Tags: , , , ,

VSO: gedragsproblematiek zwaarder door late zorg

Rapport onderwijsinspectie: veranderingen in de leerlingenpopulatie in het voortgezet speciaal onderwijs tussen 2014 en 2019. Scholen vermoeden intensere problematieken door verlaatte zorgaanpak. De wachtlijsten eisen hun tol.

VSO scholen ervaren verzwaring

Besturen en scholen in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) ervaren sinds de invoering van passend onderwijs dat het onderwijs aan hun leerlingen zwaarder is geworden. Ze schrijven dat toe aan veranderingen in de leerlingpopulatie. Dit blijkt uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs. Zij krijgt veel meldingen van scholen en besturen die een verzwaring ervaren sinds de invoering van passend onderwijs. 

Net als in het speciaal onderwijs voelen leerkrachten zich onvoldoende toegerust om hun onderwijs af te stemmen op een andere leerlingenpopulatie met de  bijbehorende leer- en ondersteuningsbehoeften. Het is minder relevant of de leerlingenpopulatie werkelijk veranderd is. De ervaring beïnvloedt hun handelingsbekwaamheid en ruimte om het onderwijs af te stemmen op de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van leerlingen.

Iedere leerling verdient de ondersteuning die hij nodig heeft om te leren. Waar mogelijk in het reguliere onderwijs of anders in het speciaal onderwijs. Dat is het uitgangspunt van het in 2014 ingevoerde passend onderwijs. Dit is een grote en essentiële opgave voor het onderwijs, juist in een tijd van lerarentekort en oplopende complexiteit door bijvoorbeeld de transitie van de jeugdzorg. 

Samengevat geven de scholen aan dat leerlingen later de ondersteuning en zorg ontvangen die ze nodig hebben voor hun ontwikkeling.

Veranderde instroom breekt op

Al langer geven scholen aan dat ze veranderingen zien in de instroom, die het moeilijk maakt de onderwijskwaliteit te behouden. Daarom onderzochten we hoe de samenstelling van de leerlingenpopulatie in het voortgezet speciaal onderwijs veranderd is (net als we een jaar eerder deden voor het speciaal onderwijs). We hebben daarvoor gegevens op landelijk niveau geanalyseerd. Ook keken we achter de cijfers, door bestuurders, schoolleiders en lerarenteams te vragen naar hun ervaringen, oorzaken en mogelijke oplossingen. Dit onderzoek naar veranderingen in de samenstelling van de leerlingenpopulatie in het voortgezet speciaal onderwijs tussen 2014 en 2019 sluit aan op het stelselonderzoek uit 2019: ‘Veranderingen in de samenstelling van de leerlingenpopulatie in het speciaal onderwijs tussen 2014 en 2018’.

Meer en intensere problematiek door wachttijden

Het aantal leerlingen dat instroomt in het voortgezet speciaal onderwijs is ongeveer stabiel gebleven. Ze komen vaker uit het voortgezet onderwijs, in plaats van uit het speciaal onderwijs, het speciaal basisonderwijs of het reguliere basisonderwijs. Leerlingen hebben meer schoolwisselingen achter de rug. Scholen geven vooral de zwaardere problematiek bij leerlingen aan als de oorzaak van de verzwaring die zij ervaren. Hierdoor duurt het vaak langer voordat ze weer tot leren komen. Vaak hoorden we dat leerlingen te lang hebben moeten wachten tot ze de benodigde ondersteuning kregen, waardoor hun problemen groter zijn geworden.

Doel van het onderzoek

Dit onderzoek is een onderdeel van een breder onderzoek naar de effecten van passend onderwijs voor leerlingen met extra leerondersteuning in de diverse onderwijssectoren. Doel van het onderzoek is:

  • de veranderingen in beeld te krijgen,
  • te zien hoe deze zich verhouden tot de ervaringen van scholen en besturen,
  • de oorzaken en gevolgen in kaart te brengen,
  • te leren van de succesfactoren en belemmerende factoren om het onderwijs,
  • effectief af te stemmen op deze veranderingen.

Oorzaken lastig eenduidig te herleiden

Net als in het speciaal onderwijs ervaart de meerderheid van de besturen en scholen in het voortgezet speciaal onderwijs dat de samenstelling van de populatie verandert. 

De genoemde veranderingen zijn verschillend van aard:

  • Latere instroom
  • Een complexere achtergrond 
  • Verdieping van de individuele gedragsproblematiek van de leerlingen.

Genoemde oorzaken zijn zaken als:

  • De eigen keuzes in het aannamebeleid van de school,
  • Hoge verwachtingen van mondige ouders,
  • De decentralisatie van de jeugdzorg,
  • Een complexere samenleving in het algemeen. 

