» Artikelen
» Arbeidsmarkt, Leeromgeving

»

Regie bij aanpak ventilatie in het onderwijs ontbreekt

Bijna 30% van de scholen in po en vo zijn slecht geventileerd. De landelijke overheid, gemeenten en schoolbesturen wijzen al jaren naar elkaar als het gaat om de verantwoordelijkheid voor de aanpak van de ventilatie op scholen. De overheid heeft 360 miljoen beschikbaar gesteld. 1,6 miljard is nodig.

Naar elkaar wijzen en nog eens onderzoeken

‘Verdiepend onderzoek gebouwtypen en ventilatiesystemen’ |19 -8 2021| Rapport in opdracht van OCW beschrijft de resultaten van een onderzoek om meer inzicht te krijgen in wat er nodig is om de ventilatie in scholen op orde te krijgen.

Op basis van de uitkomsten uit de steekproef is de conclusie dat landelijk in 27,6% van de schoolgebouwen de ventilatievoorziening onvoldoende presteert. Het ministerie stelde na de verontrustende rapportage van het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen nieuwe richtlijnen, adviseurs én 360 miljoen euro extra beschikbaar voor scholen die investeren in verbetering van luchtverversing, kooldioxidemeters, energieregistratie en – bewakingssystemen. De belabberde staat van het binnenklimaat in vele scholen is eerder al aangewezen als oorzaak voor ziekteverzuim en verminderde leerprestaties. 

30 procent vergoed

De overheid heeft 360 miljoen euro uitgetrokken voor ventilatie in scholen. Scholen krijgen maximaal 30 procent van de kosten vergoed. De rest moeten scholen en gemeenten zelf betalen. Gemiddeld kost het aanleggen van een ventilatiesysteem voor een basisschool 500.997 euro en voor een middelbare school 1.497.619, blijkt uit onderzoek van Ruimte-OK in opdracht van het ministerie van OCW. Landelijk doorgerekend voor de gebouwen die niet voldoen op basis van de LCVS-data, bedragen de totale landelijke kosten voor de ventilatieaanpak ca. €1,6 miljard. Een programmatische en integrale aanpak van de verouderde voorraad waarbij ventilatie een onderdeel is, is de meest effectieve aanpak om binnen een vast te stellen termijn deze gebouwen op het gewenste niveau te krijgen.

De landelijke overheid, gemeenten en schoolbesturen wijzen naar elkaar als het gaat om de verantwoordelijkheid voor de aanpak van de ventilatie op scholen. Dat constateert het Platform Perspectief Jongeren in een adviesbrief aan het ministerie. ‘Bij wie de eindverantwoordelijkheid ligt, is in veel gevallen onduidelijk’, zegt Sven Annen, lid van de commissie. ‘Het is al vrij lang duidelijk dat er op sommige scholen problemen zijn met de ventilatie. Dat de verantwoordelijkheid bij verschillende partijen ligt, leidt tot weinig nieuwe plannen en projecten.’

Ventilatie heeft een positief effect op het verminderen van het ziekteverzuim onder scholieren. Een onderzoek in ruim 400 Amerikaanse scholen geeft aan dat er een verband is tussen de CO2-concentratie en ziekteverzuim. Een verhoging van de CO2-concentratie met 1000 ppm ten opzichte van buiten levert een verhoging van het ziekteverzuim met 10 tot 20 % (Shendell et al., 2004). Het is aannemelijk dat ook onder leerkrachten het ziekteverzuim toeneemt naarmate de CO2-concentratie stijgt. De buitenlucht heeft een CO2-concentratie van 400 parts per million (ppm). In een gebouw mag de concentratie in een ruimte tussen de 800 en 1.200 ppm bedragen; dat is mede afhankelijk van het gebruik. Bedraagt de concentratie 1.500 ppm of meer, dan is het ook te ruiken. Er hangt dan een bedompte lucht. In veel scholen uit de wederopbouwperiode worden piekwaarden gemeten van 1700 ppm tot wel 4000 ppm.

Het Platform Perspectief Jongeren (PPJ): een onafhankelijke commissie die het Nationaal Programma Onderwijs maatschappelijk begeleidt en de keuzes en bestedingen van het programma volgt.

