Tags: design thinking, learning spaces, leren, onderwijsruimte

Welke learning space past het onderwijs van de toekomst?

Op veel plekken zijn onderwijslokalen in hoog tempo vol gehangen met techniek. AI deed zijn intrede. Hoe ga je je onderwijsruimtes ontwikkelen en hoe zet je ze in? En voor wie? Hoe richt je het leren voor de toekomst in? Wat is het verschil tussen adaptieve en routine expertise? En wat heeft dat met je onderwijsruimte te maken?

Learning spaces

Learning spaces staan mondiaal steeds meer in de belangstelling. Door de Covid-pandemie is er veel gewijzigd in het onderwijs. Op veel plekken zijn onderwijslokalen in hoog tempo vol gehangen met techniek en ze gaan inmiddels door als learning spaces. Dit is daarom het moment om na te denken over je onderwijsruimtes. Hoe ga je ze ontwikkelen en hoe zet je ze in in je onderwijs. Dit speelde al voor covid maar nu, na de impact van covid op het onderwijs en met AI dat net zijn intrede deed, is het onvermijdelijk dat de onderwijsruimte een fundamenteel andere invulling zal krijgen, om zo de didactische doelen optimaal te ondersteunen.

Maatschappelijke transities

De uitdagingen waar de mensheid voor staat vergen ook meer en meer een ander type afgestudeerde. Zoals de vele uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, transities in de zorg of op het gebied van bevolkingsgroei en vergrijzing. Of hij nu praktisch of theoretisch geschoold is, de waarschijnlijk dat de toekomstige werknemer voor nieuwe, complexe uitdagingen komt te staan waar tijdens de initiële opleiding nog geen vermoeden van was, is wel zeker.

Grensoverstijgend

We kennen tegenwoordig ook een arbeidsmarkt die continu in beweging is en dit zal gezien de aard van ontwikkelingen alleen maar toenemen. Een nieuwe, grensoverstijgende manier van leren en werken wordt dus steeds belangrijker. Het opleiden van professionals voor de toekomst vraagt ook een onderwijsontwerp dat daarop is ingericht en daarmee ook een fysieke ruimte die dat type leren draagt en liefst stimuleert en bekrachtigt. In dit kader ligt er een uitdaging voor het hoger en middelbaar onderwijs om het curriculum en de leeromgeving zo in te richten dat studenten handvatten krijgen om zich met een diploma op zak een leven lang te blijven ontwikkelen en innoveren. In dit artikel willen we verschillende inzichten, commentaren en suggesties uit onderzoek bij elkaar zetten. De implicaties voor de fysieke ruimte alsmede voor het leren en het curriculum dus, vorm en inhoud gaan in deze hand in hand.

Vier typen technologierijke learning spaces

Onderwijsruimte van de toekomst, technologierijke learning spaces, active classrooms, moderne klaslokalen, high-tech collegezalen. Het is slechts een greep uit de termen die onderzoekers van de onderzoekslijn Teaching, Learning & Technology van de Hogeschool Holland tegenkwamen in hun onderzoek naar technologierijke learning spaces in het Nederlandse hoger onderwijs. Na onderzoek bij 28 onderwijsinstellingen onderscheiden zij vier typen technologierijke learning spaces.

  1. Samenwerkend leren: Ruimtes die zijn ingericht om het samenwerkend leren te ondersteunen. Per groep studenten is meestal een tafel met een scherm beschikbaar.
  2. Multi-locatieleren: Ruimtes waarin studenten zowel ter plekke (in de klas) als op afstand (online) tegelijkertijd het onderwijs kunnen volgen.
  3. Simulaties en/of experimenteren: Ruimtes die, afhankelijk van het type opleiding, bepaalde technologie bevatten zoals medische of technische instrumenten.
  4. Augmented reality/virtual reality: Ruimtes die specifiek zijn ingericht voor virtual- en/of augmented reality toepassingen.

Toekomstige professionals en hun omgeving

In een recente rondvraag van de onderwijsinspectie gaf bijna driekwart van de hoger onderwijs instellingen aan te werken aan een nieuwe visie op onderwijs. Voor de meesten gericht op uitbreiding met blended learning, aldus Barend Last in een artikel over institutionele implementatie en adoptie van blended learning als geheel. 

