.
  • minder kantoorruimte omdat docenten en staf vaker thuiswerken.
  • minder of andersoortige (kleine) ruimtes voor individuele begeleiding, waarbij privacy een rol speelt.

Functieverschuiving van de ruimte

Deze uitgangspunten laten een duidelijke verschuiving zien in de wijze waarop ruimtes worden ingezet (functieverschuiving), maar ook op de daadwerkelijke vierkante meters die daarvoor nodig zijn. Is er dan meer of minder ruimte nodig voor blended learning in optima forma? Het antwoord op deze vraag wordt bepaald door het verschil tussen het huidige ruimteaanbod en het benodigde ruimteaanbod na herziening van het onderwijs.

Campus als plek van samenkomst

Een van de belangrijkste uitgangspunten is de functieverschuiving van ruimten gericht op kennisoverdracht – zoals collegezalen en instructieruimten – naar ruimten waar studenten kunnen samenwerken en ontmoeten. Dit laatste type ruimte vraagt per student om meer vierkante meters. In de basis kun je dus stellen dat wanneer de behoefte verschuift naar dit type ruimten, de campus ook zal moeten groeien. Daar ontstaan overigens meerdere varianten voor.

Groter oppervlak

Per activiteit zal de benodigde m2 berekend moeten worden a.d.h.v. contextuele factoren, zoals de aard van de activiteit, organisatie, tijdbeslag, aantal studenten, bezetting en benutting. Deze uitwerking zal per context verschillen. Het is in algemene zin dus onmogelijk om de vraag of blended learning leidt tot meer of minder vierkante meters te beantwoorden. Echter, als de lessons learned gelden voor jouw instelling, dus meer/minder benodigde ruimten betekent meer/minder ten opzichte van de huidige situatie, bij minimaal een even grote aanwezigheid van studenten als pre-COVID19, dan zal de campus waarschijnlijker groter (moeten) worden.

Conclusie – De campus van de toekomst

In dit artikel is uiteengezet welke lessen het hoger onderwijs heeft geleerd en wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn voor het ruimtegebruik op de campus. Samenvattend is de campus van de toekomst een plek voor ontmoeting en co-creatie. Een sticky campus, waar studenten graag komen en verbinding ervaren. Waar ze zelf mogen meedenken en eigenaarschap ervaren. Vol met technologie, die hen in staat stelt overal, wanneer ze maar willen, deel te nemen aan het onderwijs. Meer ruimte voor informele ontmoetingen, minder voor formele leeractiviteiten die puur op kennisoverdracht zijn gericht. Publiek onderwijs is meer dan alleen kwalificeren voor een taak of beroep, en de campus voorziet daarin. Docenten werken meer vanuit huis, waardoor er minder ruimte nodig is voor kantoren. De AV/IT ondersteunt deze hybride vormen van leren en werken naadloos. Een plek waar blended learning als vanzelfsprekend wordt, voor iedereen.

Ruimte voor persoonlijke groei

De vraag is alleen: hoe pakken we dit aan? Het begint bij een goed onderwijsontwerp, waarin de fysieke ruimte als kernelement van het ecosysteem een basisplek krijgt en de waarde daarvan wordt geëxpliciteerd. Niet alleen voor het leren van kennis en vaardigheden (de kwalificatiefunctie van onderwijs), maar ook voor verbinding en persoonlijke groei (de socialisatie- en subjectiveringsfuncties van onderwijs). Natuurlijk zal deze verschuiving niet in een mum van tijd gebeuren. Het kost tijd en geld om deze aanpassingen te doen. Wellicht van lange adem. Maar onthoud… Rome wasn’t build in a day!

Meer weten:

Dit stuk is een uitgebreidere samenvatting van het artikel ‘Wat vraagt blended learning van de campus? Didactische en huisvestingsscenario’s voor na COVID-19‘.
De geïnteresseerde lezer vindt bij dat artikel nog vele verwijzingen naar litertuur voor verdere lezing. Een korte samenvatting download u hier.