De landelijke data

Het is lastig vast te stellen of de instroom in het voortgezet speciaal onderwijs daadwerkelijk zoveel zwaarder is als besturen en scholen aangeven. De specifieke context, verschillen in beleidskeuzes tussen samenwerkingsverbanden, heeft een belangrijke invloed op de ervaringen van scholen en besturen. De landelijke data laten de volgende trends zien:

  • De instroom in het voortgezet speciaal onderwijs vanúit het voortgezet onderwijs neemt toe. De instroom vanuit het speciaal onderwijs neemt af.
  • Het aantal hoge- en midden categoriefinanciering van leerlingen neemt af. En het aantal leerlingen met lage financiering neemt toe.
  • Op de voortgezet speciaal onderwijs-scholen zitten relatief meer leerlingen in een arbeidsmatige en diplomagerichte leerweg en er gaan relatief meer leerlingen op voor een diploma. Dit wijst erop dat de verwachtingen en prestatie van leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs stijgen. Dit betekent dat er ook meer inhoudelijk onderwijs geboden wordt.
  • Meer leerlingen zijn in het regulier onderwijs een keer van school gewisseld voordat ze instromen in het voortgezet speciaal onderwijs.
  • Het aantal scholen in het voortgezet speciaal onderwijs neemt licht toe en het aantal leerlingen per voortgezet speciaal onderwijs locatie neemt af. Het aantal kleine scholen neemt toe, het aantal grote scholen neemt af. Dat betekent dat schaalvoordelen dalen.

Passend onderwijs en bezuinigingen jeugdzorg

Daarnaast zijn kort na elkaar twee beleidskaders ingevoerd die grote veranderingen met zich meebrachten voor de begeleiding en ondersteuning van leerlingen. Te weten de invoering van passend onderwijs en de transitie van de jeugdzorg naar gemeenten. Beide beleidskaders hebben grote invloed. De gevolgen zijn moeilijk van elkaar te scheiden, omdat leerlingen gevolgen ondervinden vanuit beide beleidskaders.

Problematieken complexer door wachtlijsten

De verdieping van de gedragsproblematiek van leerlingen wordt door besturen en scholen geduid als de belangrijkste verandering en verzwaring. Deze verdieping van gedragsproblematiek wordt hoofdzakelijk toegeschreven aan veranderingen die zijn doorgevoerd in het kader van passend onderwijs, en in mindere mate de transitie van de jeugdzorg. Samengevat geven de scholen aan dat leerlingen later de ondersteuning en zorg ontvangen die ze nodig hebben voor hun ontwikkeling. Factoren van passend onderwijs die worden genoemd, zijn het beleid van samenwerkingsverbanden en de keuzes die besturen en scholen hierin maken in het eigen beleid. Genoemd hierin is latere plaatsing in het voortgezet speciaal onderwijs en een toename van de tussentijdse instroom vanuit het reguliere voortgezet onderwijs.

Wie schiet waar tekort?

Dit is opvallend aangezien bestuurders van scholen het beleid van samenwerkingsverbanden vormgeven. Hierbij is het de vraag of de ondersteuning in po, sbo en vo tekortschiet als leerlingen later alsnog instromen in het vso met een verdiepte problematiek. Door het beleid van samenwerkingsverbanden neemt ook de hoge- en midden bekostiging in de TLV’s af. Van belang is dan ook hoe deze bestuurders in de samenwerkingsverbanden zelf hun verantwoordelijkheid nemen om leerlingen eerder de benodigde en passende ondersteuning te bieden en voldoende te financieren.

Daarnaast spelen factoren vanuit de transitie van de jeugdzorg met de wachtlijsten, latere diagnostisering en meer complexe samenwerking tussen onderwijs en zorg vanwege bureaucratische procedures. De ervaren verzwaring is niet te herleiden naar landelijke trends bij de instroom in het voortgezet speciaal onderwijs. Dit wil niet zeggen dat de ervaren verzwaring niet klopt. Hoge werkdruk, de wachtlijsten bij jeugdzorg of andere oorzaken kunnen hieraan ook debet zijn. Meer onderzoek hiernaar is nodig.

Samenwerking onderwijs en zorg

Dit is in de eerste plaats in het belang van de leerling, wiens kans op een goede start voor het volwassen leven wordt beperkt. In tweede instantie is het in het belang van onze samenleving, waarbij van deze leerlingen een positieve bijdrage wordt verwacht. Hierin hebben jeugdzorg en daarmee gemeenten samen met besturen, scholen en samenwerkingsverbanden een verantwoordelijkheid. Deze kinderen dienen tijdig de hulp en ondersteuning te krijgen die ze nodig hebben. De scholen geven aan dat een goede samenwerking tussen onderwijs en zorg een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van deze kinderen.

De landelijke trends komen overeen met die in het speciaal onderwijs. De ervaren verzwaring van de leerlingproblematiek is echter uniek aan het voortgezet speciaal onderwijs. Mogelijk heeft dit te maken met de leeftijd van de leerlingen. Naarmate ze ouder zijn vertonen ze vaak mondiger en opvallender gedrag. Ze zijn daardoor moeilijker door onderwijs en zorg bij te sturen. 