Geen registratie

Op kritische Kamervragen erkende de demissionaire OCW-minister Slob dat er geen centrale registratie is van maatregelen en resultaten. Zijn ministerie verwijst voor ventilatievragen naar scholen die daarvoor zelf verantwoordelijk zijn, en gemeenten. Daarnaast zit wellicht niet iedere school, gemeente en misschien ook het ministerie van onderwijs te wachten op een exacte registratie.

Nieuwe gebouwen moeten voldoen aan het zogeheten Bouwbesluit van dat moment. Maar als dat in 1960 was, staan daar geen hoge ventilatie-eisen in die voldoen aan deze tijd. Daarnaast moeten scholen beschikken over een gemeentelijke gebruikersvergunning die kan worden ingetrokken als de school zich niet aan voorwaarden houdt.

Want wat niet goed is, moet aangepakt worden en kost dus geld, dat er niet genoeg is.

Mark Canjels van Building Breda, de huisvestingscoöperatie verantwoordelijk voor 12 schoolgebouwen voor voortgezet onderwijs 

Verdiepend onderzoek gebouwtypen en ventilatiesystemen

samenvatting rapport augustus 2021

Op basis van de uitkomsten uit de steekproef is de conclusie dat landelijk in 27,6% van de schoolgebouwen de ventilatievoorziening onvoldoende presteert. Deze schoolgebouwen voldoen niet aan de gestelde eisen uit het Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen vanuit de Gezondheidsraad (algemene gezondheid) en arbocatalogi (veilige en gezonde werkomgeving). Voor het PO ligt het percentage gebouwen dat niet voldoet op 27,9% en voor het VO op 26,4%. Mogelijk ligt het percentage schoolgebouwen dat niet voldoet hoger, aangezien een redelijk deel van de metingen in de gebruikte LCVS-data naar alle waarschijnlijkheid is uitgevoerd in een relatief warme periode (september). In deze periode was het mogelijk om (extra) te ventileren zonder dat dit ten koste ging van het thermisch comfort.

Verouderde gebouwen beslaat 64% van totaal

De grootste uitdaging ligt vooral bij de oudere gebouwenvoorraad, onderverdeeld in de ‘vooroorlogse voorraad’ (<1946), wederopbouwvoorraad (1946-1978) en de Londovoorraad  (1978-1992). In 30% tot 33% voldoet hier de ventilatie niet. Met als uitschieters de ‘wederopbouwvoorraad’ in het PO (34% voldoet niet) en ‘Londovoorraad’ in het VO (42% voldoet niet). Dit is extra zorgelijk, omdat juist deze oudere gebouwenvoorraad landelijk bijna 64% van de totale gebouwenvoorraad omvat.

In deze oudere gebouwenvoorraad wordt voornamelijk natuurlijk geventileerd (in 44% tot 50% van de gebouwen), dus zonder aanwezigheid van mechanische (actieve) componenten. En juist deze wijze van natuurlijk ventileren leidt tot de meeste gevallen waarin de ventilatie niet voldoet.

1.750 ppm met uitschieters boven de 4.000 ppm

In de gebouwen waar alleen natuurlijk wordt geventileerd, blijkt namelijk bij 42% de ventilatie niet te voldoen. Gemiddeld genomen, ligt de CO2-piekwaarde in schoolgebouwen waar alleen natuurlijk wordt geventileerd op 1.750 ppm (parts per million) met uitschieters boven de 4.000 ppm.* Ook kan op basis van de SUVIS-data worden geconcludeerd dat elk gebouw zijn eigen
(ventilatie)opgave, projectomvang en voorgestelde aanpak kent, en dat de soorten interventies dan ook onafhankelijk zijn van het gebouwtype of gebouwomvang.

Verder behelzen de interventies vaak meer dan alleen de aanpak van de ventilatie, en maakt daarmee duidelijk dat de ventilatieaanpak niet los te zien is van (noodzakelijke) gelijktijdige aanvullende maatregelen om te komen tot een duurzaam binnenklimaat. Dit heeft zijn weerslag op de totale investeringsopgave. De gemiddelde kosten per project bedragen €752.526,- (PO: €500.997,-, VO: €1.497.619,-) op basis van de 630 goedgekeurde SUVIS-aanvragen. Landelijk doorgerekend voor de gebouwen die niet voldoen op basis van de LCVS-data, bedragen de totale landelijke kosten voor de ventilatieaanpak ca. €1,6 miljard.

