Tags: begeleiding, lerarentekort, opleiding, startende leraar, uitval

Begeleiding startende leraar: 7 beleidstips

Een derde van de afgestudeerden vindt dat de pabo hen niet in de gelegenheid heeft gesteld om alles te leren wat nodig is voor de praktijk in het basisonderwijs. 15% van de startende docenten verlaat het onderwijs na een jaar. Wat is er nodig voor goede begeleiding?

Startende leraar in het diepe gegooid?

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat startende leraren niet altijd de begeleiding krijgen die zij nodig hebben. Ook als die begeleiding er op papier wel is, blijkt het in de praktijk van alle dag, met de werkdruk en niet boventallige uren voor de begeleiding, niet altijd toereikend. Tevens geeft een derde van de afgestudeerden aan dat de pabo hen niet in de gelegenheid heeft gesteld om alles te leren wat nodig is voor de praktijk in het basisonderwijs. Het gaat dan vooral om de toerusting door de opleiding om de voortgang van leerlingen systematisch te volgen en te analyseren, om de les af te stemmen op leerlingen met een achterstand of voorsprong en om passende zorg te bieden. Dit heeft vervelende gevolgen. Zo kampt een kwart van alle leerkrachten in Nederland met burn-out klachten en stopt 9 tot 20% van de startende leraren in hun eerste jaar volledig met het onderwijs. Nu zijn deze cijfers niet per se direct te relateren aan slechte begeleiding of een onvolkomen opleiding. Zo trekt het lerarentekort een steeds zwaardere wissel op het zittende personeel. De afhakers onder de startende leraren voeren dan ook verschillende redenen voor uitval aan. Goede begeleiding zal wel de onderwijskwaliteit ophalen, het competentie gevoel van de jonge leraar vergroten en zodoende meer starters beter door hun eerste jaren helpen. Met zo’n schreeuwend lerarentekort, vooral in het basisonderwijs, lijkt het wijs het uitvalcijfer zoveel mogelijk terug te dringen. Een procentpunt minder ziekteverzuim zou het lerarentekort al voor een goed deel slechten.

Verantwoordelijkheid

Veel factoren in het complexe vraagstuk van het lerarentekort liggen buiten de directe invloedssfeer van de onderwijssector zelf. Denk aan betaalbare woningen in de grote steden, grote stedenproblematiek in het geheel en de vergrijzing bijvoorbeeld. Opleiding en begeleiding zijn wel twee evidente verantwoordelijkheden voor de sector zelf. Goed personeelsbeleid is essentieel. En met goed beleid natuurlijk goede begeleiding. De werkgever is verantwoordelijk voor goede on- en preboarding, zoals dat in andere sectoren gebruikelijk is. Uit onderzoek (onder meer Van de Grift et al. 2016) blijkt ook dat aankomende leraren hun pedagogisch-didactische vaardigheden sneller ontwikkelen binnen een opleidingsschool dan binnen een niet-opleidingsschool. Deze voordelen blijven bovendien behouden op het moment dat de startende leraar de eerste jaren van zijn/ haar loopbaan een begeleidingstraject volgt. Een goede begeleiding naar en in het werk en de juiste toerusting voor het werk dus. (Kortlopende contracten tot aan de zomer dragen ook niet bij aan een duurzame inzet van de nieuwe leerkracht.) In dit artikel aandacht voor de begeleiding van de startende docent, de rol van de opleider en de werkgever.

Zonder toegang tot de pedagogische vaardigheden van ervaren leerkrachten, zijn de meeste beginnende leraren slecht toegerust voor de uitdagingen die zich aandienen in de klas.

De Inspectie van Onderwijs deed in 2015 onderzoek onder startende leraren op basisscholen, ‘Beginnende leraren kijken terug’. Toenmalig Inspecteur-generaal van het onderwijs Monique Vogelzang zei naar aanleiding van het inspectierapport: “Goed leraarschap start bij een goede opleiding. Maar een goede opleiding is zeker geen eindpunt. Beginnende leraren moeten de kans krijgen om door te groeien: van startbekwaam naar vakbekwaam. De leraren, de school waar ze werken en de pabo’s hebben daarin allemaal hun eigen rol te vervullen. Het is dus belangrijk dat pabo’s contact onderhouden met het onderwijsveld en hun afgestudeerden. Daarmee krijgen ze niet alleen inzicht in kwaliteitsaspecten van de eigen opleiding, maar ook in de scholingsbehoeften van beginnende leraren en gevorderde leraren”.