Tags: , , , ,
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook interessant

Community Leden

Alle Leden >>>

Whitepaper arbeidsmarkt

Whitepaper onderwijs arbeidsmarkt

Whitepaper digitale toepassing didactiek

didactiek download

Whitepaper Werkstress de baas

HR download onderwijs

Whitepaper Hybride leeromgeving

Leeromgeving download

Whitepaper maatschappij

Maatschappij onderwijs download

Whitepaper onderwijsontwikkeling

onderwijsontwikkeling download

Whitepaper effectief afstandsonderwijs

Onderwijs organiseren download

Whitepaper professionalisering

onderwijs professionalisering download

Whitepaper Docent de dupe van technologie

Onderwijs Technologie download

Registreer je als lid

Nog geen lid? Registreer geheel vrijblijvend.

Al een account? Log hier in.

Word lid

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

Publiceer

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.

Advertentie

In de spotlight

Vacature

Boek

Kalender

App

Toekomstbestendig onderwijs en de functie van de campus

Wat gaat het onderwijs post-COVID19 nu precies vragen van de inrichting en gebruik van de campus?

Het is een beetje koffiedik kijken, maar toch proberen Rob in ’t Zand van nul25 en ik in dit artikel een antwoord te geven op deze vraag. We nemen de volgende uitgangspunten:

  1. Ruimte speelt een belangrijke rol in het ecosysteem ten aanzien van alle functies van onderwijs (kwalificeren, socialiseren en subjectiveren)
  2. De waarde van de campus als ruimte is door covid veranderd.
  3. Dit heeft te maken met functies van onderwijs; de rol van de fysieke ruimte (de campus) in ons onderwijs(ontwerp) is veranderd.

Wat zijn nu precies de lessen die we kunnen trekken uit de coronacrisis voor de grotere onderwijsinstellingen in het het mbo, hbo en wo en hoe vertaalt zich dat naar de benodigde ruimte? Wat betekenen ze voor de manier waarop we de campus gebruiken? En wellicht nog concreter: leidt die nieuwe situatie dan tot meer of minder vierkante meters campus?

Er zijn natuurlijk ontelbaar veel lessen geleerd, en voor elke docent of instelling is het weer anders dan de volgende. Toch zijn er in grote lijnen enkele generieke conclusies te trekken die van invloed zijn op de manier waarop we de campus zinvol inzetten in het onderwijs. Veel van deze conclusies zijn gestoeld op recent gepubliceerde rapporten, zoals het Horizon Report (EDUCAUSE, 2021) en het rapport van Turner (2021) over de geleerde lessen van coronaonderwijs, aangevuld met eigen ervaringen. Hieronder worden de lessen besproken, met daarbij direct de vertaling naar wat dit betekent voor onderwijs en de rol van de campus.

In de corona periode heeft het welzijn van hbo studenten de volle aandacht gekregen. Dat is voor veel instellingen nieuw (Turner, p25).

1. Aandacht voor studenten welzijn

Aandacht voor studenten welzijn en socialisering in onderwijsontwerp is essentieel. Enerzijds gaat dat om de sociale interactie, anderzijds om de individuele begeleiding. Dit geldt zowel voor online als fysiek leren. De rol van de campus is dan om ruimte te bieden aan ontmoetingen en interacties die bijdragen aan sociale en academische integratie. (binding ervaren met elkaar, met het vak en met de instelling (zie ook community of inquiry)). Opvallend hierbij is overigens dat zowel docenten als studenten aangeven dat één-op-één begeleiding online vrij goed werkt. Studenten voelen zich vaak veiliger in hun eigen omgeving en het scheelt (reis)tijd.

2. Hybride onderwijs biedt flexibiliteit

Hybride onderwijs biedt flexibiliteit, maar is ook uitdagend en vereist een goede inrichting en training. Multi-locatieleren is is een onderwijssetting waar instellingen serieus rekening mee moeten houden post-COVID-19.  Voorwaarde is echter wel dat de ruimtes goed worden voorzien van de benodigde AV/IT en docenten over de nodige didactische vaardigheden beschikken om op twee modaliteiten tegelijkertijd les te geven (zie ook simultaan onderwijs). Het is dan wel zaak te onderzoeken wanneer de hybrid-virtual classroom echt iets toe voegt (bijv. qua flexibiliteit of passend bij de beoogde leeruitkomsten)

3. Kennisoverdracht meer online, de campus voor co-creatie.

Studenten geven aan dat ze instructie via kennisclips graag willen behouden. De traditionele, docentgerichte vorm van een hoorcollege behoort dan grotendeels tot het verleden. Op die manier verschuift het doel van deze formele onderwijsruimtes van relatief eenzijdige kennisoverdacht, naar meer interactieve co-creatie.