Bovenstaande conclusies maken duidelijk dat de ventilatieopgave niet losstaat van de bredere landelijke opgave die er ligt op het gebied van onderwijshuisvesting. In de Sectorale Routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen (2020) wordt ook aandacht gevraagd voor de verouderde gebouwenvoorraad die kwalitatief ondermaats presteert en niet duurzaam is. Een programmatische en integrale aanpak van de verouderde voorraad waarbij ventilatie een onderdeel is, is de meest effectieve aanpak om binnen een vast te stellen termijn deze gebouwen op het gewenste niveau te krijgen.

* Voor de beperking van de overdracht van infectieziekten en ziekteverzuim dient de CO2- concentratie niet meer dan 400 tot 1000 ppm boven de buitenconcentratie te liggen. Voor optimale leerprestaties kan worden gesteld dat de CO2-concentratie in het lokaal maximaal circa 800 ppm mag zijn. (TNO 2007)

4 Aanbevelingen

Uit dit verdiepend onderzoek volgen een aantal aanbevelingen. Deze aanbevelingen kunnen zelfstandig opgepakt worden of op een natuurlijk moment zoals bij de uitvoering van de tweede tranche ‘Specifieke uitkering ventilatie in scholen’ (SUVIS). Tevens kunnen deze aanbevelingen worden meegenomen als aanvulling op de Sectorale Routekaart en op de bevindingen uit het Interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) Onderwijshuisvesting funderend onderwijs.

1: Verouderde gebouwenvoorraad

In het rapport komt duidelijk naar voren dat de ventilatieopgave verband houdt met de verouderde gebouwenvoorraad. De aanbeveling wordt gedaan om de ventilatieopgave dan ook in een breder perspectief te blijven zien, waarbij de ventilatieaanpak onderdeel uitmaakt van de totale aanpak. Het IBO benoemt drie huisvestingsopgaven: kwaliteit, functionaliteit en duurzaamheid. De huisvestingsopgave dient dan ook integraal bekeken te worden, met gelijktijdige aandacht voor deze drie thema’s om versnippering en desinvesteringen te voorkomen.

2: Gegevens verzamelen

De volgende tranche van de SUVIS biedt kansen om extra inzichten op te halen uit het veld voor het vervolg. Het verdient de aanbeveling om het SUVIS-aanvraagformulier uit te breiden met aanvullende informatie over de gebouwen waar deze subsidie betrekking op heeft. Te denken valt aan informatie:

  1. over de daadwerkelijke ventilatieopgave,
  2. eenduidige omschrijving van de verbetermaatregelen,
  3. het aantal m2 BVO en
  4. het exacte aantal leerlingen.

Deze aanvullende informatie vereenvoudigt toekomstig onderzoek. Zie ook aanbeveling 3, 4 en 5.

3: Bewustwording met CO2- meters

Met een consequent gebruik van de aanwezige ventilatie- en spuivoorzieningen en extra bewustwording bij de dagelijkse gebruikers, kan de situatie al significant verbeteren (zie ook
handreiking optimaal ventileren op scholen). CO2-meters zijn daarvoor een handig hulpmiddel. De aanbeveling wordt gedaan om ook de aanschaf van CO2-meters voor de leslokalen onderdeel te laten uitmaken van de subsidieregeling, ook als dit niet gelijk aantoonbaar leidt tot het voldoen aan de ventilatienormen en -richtlijnen.

Deze CO2-meters kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het creëren van een objectiever landelijk beeld van de bestaande gebouwenvoorraad wat betreft het binnenklimaat. Het vormt daarmee ook gelijk een goede basis voor aanvullend onderzoek i.c.m. de inzichten die logischerwijs nog worden opgehaald tijdens de uitvoering van de eerste en tweede tranche van de SUVIS.