Voldoende vakkennis

Afgestudeerden aan de pabo en schoolleiders in het basisonderwijs beoordelen de voorbereiding op de praktijk en het niveau van de vakkennis ook overwegend positief, ten tijde van het onderzoek in 2015. Dat geldt vooral voor de basale pedagogisch-didactische vaardigheden. Negen van de tien afgestudeerden zeggen geleerd te hebben om duidelijke lesdoelen te stellen, gevarieerde en passende lesseries te ontwerpen, voor een ordelijk verloop in de les te zorgen, een veilig pedagogisch klimaat te scheppen en leerlingen duidelijk te maken welk gedrag ze verwachten.

Ondanks alles vindt een derde van de afgestudeerden dat de pabo hen niet in de gelegenheid heeft gesteld om alles te leren wat nodig is voor de praktijk in het basisonderwijs. Het gaat dan vooral om de toerusting door de opleiding om de voortgang van leerlingen systematisch te volgen en te analyseren, om de les af te stemmen op leerlingen met een achterstand of voorsprong en om passende zorg te bieden. Daarnaast is bijna een vijfde deel (zeer) ontevreden over het niveau van de opleiding als geheel.

Gebruik van video maakt aankomende leraren experts in lesgeven

onderzoek Aeres Hogeschool Wageningen naar feedback op opnames 

Essentiele vaardigheden

In zijn studie “Essentiële vaardigheden voor beginnende leraren” werkt Jerome Freiberg een aantal facetten van professionele ontwikkeling uit, in het licht van de beginnende leerkracht. De professionele ontwikkeling van beginnende leraren moet gebaseerd zijn op een kader van op onderzoek gebaseerde lesstrategieën (Freiberg & Driscoll, 2000). Deze vaardigheden helpen beginnende leraren om een brug te slaan tussen theorie en praktijk en om een kwalitatief hoogwaardige leeromgeving in hun klassen te creëren. Deze strategieën kunnen worden ingedeeld in drie categorieën:

  1. organiseren,
  2. lesgeven
  3. beoordelen.

Voor dit artikel wil ik het thema ‘beoordelen’ uit Freibergs studie in zijn geheel toevoegen. Freiberg eindigt zijn studie met het volgende stuk over beoordelen: “Effectieve leraren beoordelen zowel het leren van de leerlingen als hun eigen professionele leren. Beginnende leraren hebben moeite met beide types beoordeling.”

Leerlingenbeoordeling

De meeste beginnende leraren beschikken over een beperkt repertoire aan beoordelingsstrategieën en geringe ervaring met alternatieve beoordelingsvormen. Zelfs
het bijhouden van de cijfers die leerlingen scoren (in een boek of via software) is onbekend bij eerstejaars leraren en wordt maar zelden onderwezen in lerarenopleidingen of cursussen voor beginnende leraren op school. Beginnende leraren moeten formele en informele gradaties van leren verkennen en het ontwikkelen van uiteenlopende beoordelingsmethodes oefenen.

Zelfbeoordeling

Leraren krijgen maar zelden constante feedback op hun lesgeven. Accurate feedback is een cruciale component van onderwijsverandering, maar leraren zijn afhankelijk van anderen die de nodige gegevens verstrekken om de vraag te beantwoorden: Hoe doe ik het? Het typische observatiemodel waarin een lid van de schoolleiding enkele
keren per jaar aanschuift bij de leraar in zijn klas, laat veel te wensen over.

Jezelf beoordelen als leraar is niet bepaald een exacte wetenschap. Leraren kunnen informatie inwinnen uit diverse bronnen, waaronder feedback van leerlingen en via technische hulpmiddelen als bijvoorbeeld het op band opnemen van een klas en dan de les evalueren.