4. Van Kenniszenden naar ‘sticky campus’

De waarde van de campus verandert naar een plek waar studenten elkaar en docenten ontmoeten (sociale en academische integratie, denk aan de sticky campus). De sticky campus is een plek waar studenten tijd willen doorbrengen, zelfs als ze geen formeel onderwijs hebben. Informele (onderwijs)ruimtes waar studenten samen eten, studeren (studieplekken), samenwerken (bijv. reserveerbare groepsruimtes) en plezier maken. Denk ook aan AV/IT mogelijkheden die snel samenwerken mogelijk maken, zoals voldoende (mobiele) stroompunten, plug&play devices en een goede ICT infrastructuur. Het omvat alles wat tot de kern studentgericht is: studenten die letterlijk blijven plakken op de campus

5. Vaardighedenonderwijs effectiever inrichten

Een veelgehoorde klacht over online onderwijs is dat het lastig(er) is om bepaald soort vaardigheden te leren. Denk aan de snijzaal binnen geneeskunde of laboratoriumwerk binnen chemie. Hoewel ik denk dat er bepaalde vaardigheden zijn die echt niet online geleerd kunnen worden, denk ik wel dat we op een andere manier over ons vaardighedenonderwijs moeten nadenken. Kan het ook anders ingericht worden? Veel vaardigheden zijn op te delen in kleinere taken, die wellicht ten dele online geoefend kunnen worden. Het startpunt is en blijft daarbij de vraag: wat zijn je beoogde leeruitkomsten? Op basis daarvan kom je tot een weloverwogen keuze over hoe de studenten die doelen kunnen behalen.

Dit vraagt om:

  • Duidelijker inzicht in welk soort vaardigheden zich alleen lenen voor fysiek leren, en welke voor online (of beide). Daarbij ook meer inzicht in deelaspecten van een vaardigheid.
  • Op basis van die inventarisatie een weloverwogen keuze maken wat daarvan op de campus of elders moet plaatsvinden, en vervolgens de campus daarvoor inrichten.
  • Zoek daarbij naar context-flexibele inzetbaarheid, zodat een ruimte multifunctioneel inzetbaar is.
  • Meer onderzoek naar VR/AR-oplossingen, maak daar budget voor vrij.

Meer info hierover: zie Versnellingsplan: ‘Complexe vaardigheden oefenen met technologische toepassingen? Wat zijn hiervan de mogelijkheden en moeilijkheden?’

6. Grootschalig summatief beoordelen verschuift naar formatieve evaluatie.

We hebben collectief ervaren hoe belangrijk het is om het leerproces van studenten continue te monitoren en wanneer nodig adequaat bij te sturen. Dat heeft onder meer te maken met de letterlijke en psychologische afstand tussen de docent en de student. Online toetsen middels proctoring blijkt echter behoorlijk stressvol (Turner, 2021).

Dit onderschrijft de heersende tendens van een verschuiving van summatieve eindbeoordeling (meestal aan het eind van een cursusperiode) naar meer formatieve evaluatie (tussentijds (bij)sturen). Er zijn zelfs compleet nieuwe vormen van toetsen in opkomst, waardoor grootschalige op kennisgerichte eindtoetsen wellicht langzaam verleden tijd worden (zie bijv. programmatisch toetsen). De vraag is dan of daar op de campus (andere) formele toetsruimten voor nodig zijn.

Wat vragen de lessons learned van het ruimtegebruik op de campus?

Op basis van de hierboven beschreven lessons learned zijn een aantal generieke uitgangspunten te formuleren over ruimtegebruik op de campus van de toekomst. Let wel: deze zijn bedoeld voor het scenario waarin het onderwijs wordt herontworpen volgens de hiervoor beschreven lessons learned en het principe van blended learning.

De campus van de toekomst heeft…

  • meer formele onderwijsruimtes gericht op actief leren, samenwerken en interactie.
  • meer informele (onderwijs)ruimtes gericht op socialisering en verbinding.
  • meer voorzieningen voor het maken van kennisclips (zoals do-it-yourself studio’s).
  • meer ruimtes ingericht voor hybride leren, d.w.z. dat mensen vanaf afstand kunnen participeren.
  • meer ruimtes ingericht voor blended learning, d.w.z. gericht op interactie en goedwerkende AV/IT-technologie voor het snel samenwerken.
  • meer plekken voor pre-boarding en onboarding activiteiten van nieuwe studenten.
  • meer ruimte voor het doen van experimenten rondom nieuwe technologische ontwikkelingen.
  • minder traditionele ingerichte (hoor) collegezalen.
  • minder formele klaslokalen, met vaste inrichting, gericht op kennisoverdracht.
  • minder (grote) toetsruimtes voor het afnemen van grootschalige kennistoetsen.
  • minder kantoorruimte omdat docenten en staf vaker thuiswerken.
  • minder of andersoortige (kleine) ruimtes voor individuele begeleiding, waarbij privacy een rol speelt.