Onderzoekers van de Radboud Universiteit zeggen over de aard van het nieuwe leren en de daarbij passende omgeving het volgende: Van toekomstige professionals wordt meer en meer verwacht dat zij zich kunnen aanpassen aan nieuwe kennis en inzichten, maar ook dat ze zelf bij kunnen dragen aan kennisontwikkeling en innovatie. Om deze uitdaging op te pakken is het belangrijk dat bachelor- en masteropleidingen binnen hogescholen en universiteiten een omgeving bieden waarin studenten worden aangezet tot competentieontwikkeling. Hierbij vullen individuele competentieontwikkeling en meer collectieve competentieontwikkeling elkaar aan (Gibbons et al., 1994). Belangrijke kenmerken van een dergelijke omgeving zijn als volgt:

  • Een omgeving met aandacht voor de ontwikkeling van competenties op het gebied van onder andere ‘boundary crossing’. Dit wil zeggen dat (aankomende) professionals grenzen tussen soms sterk verschillende werelden zoeken én benutten om tot innovatieve resultaten te komen (Akkerman & Bakker, 2011).
  • Een omgeving waarin zij leren om interprofessioneel samen te werken (WHO, 2010) en te leren in netwerken (Dauwerse et al., 2019).
  • Een omgeving waarin de ontwikkeling van flexibele expertise en adaptieve vaardigheden bij studenten complementair is aan de ontwikkeling van de juiste routine expertise (Bohle Carbonell & Van Merriënboer, 2020; Spiro et al., 2020; Ward et al., 2018).

Je moet werken aan een masterplan om al je onderwijsruimtes waar nodig te redesignen en te kijken of ze toekomstproof zijn. Marij Veugelers, Universiteit van Amsterdam

Routine expertise en adaptieve expertise

De meer traditionele curricula binnen het hoger onderwijs zijn sterk gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden om die vervolgens toe te passen en verder te ontwikkelen in een werkcontext (transfer genoemd). Door gericht werken en met veel herhaling bereiken zij het niveau van routine-experts (Van Tartwijk et al., 2020).

Moderne, innovatieve curricula leggen niet alleen nadruk op het ontwikkelen van deze routine expertise, maar ook expliciet op het verwerven van vaardigheden om af te kunnen wijken van bestaande routines, bijvoorbeeld als zich een onverwacht probleem voordoet. Dit is ook belangrijk omdat een opleiding studenten niet voor alle situaties en vraagstukken kan opleiden. Er zullen steeds weer nieuwe en onverwachte dingen gebeuren die vragen om een andere oplossing dan waar iemand wellicht vertrouwd mee is. Dat vereist een andere training dan één waarin men leert te vertrouwen op routine. Deze problemen zullen ook steeds vaker worden opgelost door middel van samenwerking vanuit meerdere disciplines. Dit vraagt dus om anders opgeleiden.

Optimale aanpassingscorridor

Om studenten goed voor te bereiden op hun toekomst, is het belangrijk dat hun onderwijs gericht is op het stimuleren van de ontwikkeling van zowel routine alsook adaptieve expertise en dus niet één van beiden. Adaptieve expertise wordt gezien als de kracht om nieuwe oplossingen voor professionele problemen te bedenken of zelfs nieuwe probleemoplossende methoden te ontwikkelen. Volgens Schwartz et al. (2005) wordt adaptieve expertise ontwikkeld in situaties waarbij efficiëntie en innovatie in balans zijn; je bevindt je dan in de ‘optimale aanpassingscorridor’.

Voor het ontwikkelen van adaptieve expertise is het belangrijk dat studenten in een context geplaatst worden waar een beroep gedaan wordt op adaptieve expertise. Studenten gaan hierbij bij voorkeur aan de slag met authentieke, slecht gestructureerde vraagstukken. Activiteiten die het bovenstaande ondersteunen, onderscheiden zich vaak van meer routinematige taken door een hoge mate van authenticiteit, taakcomplexiteit en een mate van vrijheid of autonomie.