Beleid op begeleiding in 7 punten

Wat kunnen scholen doen om het succes van beginnende leraren te bevorderen? Naast het aanwijzen van mentoren voor de beginners, kunnen ze:

  • Stafontwikkelingsprogramma’s afstemmen op de directe pedagogische behoeften van beginnende leraren, bijvoorbeeld door trainingen aan te bieden die lesstrategieën
    aanreiken om hen een goede start te geven aan het begin van het schooljaar.
  • Regelmatige follow-upworkshops zijn nodig wanneer daar behoefte aan is.
  • Zomerseminars voor beginnende leraren organiseren die gedurende een week intensieve training geven in onderwijzen en leren. Als onderdeel van deze trainingen
    moet er ruimte zijn voor zelfbeoordeling – bijvoorbeeld via het op band opnemen van lessimulaties – evenals voor ondersteuning en feedback van mentoren. (Wanneer de leraren in opleiding hun eigen lessen terugkijken en feedback van medestudenten ontvangen, ontwikkelt hun professionele woordenschat, waarmee ze beter kunnen reflecteren op hun eigen vaardigheden en kennis. (toevoeging redactie))
  • Samenwerken met lerarenopleiders en alternatieve certificeringprogramma’s om gezamenlijk methodiekcursussen te ontwikkelen voor beginnende leraren.
  • Een online bibliotheek opzetten met de lesplannen van ervaren leraren, zodat beginnende leraren die kunnen raadplegen voor ideeën en lesontwikkeling.
  • Een vertrouwelijke “hulplijn” instellen om vragen van beginnende leraren te beantwoorden.
  • Als lerarenopleiders, schoolhoofden en mentorleraren de beginnende onderwijzers laten kennismaken met het kader van essentiële vaardigheden – organiseren, lesgeven and beoordelen – kunnen beginnende leraren een pedagogisch repertoire opbouwen dat even rijk is als dat van meest ervaren leraren – en in minder tijd. Een dergelijke training zou wel eens de cruciale factor kunnen zijn die beginnende leraren helpt te slagen en in het vak te blijven.

Gebruik van video maakt aankomende leraren experts in lesgeven

Om een goede leerkracht te worden is kennis over het vak en over pedagogische processen erg belangrijk. Echter is alleen het opdoen van kennis in een lerarenopleiding niet genoeg voor studenten om de stap te zetten tussen gevorderde en expert, schrijven onderzoekers van Aeres Hogeschool Wageningen. Kennis moet gecombineerd worden met vaardigheden, uitstraling en motivatie. Zelfreflectie op deze gebieden zorgt ervoor dat docenten zich alsmaar blijven ontwikkelen, en dus echte professionals worden. Dit onderzoek heeft laten zien hoe studenten met het gebruik van opnames hun kennis kunnen combineren met deze andere factoren.

Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de lexicale rijkdom na vier maanden inderdaad zo ver ontwikkeld was dat de studenten de stap gemaakt hebben van gevorderde naar expert. Het gebruik van video stimuleerde de studenten om nieuwe ideeën op te doen over lesgeven, wat kan leiden tot nieuwe motivatie om de eigen vaardigheden en methodes te verbeteren. Zo worden beginnende leerkrachten echte experts en echte professionals. Het gebruik van video- en audio-opnames heeft al eerder waarde getoond in lerarenopleidingen, maar docenten weten vaak niet precies hoe ze hier het beste resultaat uit kunnen halen.


Bronnen:

 

 

Tags: begeleiding, lerarentekort, opleiding, startende leraar, uitval
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook Interessante Artikelen

Bezoeker!

Community Leden

Alle Leden >>>

Whitepaper arbeidsmarkt

Whitepaper onderwijs arbeidsmarkt

Whitepaper digitale toepassing didactiek

didactiek download

Whitepaper Werkstress de baas

HR download onderwijs

Whitepaper Hybride leeromgeving

Leeromgeving download

Whitepaper maatschappij

Maatschappij onderwijs download

Whitepaper onderwijsontwikkeling

onderwijsontwikkeling download

Whitepaper effectief afstandsonderwijs

Onderwijs organiseren download

Whitepaper professionalisering

onderwijs professionalisering download

ICT-gebruik in het onderwijs

Onderwijs Technologie download

Registreer je als lid

Artikelen & Blogs

Apps & Tools

🙁

WORD LID

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

PUBLICEER

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.