Functieverschuiving van de ruimte

Deze uitgangspunten laten een duidelijke verschuiving zien in de wijze waarop ruimtes worden ingezet (functieverschuiving), maar ook op de daadwerkelijke vierkante meters die daarvoor nodig zijn. Is er dan meer of minder ruimte nodig voor blended learning in optima forma? Het antwoord op deze vraag wordt bepaald door het verschil tussen het huidige ruimteaanbod en het benodigde ruimteaanbod na herziening van het onderwijs.

Campus als plek van samenkomst

Een van de belangrijkste uitgangspunten is de functieverschuiving van ruimten gericht op kennisoverdracht – zoals collegezalen en instructieruimten – naar ruimten waar studenten kunnen samenwerken en ontmoeten. Dit laatste type ruimte vraagt per student om meer vierkante meters. In de basis kun je dus stellen dat wanneer de behoefte verschuift naar dit type ruimten, de campus ook zal moeten groeien. Daar ontstaan overigens meerdere varianten voor.

Groter oppervlak

Per activiteit zal de benodigde m2 berekend moeten worden a.d.h.v. contextuele factoren, zoals de aard van de activiteit, organisatie, tijdbeslag, aantal studenten, bezetting en benutting. Deze uitwerking zal per context verschillen. Het is in algemene zin dus onmogelijk om de vraag of blended learning leidt tot meer of minder vierkante meters te beantwoorden. Echter, als de lessons learned gelden voor jouw instelling, dus meer/minder benodigde ruimten betekent meer/minder ten opzichte van de huidige situatie, bij minimaal een even grote aanwezigheid van studenten als pre-COVID19, dan zal de campus waarschijnlijker groter (moeten) worden.

Conclusie – De campus van de toekomst

In dit artikel is uiteengezet welke lessen het hoger onderwijs heeft geleerd en wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn voor het ruimtegebruik op de campus. Samenvattend is de campus van de toekomst een plek voor ontmoeting en co-creatie. Een sticky campus, waar studenten graag komen en verbinding ervaren. Waar ze zelf mogen meedenken en eigenaarschap ervaren. Vol met technologie, die hen in staat stelt overal, wanneer ze maar willen, deel te nemen aan het onderwijs. Meer ruimte voor informele ontmoetingen, minder voor formele leeractiviteiten die puur op kennisoverdracht zijn gericht. Publiek onderwijs is meer dan alleen kwalificeren voor een taak of beroep, en de campus voorziet daarin. Docenten werken meer vanuit huis, waardoor er minder ruimte nodig is voor kantoren. De AV/IT ondersteunt deze hybride vormen van leren en werken naadloos. Een plek waar blended learning als vanzelfsprekend wordt, voor iedereen.

Ruimte voor persoonlijke groei

De vraag is alleen: hoe pakken we dit aan? Het begint bij een goed onderwijsontwerp, waarin de fysieke ruimte als kernelement van het ecosysteem een basisplek krijgt en de waarde daarvan wordt geëxpliciteerd. Niet alleen voor het leren van kennis en vaardigheden (de kwalificatiefunctie van onderwijs), maar ook voor verbinding en persoonlijke groei (de socialisatie- en subjectiveringsfuncties van onderwijs). Natuurlijk zal deze verschuiving niet in een mum van tijd gebeuren. Het kost tijd en geld om deze aanpassingen te doen. Wellicht van lange adem. Maar onthoud… Rome wasn’t build in a day!

Meer weten:

Dit stuk is een uitgebreidere samenvatting van het artikel ‘Wat vraagt blended learning van de campus? Didactische en huisvestingsscenario’s voor na COVID-19‘.
De geïnteresseerde lezer vindt bij dat artikel nog vele verwijzingen naar litertuur voor verdere lezing. Een korte samenvatting download u hier.

Menu