4: Programmatische aanpak

Op korte termijn wordt in veel scholen de ventilatie aangepakt, al dan niet gecombineerd met aanvullende (verduurzamings)maatregelen. Het is interessant om te onderzoeken of er naar het voorbeeld van het Gezonde Schoolgebouwenprogramma in Amsterdam, een meer programmatische aanpak mogelijk is. Hierbij worden projecten met vergelijkbare opgaven en/of uit dezelfde regio gecombineerd tot een logische bundeling van uitvragen, en doorlopen ze een geoptimaliseerd proces van onderzoek t/m oplevering en eventueel i.c.m. meerjarig onderhoud. Hieraan zitten (schaal)voordelen, zodat met dezelfde middelen meer mogelijk wordt.

5: Lering trekken

In het onderzoek is geconcludeerd dat de grootste opgave ligt in de oudere gebouwenvoorraad en bij het gebruik van ventilatiesysteem type A (natuurlijke ventilatie). Toch blijkt uit het  onderzoek dat ook bij een deel van de Bouwbesluit- en nieuwbouwvoorraad de ventilatie niet voldoet. De aanbeveling wordt gedaan om hier nader onderzoek naar te doen om te  achterhalen waarom de situatie ook hier in diverse gevallen niet voldoet. Hier kan lering getrokken worden voor de bestaande voorraad, maar ook voor schoolgebouwen die nog nieuw gebouwd of verbouwd gaan worden. Voor de schoolgebouwen waar sprake is van natuurlijke ventilatie (deels of volledig), is de aanbeveling om extra aandacht te geven aan bewustwording en consequent gebruik van de aanwezige natuurlijke ventilatie- en spuivoorzieningen. Bijvoorbeeld door gerichte (landelijke) voorlichtingscampagnes en het geven van instructies op locatie.


Bronnen:

Rijksoverheid: Verdiepend onderzoek gebouwtypen en ventilatiesystemen

Voion: Veilig en vitaal werken, Effect van ventilatie op leerprestaties

BN De Stem: Op slecht geventileerde scholen moeten extra ramen open: ‘Je vraagt kinderen hun jas aan te houden’

NOS: Scholen weer open, maar ‘regie bij aanpak ventilatie ontbreekt’

Tags: , , , , ,
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook interessant

Community Leden

Alle Leden >>>

Whitepaper arbeidsmarkt

Whitepaper onderwijs arbeidsmarkt

Whitepaper digitale toepassing didactiek

didactiek download

Whitepaper Werkstress de baas

HR download onderwijs

Whitepaper Hybride leeromgeving

Leeromgeving download

Whitepaper maatschappij

Maatschappij onderwijs download

Whitepaper onderwijsontwikkeling

onderwijsontwikkeling download

Whitepaper effectief afstandsonderwijs

Onderwijs organiseren download

Whitepaper professionalisering

onderwijs professionalisering download

Whitepaper Docent de dupe van technologie

Onderwijs Technologie download

Registreer je als lid

Nog geen lid? Registreer geheel vrijblijvend.

Al een account? Log hier in.

Word lid

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

Publiceer

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.

Advertentie

In de spotlight

Vacature

Boek

Kalender

App

Naar elkaar wijzen en nog eens onderzoeken

‘Verdiepend onderzoek gebouwtypen en ventilatiesystemen’ |19 -8 2021| Rapport in opdracht van OCW beschrijft de resultaten van een onderzoek om meer inzicht te krijgen in wat er nodig is om de ventilatie in scholen op orde te krijgen.

Op basis van de uitkomsten uit de steekproef is de conclusie dat landelijk in 27,6% van de schoolgebouwen de ventilatievoorziening onvoldoende presteert. Het ministerie stelde na de verontrustende rapportage van het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen nieuwe richtlijnen, adviseurs én 360 miljoen euro extra beschikbaar voor scholen die investeren in verbetering van luchtverversing, kooldioxidemeters, energieregistratie en – bewakingssystemen. De belabberde staat van het binnenklimaat in vele scholen is eerder al aangewezen als oorzaak voor ziekteverzuim en verminderde leerprestaties. 

30 procent vergoed

De overheid heeft 360 miljoen euro uitgetrokken voor ventilatie in scholen. Scholen krijgen maximaal 30 procent van de kosten vergoed. De rest moeten scholen en gemeenten zelf betalen. Gemiddeld kost het aanleggen van een ventilatiesysteem voor een basisschool 500.997 euro en voor een middelbare school 1.497.619, blijkt uit onderzoek van Ruimte-OK in opdracht van het ministerie van OCW. Landelijk doorgerekend voor de gebouwen die niet voldoen op basis van de LCVS-data, bedragen de totale landelijke kosten voor de ventilatieaanpak ca. €1,6 miljard. Een programmatische en integrale aanpak van de verouderde voorraad waarbij ventilatie een onderdeel is, is de meest effectieve aanpak om binnen een vast te stellen termijn deze gebouwen op het gewenste niveau te krijgen.