Activerende didactiek binnen de geboden ruimte

Het zijn vaak de pioniers onder de docenten die vrijwillig gebruikmaken van deze ruimtes. Zij gebruiken de learning spaces ten behoeve van activerende didactiek en om studenten te stimuleren om samen te werken. Deze ruimtes maken dat mogelijk omdat docenten er instructie, interactie en productie kunnen combineren. Er zijn indicaties dat docenten geneigd zijn om hun onderwijs aan te passen als gevolg van de mogelijkheden die technologierijke onderwijsruimtes bieden, aldus de onderzoekers van InHolland in samenwerking met Surf. Bekijk de infographic voor de resultaten, conclusies en aanbevelingen van het gezamenlijke onderzoek naar technologierijke learning spaces in het Nederlandse hoger onderwijs.

‘Richt lesruimtes in met oog voor onderwijsvisie’

Omdat het de verwachting is dat het aantal technologierijke learning spaces toeneemt, is het van belang om het inrichten van deze ruimtes goed te verbinden aan de onderwijsvisie van de instelling. Om de mogelijkheden van de technologierijke learning spaces goed te benutten, is het belangrijk om docenten zowel didactisch als technisch te ondersteunen en te trainen.

Van hogescholen en universiteiten wordt verwacht dat ze adaptieve professionals afleveren (Nieuwenhuis, et al., 2021). Tegelijkertijd is er in het hoger onderwijs een ontwikkeling gaande rondom flexibilisering en personalisering van het onderwijs. Van studenten wordt dus ook in toenemende mate verwacht dat zij hun eigen (onderwijs)loopbaan inrichten. Zij hebben hierbij te maken met een leeromgeving die steeds minder vaste vorm heeft en een toekomst die steeds meer onzekerheid kent. Het omgaan met verandering geldt niet alleen tijdens de opleiding, maar ook tijdens beroepsuitoefening. Hoe studenten omgaan met leren is in belangrijke mate verbonden met hun intenties of motivatie voor leren. Zo verwerken studenten leerinhouden op meer diepgaande wijze wanneer zij het leren meer vanuit interne dan externe drijfveren motiveren (Kyndt et al., 2014). Het bevorderen van zelfsturend leren en motivatie kan bijdragen aan zowel het welzijn van studenten, als ook aan het beter voorbereid zijn op een leven lang leren en het ontwikkelen van adaptieve expertise. In Nederland is op dit moment het leren sterk aanbod gestuurd.

Zelfgestuurd leren

Van Woezik (2020) beschrijft zelfgestuurd leren ook als een leerstrategie die vraagt om een andere manier van toetsen. De vaak voorkomende examens en projectrapportages sluiten niet goed aan bij de mate van kritisch denken die zelfsturend leren vraagt. Ze beschrijft in haar proefschrift dat de ontwikkeling van het vermogen om zelfsturend te leren een bepaalde mate van autonomie bij studenten vraagt. Dit gevoel van autonomie kan bevorderd worden door het vergroten van een competentiegevoel bij studenten. Ook door in te zetten op een verbeterd gevoel van verbondenheid met andere studenten (peers) en docenten, kan het gevoel van competentie worden vergroot. Van Woezik adviseert hierom om in te zetten op het vergroten van groepscohesie, zodat studenten meer geneigd zijn om hun kritische feedback met elkaar te delen. Het creëren van een creatieve (leer)omgeving kan daarnaast hiërarchie doorbreken en open communicatie stimuleren, wat studenten helpt bij het reflecteren op hun persoonlijke en professionele ontwikkeling.

Wat vragen de lessons learned van het ruimtegebruik op de campus?

De campus van de toekomst zal meer een plek voor ontmoeting en co-creatie dan van kennisoverdracht zijn, betogen Barend Last en Rob in ’t Zand. Een sticky campus, vol met technologie, voor co-creatie waar studenten graag komen en verbinding ervaren. Op basis van 6 uitgangspunten zijn een aantal generieke uitgangspunten te formuleren over ruimtegebruik op de campus van de toekomst. Let wel: deze zijn bedoeld voor het scenario waarin het onderwijs wordt herontworpen volgens de hieronder beschreven lessons learned en het principe van blended learning.