Verschillen tussen cluster 3- en 4-scholen

De oorspronkelijke cluster 3-scholen zien een verbreding van de doelgroep. Ze geven aan meer leerlingen met een lagere cognitieve vaardigheid op school te hebben. Door passend onderwijs komen leerlingen vanuit het recht op onderwijs naar school. Dit is te zien aan een toename van leerlingen met een EMB-achtergrond. Een gevolg is dat er meer zorgondersteuning op school nodig is. Daarnaast zien de scholen een toename van leerlingen met een hogere cognitieve vaardigheid. Dit komt door het aanwezige pedagogische klimaat op een oorspronkelijke cluster 3- school. Leerlingen met een internaliserende gedragsproblematiek hebben hier baat bij

In de oorspronkelijke cluster 4-scholen is vooral de toename van tussentijdse instroom te zien. Scholen voor regulier onderwijs proberen deze leerlingen langer te bedienen om de instroom in het speciaal onderwijs te beperken. Het gevolg is dat deze leerlingen langer moeten wachten op passende ondersteuning. Daarnaast levert de tussentijdse instroom gedurende het schooljaar meer klasdynamiek op, wat rust en gevoel voor veiligheid belemmert.

Monitoring door vso besturen

Net als in het speciaal onderwijs kunnen de besturen en scholen voor voortgezet speciaal onderwijs de vermeende veranderingen van de samenstelling van de leerlingenpopulatie beter in beeld brengen. Slechts enkele besturen monitoren de leerlingenstromen en hun achtergronden. Dit doen ze aan de hand van het aantal schoolwisselingen, diagnoses en de hoogte van de toegekende toelaatbaarheidsverklaringen. De meerderheid van de besturen heeft dit soort gegevens te beperkt in beeld. Zodoende is de beleefde  verzwaring van de leerlingenpopulatie sterk gebaseerd op de gesprekken met de schoolteams.

Binnen de kwaliteitszorg kunnen besturen de manier waarop zij de samenstelling van hun leerlingenpopulatie in beeld hebben, versterken. Dit kunnen zij doen door duidelijker te maken op basis van welke variabelen en kenmerken zij leerlingen als complexer definiëren. Daarmee kan zowel beter worden aangetoond wanneer er sprake is van een verzwaring. De school kan in haar opbrengstanalyse ook explicieter laten zien wat de gevolgen hiervan zijn op de behaalde leerresultaten.

De genoemde bevorderende factoren zijn ook vergelijkbaar. Ook in het voortgezet speciaal onderwijs is het pedagogisch klimaat en de kwaliteitscultuur van doorslaggevend belang. Succesvolle voorbeelden in deze zijn;

  • maatwerktrajecten die aansluiten op de individuele leerling,
  • leraren die ondersteund worden in hun professionalisering,
  • delen van expertise,
  • samenwerking met behandelinstellingen en ouders.

Afstemming en samenwerking belangrijk

De genoemde factor die zowel bevorderend als belemmerend is, is de samenwerking met de zorg en het vso. Daar waar goed wordt samengewerkt profiteren leerlingen hier direct van. Hoe sneller leerlingen de ondersteuning in het leren krijgen die ze nodig hebben, hoe effectiever het onderwijs is. Het geeft meer rust in het onderwijs, leerlingen krijgen sneller de hulp die ze nodig hebben en profiteren meer van het onderwijs. Verbetering is mogelijk wanneer besturen en scholen meer gebruik maken van harde gegevens over de instromende leerlingen en hun achtergrond. Hiermee kunnen ze zich beter voorbereiden op de ondersteuningsbehoefte van de leerlingen en zijn ze beter voorbereid op de veranderende instroom. Dan is ondersteuning en zorg beter op de leerlingen afgestemd.

Uit het onderzoek blijkt dat met goede samenwerking met jeugdzorg de problematiek van jongeren snel aangepakt kan worden.

Bekijk het document

De inspectie heeft onderzocht hoe de leerlingpopulatie in het vso zich ontwikkeld heeft vanaf de invoering van het passend onderwijs in 2014, tot en met 2019. Naast analyse van landelijke data zijn interviews gehouden met vertegenwoordigers van 30 scholen en 15 besturen. 08-03.2021.

Lees verder: Onderwijsinspectie:

Tags: , , , ,

Ook interessant

Community Leden

Alle Leden >>>

Whitepaper arbeidsmarkt

Whitepaper onderwijs arbeidsmarkt

Whitepaper didactiek

didactiek download

Whitepaper HR

HR download onderwijs

Whitepaper leeromgeving

Leeromgeving download

Whitepaper maatschappij

Maatschappij onderwijs download

Whitepaper onderwijsontwikkeling

onderwijsontwikkeling download

Whitepaper organiseren

Onderwijs organiseren download

Whitepaper professionalisering

onderwijs professionalisering download

Whitepaper technologie

Onderwijs Technologie download

Ledenonderzoek

Registreer je als lid

Word gratis lid

Word lid

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

Publiceer

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.

In de spotlight

Vacature

Boek

Opleiding

App

Menu