De landelijke overheid, gemeenten en schoolbesturen wijzen naar elkaar als het gaat om de verantwoordelijkheid voor de aanpak van de ventilatie op scholen. Dat constateert het Platform Perspectief Jongeren in een adviesbrief aan het ministerie. ‘Bij wie de eindverantwoordelijkheid ligt, is in veel gevallen onduidelijk’, zegt Sven Annen, lid van de commissie. ‘Het is al vrij lang duidelijk dat er op sommige scholen problemen zijn met de ventilatie. Dat de verantwoordelijkheid bij verschillende partijen ligt, leidt tot weinig nieuwe plannen en projecten.’

Ventilatie heeft een positief effect op het verminderen van het ziekteverzuim onder scholieren. Een onderzoek in ruim 400 Amerikaanse scholen geeft aan dat er een verband is tussen de CO2-concentratie en ziekteverzuim. Een verhoging van de CO2-concentratie met 1000 ppm ten opzichte van buiten levert een verhoging van het ziekteverzuim met 10 tot 20 % (Shendell et al., 2004). Het is aannemelijk dat ook onder leerkrachten het ziekteverzuim toeneemt naarmate de CO2-concentratie stijgt. De buitenlucht heeft een CO2-concentratie van 400 parts per million (ppm). In een gebouw mag de concentratie in een ruimte tussen de 800 en 1.200 ppm bedragen; dat is mede afhankelijk van het gebruik. Bedraagt de concentratie 1.500 ppm of meer, dan is het ook te ruiken. Er hangt dan een bedompte lucht. In veel scholen uit de wederopbouwperiode worden piekwaarden gemeten van 1700 ppm tot wel 4000 ppm.

Het Platform Perspectief Jongeren (PPJ): een onafhankelijke commissie die het Nationaal Programma Onderwijs maatschappelijk begeleidt en de keuzes en bestedingen van het programma volgt.

Geen registratie

Op kritische Kamervragen erkende de demissionaire OCW-minister Slob dat er geen centrale registratie is van maatregelen en resultaten. Zijn ministerie verwijst voor ventilatievragen naar scholen die daarvoor zelf verantwoordelijk zijn, en gemeenten. Daarnaast zit wellicht niet iedere school, gemeente en misschien ook het ministerie van onderwijs te wachten op een exacte registratie.

Nieuwe gebouwen moeten voldoen aan het zogeheten Bouwbesluit van dat moment. Maar als dat in 1960 was, staan daar geen hoge ventilatie-eisen in die voldoen aan deze tijd. Daarnaast moeten scholen beschikken over een gemeentelijke gebruikersvergunning die kan worden ingetrokken als de school zich niet aan voorwaarden houdt.

Want wat niet goed is, moet aangepakt worden en kost dus geld, dat er niet genoeg is.

Mark Canjels van Building Breda, de huisvestingscoöperatie verantwoordelijk voor 12 schoolgebouwen voor voortgezet onderwijs 

Verdiepend onderzoek gebouwtypen en ventilatiesystemen

samenvatting rapport augustus 2021

Op basis van de uitkomsten uit de steekproef is de conclusie dat landelijk in 27,6% van de schoolgebouwen de ventilatievoorziening onvoldoende presteert. Deze schoolgebouwen voldoen niet aan de gestelde eisen uit het Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen vanuit de Gezondheidsraad (algemene gezondheid) en arbocatalogi (veilige en gezonde werkomgeving). Voor het PO ligt het percentage gebouwen dat niet voldoet op 27,9% en voor het VO op 26,4%. Mogelijk ligt het percentage schoolgebouwen dat niet voldoet hoger, aangezien een redelijk deel van de metingen in de gebruikte LCVS-data naar alle waarschijnlijkheid is uitgevoerd in een relatief warme periode (september). In deze periode was het mogelijk om (extra) te ventileren zonder dat dit ten koste ging van het thermisch comfort.