  1. Aandacht voor studenten welzijn: Aandacht voor studenten welzijn en socialisering in onderwijsontwerp is essentieel. Enerzijds gaat dat om de sociale interactie, anderzijds om de individuele begeleiding. Opvallend hierbij is overigens dat zowel docenten als studenten aangeven dat één-op-één begeleiding online vrij goed werkt.
  2. Hybride onderwijs biedt flexibiliteit: Voorwaarde is echter wel dat de ruimtes goed worden voorzien van de benodigde AV/IT en docenten over de nodige didactische vaardigheden beschikken om op twee modaliteiten tegelijkertijd les te geven (zie ook simultaan onderwijs).
  3. Kennisoverdracht meer online, de campus voor co-creatie: Studenten geven aan dat ze instructie via kennisclips graag willen behouden.
  4. Van kenniszenden naar ‘sticky campus’: De waarde van de campus verandert naar een plek waar studenten elkaar en docenten ontmoeten (sociale en academische integratie, denk aan de sticky campus).
  5. Vaardighedenonderwijs effectiever inrichten: Een veelgehoorde klacht over online onderwijs is dat het lastig(er) is om bepaald soort vaardigheden te leren.  Kan het ook anders ingericht worden? Veel vaardigheden zijn op te delen in kleinere taken, die wellicht ten dele online geoefend kunnen worden. (Het startpunt is en blijft daarbij de vraag: wat zijn je beoogde leeruitkomsten?)
  6. Grootschalig summatief beoordelen verschuift naar formatieve evaluatie: Er zijn zelfs compleet nieuwe vormen van toetsen in opkomst, waardoor grootschalige op kennisgerichte eindtoetsen wellicht langzaam verleden tijd worden (zie bijv. programmatisch toetsen).

De campus van de toekomst heeft…

opsomming overgenomen van Barend Last en Rob in ‘t Zand, uit Onderwijs post-COVID, Blended Learning en de campus van morgen

  • meer formele onderwijsruimtes gericht op actief leren, samenwerken en interactie.
  • meer informele (onderwijs)ruimtes gericht op socialisering en verbinding.
  • meer voorzieningen voor het maken van kennisclips (zoals do-it-yourself studio’s).
  • meer ruimtes ingericht voor hybride leren, d.w.z. dat mensen vanaf afstand kunnen participeren.
  • meer ruimtes ingericht voor blended learning, d.w.z. gericht op interactie en goedwerkende AV/IT-technologie voor het snel samenwerken.
  • meer plekken voor pre-boarding en onboarding activiteiten van nieuwe studenten.
  • meer ruimte voor het doen van experimenten rondom nieuwe technologische ontwikkelingen.
  • minder traditionele ingerichte (hoor) collegezalen.
  • minder formele klaslokalen, met vaste inrichting, gericht op kennisoverdracht.
  • minder (grote) toetsruimtes voor het afnemen van grootschalige kennistoetsen.
  • minder kantoorruimte omdat docenten en staf vaker thuiswerken.
  • minder of andersoortige (kleine) ruimtes voor individuele begeleiding, waarbij privacy een rol speelt.

Bronnen:

Zie ook:

Tags: design thinking, learning spaces, leren, onderwijsruimte
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Ook Interessante Artikelen

Leidinggeven aan curriculumontwikkeling

Er is in het primair onderwijs momenteel veel te doen om allerhande curriculumontwikkelingen. Deze ontwikkelingen komen echter niet altijd goed van de grond, leiden niet altijd tot de gewenste resultaten…
Lees verder

Bezoeker!

Community Leden

Alle Leden >>>

Whitepaper arbeidsmarkt

Whitepaper onderwijs arbeidsmarkt

Whitepaper digitale toepassing didactiek

didactiek download

Whitepaper Werkstress de baas

HR download onderwijs

Whitepaper Hybride leeromgeving

Leeromgeving download

Whitepaper maatschappij

Maatschappij onderwijs download

Whitepaper onderwijsontwikkeling

onderwijsontwikkeling download

Whitepaper effectief afstandsonderwijs

Onderwijs organiseren download

Whitepaper professionalisering

onderwijs professionalisering download

ICT-gebruik in het onderwijs

Onderwijs Technologie download

Registreer je als lid

Artikelen & Blogs

Apps & Tools

🙁

WORD LID

Met Onderwijscommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

PUBLICEER

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van Onderwijscommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.