Verouderde gebouwen beslaat 64% van totaal

De grootste uitdaging ligt vooral bij de oudere gebouwenvoorraad, onderverdeeld in de ‘vooroorlogse voorraad’ (<1946), wederopbouwvoorraad (1946-1978) en de Londovoorraad  (1978-1992). In 30% tot 33% voldoet hier de ventilatie niet. Met als uitschieters de ‘wederopbouwvoorraad’ in het PO (34% voldoet niet) en ‘Londovoorraad’ in het VO (42% voldoet niet). Dit is extra zorgelijk, omdat juist deze oudere gebouwenvoorraad landelijk bijna 64% van de totale gebouwenvoorraad omvat.

In deze oudere gebouwenvoorraad wordt voornamelijk natuurlijk geventileerd (in 44% tot 50% van de gebouwen), dus zonder aanwezigheid van mechanische (actieve) componenten. En juist deze wijze van natuurlijk ventileren leidt tot de meeste gevallen waarin de ventilatie niet voldoet.

1.750 ppm met uitschieters boven de 4.000 ppm

In de gebouwen waar alleen natuurlijk wordt geventileerd, blijkt namelijk bij 42% de ventilatie niet te voldoen. Gemiddeld genomen, ligt de CO2-piekwaarde in schoolgebouwen waar alleen natuurlijk wordt geventileerd op 1.750 ppm (parts per million) met uitschieters boven de 4.000 ppm.* Ook kan op basis van de SUVIS-data worden geconcludeerd dat elk gebouw zijn eigen
(ventilatie)opgave, projectomvang en voorgestelde aanpak kent, en dat de soorten interventies dan ook onafhankelijk zijn van het gebouwtype of gebouwomvang.

Verder behelzen de interventies vaak meer dan alleen de aanpak van de ventilatie, en maakt daarmee duidelijk dat de ventilatieaanpak niet los te zien is van (noodzakelijke) gelijktijdige aanvullende maatregelen om te komen tot een duurzaam binnenklimaat. Dit heeft zijn weerslag op de totale investeringsopgave. De gemiddelde kosten per project bedragen €752.526,- (PO: €500.997,-, VO: €1.497.619,-) op basis van de 630 goedgekeurde SUVIS-aanvragen. Landelijk doorgerekend voor de gebouwen die niet voldoen op basis van de LCVS-data, bedragen de totale landelijke kosten voor de ventilatieaanpak ca. €1,6 miljard.

Bovenstaande conclusies maken duidelijk dat de ventilatieopgave niet losstaat van de bredere landelijke opgave die er ligt op het gebied van onderwijshuisvesting. In de Sectorale Routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen (2020) wordt ook aandacht gevraagd voor de verouderde gebouwenvoorraad die kwalitatief ondermaats presteert en niet duurzaam is. Een programmatische en integrale aanpak van de verouderde voorraad waarbij ventilatie een onderdeel is, is de meest effectieve aanpak om binnen een vast te stellen termijn deze gebouwen op het gewenste niveau te krijgen.

* Voor de beperking van de overdracht van infectieziekten en ziekteverzuim dient de CO2- concentratie niet meer dan 400 tot 1000 ppm boven de buitenconcentratie te liggen. Voor optimale leerprestaties kan worden gesteld dat de CO2-concentratie in het lokaal maximaal circa 800 ppm mag zijn. (TNO 2007)

4 Aanbevelingen

Uit dit verdiepend onderzoek volgen een aantal aanbevelingen. Deze aanbevelingen kunnen zelfstandig opgepakt worden of op een natuurlijk moment zoals bij de uitvoering van de tweede tranche ‘Specifieke uitkering ventilatie in scholen’ (SUVIS). Tevens kunnen deze aanbevelingen worden meegenomen als aanvulling op de Sectorale Routekaart en op de bevindingen uit het Interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) Onderwijshuisvesting funderend onderwijs.

1: Verouderde gebouwenvoorraad

In het rapport komt duidelijk naar voren dat de ventilatieopgave verband houdt met de verouderde gebouwenvoorraad. De aanbeveling wordt gedaan om de ventilatieopgave dan ook in een breder perspectief te blijven zien, waarbij de ventilatieaanpak onderdeel uitmaakt van de totale aanpak. Het IBO benoemt drie huisvestingsopgaven: kwaliteit, functionaliteit en duurzaamheid. De huisvestingsopgave dient dan ook integraal bekeken te worden, met gelijktijdige aandacht voor deze drie thema’s om versnippering en desinvesteringen te voorkomen.

2: Gegevens verzamelen

De volgende tranche van de SUVIS biedt kansen om extra inzichten op te halen uit het veld voor het vervolg. Het verdient de aanbeveling om het SUVIS-aanvraagformulier uit te breiden met aanvullende informatie over de gebouwen waar deze subsidie betrekking op heeft. Te denken valt aan informatie:

  1. over de daadwerkelijke ventilatieopgave,
  2. eenduidige omschrijving van de verbetermaatregelen,
  3. het aantal m2 BVO en
  4. het exacte aantal leerlingen.

Deze aanvullende informatie vereenvoudigt toekomstig onderzoek. Zie ook aanbeveling 3, 4 en 5.

3: Bewustwording met CO2- meters

Met een consequent gebruik van de aanwezige ventilatie- en spuivoorzieningen en extra bewustwording bij de dagelijkse gebruikers, kan de situatie al significant verbeteren (zie ook
handreiking optimaal ventileren op scholen). CO2-meters zijn daarvoor een handig hulpmiddel. De aanbeveling wordt gedaan om ook de aanschaf van CO2-meters voor de leslokalen onderdeel te laten uitmaken van de subsidieregeling, ook als dit niet gelijk aantoonbaar leidt tot het voldoen aan de ventilatienormen en -richtlijnen.

Deze CO2-meters kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het creëren van een objectiever landelijk beeld van de bestaande gebouwenvoorraad wat betreft het binnenklimaat. Het vormt daarmee ook gelijk een goede basis voor aanvullend onderzoek i.c.m. de inzichten die logischerwijs nog worden opgehaald tijdens de uitvoering van de eerste en tweede tranche van de SUVIS.

4: Programmatische aanpak

Op korte termijn wordt in veel scholen de ventilatie aangepakt, al dan niet gecombineerd met aanvullende (verduurzamings)maatregelen. Het is interessant om te onderzoeken of er naar het voorbeeld van het Gezonde Schoolgebouwenprogramma in Amsterdam, een meer programmatische aanpak mogelijk is. Hierbij worden projecten met vergelijkbare opgaven en/of uit dezelfde regio gecombineerd tot een logische bundeling van uitvragen, en doorlopen ze een geoptimaliseerd proces van onderzoek t/m oplevering en eventueel i.c.m. meerjarig onderhoud. Hieraan zitten (schaal)voordelen, zodat met dezelfde middelen meer mogelijk wordt.

5: Lering trekken

In het onderzoek is geconcludeerd dat de grootste opgave ligt in de oudere gebouwenvoorraad en bij het gebruik van ventilatiesysteem type A (natuurlijke ventilatie). Toch blijkt uit het  onderzoek dat ook bij een deel van de Bouwbesluit- en nieuwbouwvoorraad de ventilatie niet voldoet. De aanbeveling wordt gedaan om hier nader onderzoek naar te doen om te  achterhalen waarom de situatie ook hier in diverse gevallen niet voldoet. Hier kan lering getrokken worden voor de bestaande voorraad, maar ook voor schoolgebouwen die nog nieuw gebouwd of verbouwd gaan worden. Voor de schoolgebouwen waar sprake is van natuurlijke ventilatie (deels of volledig), is de aanbeveling om extra aandacht te geven aan bewustwording en consequent gebruik van de aanwezige natuurlijke ventilatie- en spuivoorzieningen. Bijvoorbeeld door gerichte (landelijke) voorlichtingscampagnes en het geven van instructies op locatie.


Bronnen:

Rijksoverheid: Verdiepend onderzoek gebouwtypen en ventilatiesystemen

Voion: Veilig en vitaal werken, Effect van ventilatie op leerprestaties

BN De Stem: Op slecht geventileerde scholen moeten extra ramen open: ‘Je vraagt kinderen hun jas aan te houden’

NOS: Scholen weer open, maar ‘regie bij aanpak ventilatie ontbreekt’

Menu